Opinie

Refugee Challenge is Trumpiaanse overschatting

Refugee Challenge Ontwerpers gaan in het kader van een prijsvraag het vluchtelingenprobleem oplossen. Dat getuigt van een zelfoverschatting van Trumpiaanse proporties.

Beeld afp

Met een wervelende prijsvraag zijn ontwerpers de afgelopen maanden opgeroepen met oplossingen te komen voor het vluchtelingenprobleem. Deze Refugee Challenge is een initiatief van meubelgigant IKEA, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en What Design Can Do, de tweedaagse conferentie in Amsterdam over design met maatschappelijke impact. Daar worden de vijf winnaars vrijdag 1 juli door minister Koenders van Buitenlandse Zaken persoonlijk in het zonnetje gezet. Het aantal inzendingen was 640, afkomstig uit 69 landen. Met het engagement van de ontwerper zit het dus wel goed.

Toch roept deze designcompetitie een ongemakkelijk gevoel op. Want wéér is de vluchteling gereduceerd tot een probleem. De vluchteling die bovendien ook nog eens op één grote hoop wordt gegooid: het oorlogsslachtoffer uit Syrië valt schijnbaar onder hetzelfde probleem als de werkzoekende adolescent uit een van de Saharalanden. Ruim twintig miljoen stumpers zijn het, niet in staat om zelfstandig hun lot te verbeteren.

Paternalisme

Maar godzijdank is daar dus de ontwerper. Het is een paternalistische houding die niet getuigt van groot inlevingsvermogen. Geen wonder dat deze competitie hoofdzakelijk ontwerpers uit westerse landen aantrekt - een korte inventarisatie van inzendingen maakt duidelijk dat er geen enkele afkomstig is uit Centraal-Azië en slechts twee uit het Midden-Oosten (Dubai en Syrië, om precies te zijn). Ook Afrikaanse landen zijn met een handjevol ideeën uit Zuid-Afrika, Ghana, Kenia en Oeganda zwaar ondervertegenwoordigd. Op de shortlist van 25 genomineerden staat één ontwerpteam uit India - de overige deelnemers komen zonder uitzondering uit Europa (20), de VS (3) of Australië (1).

Kortom, het zijn de westerse, hoogopgeleide professionals die zich met elkaar meten in een mediagenieke wedstrijd met strikte deadlines en ideeën die op een bierviltje moeten passen. Dit doet geen recht aan de complexiteit van het vluchtelingenvraagstuk, dat wordt bepaald door etnische en religieuze rivaliteit, politieke instabiliteit in zowel Europa als omliggende regio's, een groeiende welvaartsongelijkheid en een schimmige immigratie-economie van mensensmokkel en opvang. De vijf winnaars, die ieder 10 duizend euro ontvangen om hun idee te realiseren, zullen dan ook niet de eersten zijn die zich stukbijten op de harde realiteit van taaie bureaucratie, gebrek aan financiële middelen en onvoldoende draagvlak bij zowel bestuurders als bevolking. De ronkende oproep tot 'game-changing ideas' is dan ook onrealistisch, misleidend zelfs. Deze Trumpiaanse overschatting van wat design kan doen, blijkt al uit de omschrijving 'challenge' - een eufemistische slogan voor wat feitelijk een ingrijpende maatschappelijke opgave is, maar blijkbaar voor de ontwerper slechts een uitdaging. Waarna het volgende probleem de wereld 'uit-gedesigned' kan worden. Ebola, iemand?

Jeroen Junte is medewerker design van de Volkskrant. Beeld stock

Inderdaad waren aids, honger, thuiszorg of pesterijen op school ook al meer dan eens de inzet van een ontwerpcompetitie. Het leven van een individuele hiv-patiënt of ploeterende mantelzorger zal er zeker door zijn verbeterd. Maar deze maatschappelijke problemen zijn hardnekkiger dan de ontwerper doet geloven.

Als er iets is dat design níét kan, dan is het wel maatschappelijke veranderingen forceren, zo is gebleken. Aids en hongersnoden woekeren voort. Bovendien scheppen deze ontwerpprijsvragen het karikaturale beeld dat het verbeteren van de wereld het exclusieve domein is van design. Move over, politici, beleidsmakers, vrijwilligers, buurtactivisten en hulporganisaties - de ontwerper zal het wel even oplossen. Aan de kant ook vluchtelingen, trouwens, wij ontwerpers weten tenslotte wat voor jullie het beste is. Wat vooral de vraag oproept: wat gaat er dan eigenlijk met die andere 635 niet-winnende ontwerpen gebeuren?

Natuurlijk, de goede bedoelingen van zowel de organisatoren als de deelnemers van deze 'challenge' staan buiten kijf. Maar gedacht wordt vooral vóór en niet mét vluchtelingen. Het is wat minister Jet Bussemaker in het wervingsfilmpje omschrijft als 'die ene kans die je nooit meer krijgt' - en daarmee richt ze zich exclusief tot de ontwerper. Het is dan ook de vraag wie er nou het meeste bij deze competitie is gebaat.

Jeroen Junte is medewerker design van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.