Opinie

Regering, erken eindelijk de Armeense genocide

In de relaties met Turkije moet de bagatelliserende term 'Armeense kwestie' niet meer gebruikt worden.

Beeld Arend van Dam

Op 24 april 1915 werden 650 prominente leiders van de Armeense gemeenschap gevangen genomen en vermoord. Dit was het begin van een grootscheepse zuiveringscam-pagne, die ongekend was in het voormalige Ottomaanse rijk. Deze campagne was gericht tegen verschillende minderheidsgroepen: de Armeniërs, de Assyrische gemeenschap- pen en de Aramenen. Ook kunnen de deportaties van de orthodoxe Grieken een jaar daarvoor, in 1914, tot die campagne gerekend worden.

Turkije diende opnieuw gefabriceerd te worden. De nieuwe leiders hadden door een revolutie in 1913 de macht van de sultan overgenomen en het Ottomaanse Rijk diende gezuiverd te worden van niet-Turkse elementen. Dit betekende het deporteren van christelijke minderheden, maar ook het vernietigen van christelijk erfgoed.

Armeense Catastrofe

Armenië en Armeense diasporagemeenschappen hebben sindsdien gevochten om de Armeense Catastrofe, zoals deze voor 1948 werd genoemd, erkend te krijgen. Na 1948, toen de Verenigde Naties het woord 'genocide' van de jurist Lemkin had overgenomen, gebruikte de Armeense gemeenschap deze term voor de gebeurtenissen. Met 'genocide' wordt bedoeld het grootschalig doden van mensen, niet om wat ze doen of omdat ze een fysiek gevaar voor de staat vormen, maar om wie ze zijn.

De kern van genocide is dat mensen niet alleen worden gedood, maar symbolisch ook van hun identiteit worden ontdaan, sociaal, cultureel en fysiek. Daarom wordt in de sociale wetenschappen gesproken van een 'genocidaal proces', waarvan 'ontkenning' de laatste fase is. Door de daad niet te erkennen, door te stellen dat die niet heeft plaatsgevonden, ontneem je de betreffende groepering de herinnering aan deze gebeurtenis.

Terwijl de geschiedenis van Turkije de feiten duidt, bijvoorbeeld tijdens tribunalen in 1919 waarvoor zelfs Atatürk heeft verklaard dat de daden tegenover de Armeniërs onmenselijk waren, blijft Turkije zelf die tot op de dag van vandaag ontkennen.

Gelukkig hebben diverse onafhankelijke wetenschappers zich over de Armeense Catastrofe gebogen en is deze door de Internationale Associatie van Genocidewetenschappers verschillende keren, onder meer in open brieven in de Washington Post in 1999 en in The New York Times in 2000, als genocide bestempeld.

Ook supranationale organisaties hebben de Armeense Catastrofe inmiddels als genocide aangeduid, waaronder de Verenigde Naties in 1985 en het Europese Parlement in 1987. Dat is nog eens bekrachtigd op 12 maart van dit jaar, waarbij de EU-lidstaten worden opgeroepen de Armeense genocide te erkennen en te benoemen.

Nederland heeft in 2004 de genocide officieel erkend, maar heeft de gevolgen van deze erkenning nooit in zijn beleid opgenomen. In politieke betrekkingen en handelsbetrekkingen met Turkije blijft de regering hardnekkig spreken over 'de Armeense kwestie', en bagatelliseert daarmee wat er in 1915-1919 in het Ottomaanse Rijk is gebeurd.

Dit is pijnlijk. Pijnlijk voor een land waar het Internationaal Strafhof, dat oorlogsmisdadigers tracht te berechten wegens genocide, is gehuisvest. Pijnlijk voor een regering waarvan minister Koenders van Buitenlandse Zaken op 31 maart bij De Wereld Draait Door nog heeft bevestigd dat 'mensenrechten de hoeksteen' vormen van de westerse samenleving.

Mensenrechten

Voor de huidige regering lijken deze 'mensenrechten' echter alleen nog maar van belang te zijn als er geen handelsbetrekkingen in het geding zijn. Want ondanks protesten en zelfs een motie (op 9 april) van de Tweede Kamer, blijft de Nederlandse regering spreken over 'de Armeense kwestie'. Zouden 'mensenrechten' volgens deze regering echt 'de hoeksteen' zijn?

Zelfs de paus heeft Turkije opgeroepen de Armeense genocide te erkennen. Dat is uiterst pijnlijk voor de Vrije Universiteit, een universiteit op christelijke grondslag, die juist op 24 april, de 100ste herdenkingsdag van de Armeense genocide, een genocide-ontkenner heeft uitgenodigd voor een eventueel debat. Een debat op een herdenkingsdag. Er is provoceren en provoceren, en dit is provoceren met een hoofdletter P.

Als genocide het vernietigen van een identiteit is, is het erkennen van genocide ook het erkennen van de identiteit van de slachtoffers. Dit is de crux. En de regering dient deze verantwoordelijkheid te nemen. Ook voor de Nederlandse Armeniërs die jarenlang voor die erkenning hebben gestreden.

De auteur heeft lesgegeven over de Armeense Genocide en het genocidale proces aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden