Opinie

'Recensenten zouden hun persoonlijke voorkeuren en afkeren weer publiek moeten maken'

Als zijn aanbeveling wordt opgevolgd, schrijft Chrétien Breukers, staan ons weer fraaie dingen te wachten - bittere polemieken bijvoorbeeld. Hij vindt dat recensenten hun persoonlijke voorkeuren en afkeren openlijk zouden moeten belijden.

Boekenbal 2012: Freek de Jonge en Tom Lanoye. Beeld null
Boekenbal 2012: Freek de Jonge en Tom Lanoye.

Op vrijdag 8 juni schreef Arie van den Berg het jaarlijkse stuk over de nominaties voor de C. Buddingh'-prijs in NRC Handelsblad die vandaag wordt uitgereikt, als onderdeel van Poetry International.

Er is rond die prijs nogal wat te doen geweest, omdat er ook een nagelaten debuutbundel van een dode dichter is genomineerd voor deze prijs: Jeroen Mettes. Over deze bundel schreef Van den Berg: 'Een half jaar lang wierp ik zelf steeds gefascineerd een tien minuten durende lezersblik op de pagina's van N30+ (zo heet die bundel, CB), om snel weer af te dalen naar het eigen huiselijk bestaan.'

Een verrassende persoonlijke inzet, en recensent Bouke Vlierhuis gaat nog wat verder. Hij besloot zijn voorspellende recensie met een opmerkelijke uitspraak: '(Max) Temmerman is melancholisch, maar meestal lichtvoetig. (Ellen) Deckwitz is zo duister dat het er soms wat dik bovenop ligt. Wie ik prefereer hangt dus grotendeels van het weer en mijn gemoedsgesteldheid af.'

Eerst dacht ik, dat hij een grapje maakte. Een paar minuten later besefte ik, dat hij juist de waarheid sprak, sterker: dat heel veel literaire oordelen precies op die manier tot stand komen. Het weer en de gemoedsgesteldheid van de bespreker spelen een grote rol. Ik zou daar aan willen toevallen: net als de persoonlijke, niet te beredeneren voorkeuren van de recensent.

Mijn opa rookte pijp. Dit heeft me voor de rest van mijn leven besmet met het idee dat mensen die pijp roken aardig zijn. Schrijvers die pijp roken bevestigen dat idee niet per se. Was Mulisch aardig? Of Simenon? Ik denk het niet, en toch zie ik Simenon altijd wel graag, op foto's en in filmpjes, eeuwig met die pijp in de weer.

De reden waarom ik een auteur wel of niet mag, en dat is inderdaad vaak een persoonlijke kwestie, blijft meestal onberedeneerd, is afhankelijk van dezelfde processen die ook een rol spelen bij het al dan niet mogen van niet-schrijvende medemensen. Alle uitleg, elke literatuurbeschouwing, is een voetnoot bij het onberedeneerde.

Zo kan ik zeggen: Simenon kwam uit Luik, niet ver van mijn geboortegrond vandaan. Zijn moeder kwam uit Belgisch-Limburg, net als mijn oma. Hij is een schrijver die sterk op zijn impulsen werkt, geen schaver, niet iemand die na vier of vijf jaar met een uitgewogen boek tevoorschijn komt, meer iemand voor zes romans per jaar. Daarnaast was hij een beetje een zeur, iemand met weinig uitgesproken opvattingen, en als hij moest kiezen was hij eerder opportunist dan held.

Hij was, kortom, een wat gewone man met hier en daar zijn dingen - zijn manische productie, zijn veelwijverij, zijn vrieskist-achtige karakter... en die pijp, en die heeft me toch over de streep getrokken, ooit, om zijn werk te gaan lezen. Werk waar ik vervolgens oprechte bewondering voor ben gaan koesteren.

Misschien is het goed om de literaire kritiek, die niet veel méér is dan de uitgewerkte, met een laagje beschaving bedekte uitwerking van persoonlijke voorkeuren, ja zelfs van voorkeuren voor bepaalde personen, los van hun werk, zich eens meer te laten richten op dit aspect, dat lezers misschien goed kennen maar waar in het openbaar niet over wordt geschreven.

Je hoeft niet iemand te zijn die in samenzweringstheorieën gelooft, om te zien hoe de hazen lopen, in de literaire wereld. Of beter, en ik trek de metafoor maar even consequent door: om te zien wie wel eens met wie een pijpje rookt. In het verleden besprak T. van Deel voor Trouw bijvoorbeeld regelmatig het werk van zijn goede vrienden Willem Brakman, Gerrit Krol of Jeroen Brouwers. Hij correspondeerde met die auteurs, zocht ze op en voorzag hun manuscripten van opmerkingen.

Dat was helemaal niet erg, integendeel. De genoemde auteurs hadden alleen maar voordeel van die package deal én ze waren verzekerd van aandacht in de literaire bijlage van Trouw. Het zou pas erg zijn geweest als Van Deel die wederzijdse vriendschap had ontkend, en het had willen doen voorkomen dat de letterkundige liefde voor de vriendschap ging.

Voor de schrijvers rond het tijdschrift Forum (Menno ter Braak. E. du Perron) was het van belang dat de schrijver een 'vent' was. Hij (toen was een schrijver over het algemeen nog een man) moest met de volledige inzet van zijn persoonlijkheid aanwezig zijn in zijn werk.

Ik pleit niet voor een terugkeer naar deze stellingname. Integendeel. De meeste schrijvers mogen wat mij betreft helemaal wegblijven uit hun literaire werken. Ik pleit voor iets anders, namelijk: voor het in de openbaarheid brengen van wat nu al onder de oppervlakte smeult; dat de gemiddelde recensent er, net als iedereen in het leven, maar een slag naar slaat, daarbij vooral gestuurd door persoonlijke voorkeuren en afkeren.

Natuurlijk leidt dit tot onredelijke besprekingen, op niet-literaire gronden. Maar wie de boekenbijlagen doorneemt, ziet al snel dat het proza van de meeste recensenten er een stuk leesbaarder van zouden worden. En dan heb ik het nog niet eens over de terugkeer van de bittere polemieken, die na W.F. Hermans en Gerrit Komrij een beetje zijn uitgebleven. Er staan ons nog fraaie dingen te wachten, als mijn aanbeveling wordt opgevolgd.

Na het schrijven van dit stukje ga ik de stad in. Een pijp kopen.

Chrétien Breukers is dichter, hoofdredacteur van literair weblog De Contrabas en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden