columnchris oostdam

Rechters, hè. Brave, gezagsgetrouwe burgers die niet zo gauw staken of uit ­eigenbelang de barricaden ­opgaan

Als rechter verdien ik minder dan veel mensen denken. Rechters verdienen bijvoorbeeld veel minder dan leden van de Tweede Kamer, die andere belangrijke pijler van de trias politica, de scheiding der machten. ­Misschien omdat Tweede Kamerleden beter voor zichzelf zorgen dan rechters. Die laatsten zeggen al gauw ‘dank je wel’ als de minister voorstelt de salarissen over 2017 met 1,4 procent te verhogen ter compensatie voor gestegen prijzen, nadat de salarissen al een jaar of tien, twaalf niet noemenswaardig zijn gestegen, want crisis. Maar ja, rechters, hè. Brave, gezagsgetrouwe burgers die niet zo gauw staken of uit ­eigenbelang de barricaden ­opgaan. 

Ook in vergelijking met andere high professionals, zoals dat in goed Nederlands heet, is het ­salaris van een rechter bescheiden. Een rechter verdient minder dan een huisarts of een arts in loondienst, minder dan een professor aan de universiteit, veel minder dan een notaris of een advocaat – sociale advocatuur uitgezonderd. Om maar niet te spreken van de inkomens van tandartsen of piloten.

Toen Astrid Joosten een tijdje terug een programma maakte over wat men zoal in Nederland verdient, was ze met name ­verbaasd over het salaris van rechters. Zij had verwacht, gelet op de duur van de studie en de noodzaak van permanente educatie, en zeker ook gelet op de grote verantwoordelijkheid van het werk, dat rechters een veelvoud zouden verdienen van ­hetgeen ze maandelijks daadwerkelijk ontvangen. ‘Bijna een misstand’, noemde ze het.

Je hoort mij niet klagen, hoor. Geld is, en was al nooit, mijn belangrijkste drijfveer. Zolang ik voldoende geld heb om prettig van te leven en geen geldzorgen te hebben, vind ik het best. Ik hoef geen dure auto, en designerkleding is niet aan mij besteed. Als de wasmachine kapot gaat, kan ik zo een nieuwe kopen. Als ik een kroon moet hebben (voor mijn tanden, niet voor op het hoofd), hoef ik daar geen boterham minder om te eten, en van een dure reparatie van de auto word ik wel chagrijnig, maar ik lig er niet wakker van.

Wat ik wel belangrijk vind, is ­zekerheid. De zekerheid dat ik ook volgende maand weer gewoon mijn geld gestort krijg en mijn rekeningen kan betalen. Dat is niet zozeer typerend voor rechters, maar dat zit gewoon in mijn ­karakter. Ik ben geen ondernemer en ik hou niet van risico’s. Denk aan de bekende reclame van jaren geleden: een echtpaar in bed, man piekerend over een klant die zijn rekening niet kan of wil betalen; zijn vrouw, laconiek: ‘Dan verkoop je toch ­gewoon de boot?’ Nou, die man die dan overeind schiet, dat ben ik.

Als ik geld zo weinig interessant vind, waarom schrijf ik er dan toch over? Omdat ik door mijn ziekte in onzekerheid ben komen te verkeren over hoeveel geld ik straks te besteden heb. Daar word ik heel zenuwachtig van. En, zoals bleek uit eerdere columns over dit onderwerp, die onzekerheid heeft heel lang ­geduurd. Te lang. 

Nu weet ik ongeveer hoe het zit. Daarover volgende week meer. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden