'Recht op vergetelheid is er alleen voor zwervers'

Wie het genoegen van een online bestaan eenmaal heeft geproefd, zal zich niet zo snel laten verleiden tot een terugkeer naar een offline leven. Dat heeft gevolgen voor onze kijk op privacy, schrijft de nieuwe Volkskrant-columnist Hans Schnitzler.

Het televisie-programma Big Brother in 1999. © ANP Kippa

Met de digitalisering van de werkelijkheid is de ban van sterfelijkheid verbroken en ligt het eeuwige leven in het verschiet. De gedachte dat de meesten van ons vroeg of laat tot de vergetelheid zijn gedoemd, is dan ook achterhaald.

Persoonsgegevens, vakantiekiekjes, virtuele kattebelletjes, intieme ontboezemingen: alles wat we op het wereldwijde web zetten, hoe vluchtig of triviaal ook, wordt in het digitale grootboek bijgeschreven en blijft voor de eeuwigheid behouden. Eurocommissaris Viviane Reding wil ons hiervoor behoeden en het 'recht op vergetelheid' bij wet vastleggen. De gebruiker van zoekmachine, webwinkel en sociaal netwerk moet zijn sporen kunnen wissen.

Twin Towers
Maar wie de zinsnede 'het recht op vergetelheid' goed op zich laat inwerken, zal meteen beseffen dat deze richtlijn tegen de menselijke natuur ingaat. De virtuele realiteit komt namelijk tegemoet aan het diepgewortelde verlangen van de mens om zich juist aan de vergetelheid te onttrekken. Het is een verlangen dat van oudsher tot handelen aanzet. Wetenschappelijke theorieën en de weerlegging ervan, de Twin Towers en de vernietiging ervan, deze column en de reacties erop: uiteindelijk komt het allemaal tot stand door de wens iets meer achter te laten in deze wereld dan een scheefgezakte grafzerk.

Internet brengt dat ideaal binnen muisklikbereik. Voortaan kan iedereen over zijn eigen schaduw springen en vanaf The Cloud het nageslacht tot in lengte der dagen toezwaaien. Dat is een geruststellende en troostrijke gedachte. Het privacybewustzijn legt het dan ook met toewijding af tegen de wil om te worden herinnerd, al is het maar via een Facebookprofiel of YouTubefilmpje.

Hoezeer we de zegeningen van privacy ook bezingen, wie het genoegen van een online bestaan eenmaal heeft geproefd, zal zich niet zo snel laten verleiden tot een terugkeer naar een offline leven. Opgenomen worden in de virtuele publieke ruimte versterkt namelijk tevens de intuïtie dat een leven verstoken van zichtbaarheid, inherent aan de sfeer van de privacy, er nauwelijks toe doet.

Ook realityshows en docusoaps dragen hun steentje hieraan bij. Homo's komen uit de kast en maken van hun intieme bekentenis een publiek geheim, boeren bekennen hun liefde aan vrouwen en dingen met hun ontboezemingen naar de gunsten van het televisiepubliek. Soms gaat het ook mis. Zo werd onlangs in het Braziliaanse Big Brother-huis een laveloze deelneemster voor het oog van de wereld in haar slaap aangerand. Althans, een poging daartoe en tot het tegendeel bewezen is.

In de zucht naar intiem kapitaal zal men het terrein verder ontginnen en het is een kwestie van tijd voordat Endemol of een andere uitbater van het privédomein met een baanbrekend idee op de proppen komt. Misschien een aardige suggestie: zet een paar terminale patiënten in een Big Brother-achtig decor bij elkaar en beloon de laatste die het pand verlaat met een praalgraf voor de eeuwigheid. 'Het Sterfhuis' zal een kijkcijferkanon zijn.

Opa als hologram
Het uitventen van persoonlijke levenssferen - bemiddeld door oude en nieuwe media - heeft natuurlijk invloed op de perceptie van privacy. Het dreigt een leeg begrip te worden. Je kunt het ook anders stellen: wie de ketenen van anonimiteit van zich afschudt en de luiken van het huis opengooit, blijft te allen tijde zichtbaar. Particuliere belangen krijgen dan publieke betekenis en kunnen, als het een beetje meezit, de drager van die belangen overleven. En die ervaring beantwoordt aan de stille hoop langer mee te gaan dan de Voorzienigheid in petto heeft. Opa als hologram, gereconstrueerd naar zijn Facebooktestament, die zijn Twitterberichten al reutelend tot het einde der tijden opdreunt: de eeuwige wederkeer lonkt.

Dat betekent tevens de terugkeer van een tijd waarin 'alle dingen des levens een pronkende en gruwelijke openbaarheid kenden en elke levensverhouding als schouwspel gestalte kreeg'. Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen dus. De middeleeuwer had geen privacybewustzijn, de burger van de 18de en 19de eeuw wel, en bij de hedendaagse mediamens dooft dat bewustzijn langzaam weer uit. Het recht op vergetelheid is vandaag de dag slechts voorbehouden aan diegenen die buiten het netwerk vallen: zwervers, vluchtelingen en zelfverkozen nomaden.

Hans Schnitzler is cultuurfilosoof en columnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden