CommentaarSander van Walsum

Reacties op de bijtende snoek laten zien hoezeer Nederlanders vervreemd zijn geraakt van natuur

De bewoners van parkstad Nederland kunnen de laatste restjes grimmigheid van de natuur maar moeilijk verdragen.

Een snoek.

Dagelijks stellen miljoenen mensen in Nederland zich te land, ter zee en in de lucht bloot aan uiteenlopende gevaren. Vaak betalen ze er zelfs voor. Omwille van het gemak of het avontuur. Van de risico’s die zij lopen – alleen al met hun deelname aan het straatverkeer – zijn zij zich doorgaans terdege bewust. In de grote steden kan men zich er dagelijks van overtuigen hoe blijmoedig die risico’s worden aanvaard.

Aan die bereidheid ontbreekt het echter als een verblijf in de natuur – of wat daar in Nederland voor doorgaat – gevaren voor de recreant met zich blijkt mee te brengen. Dan eist de recreant opeens het recht op veiligheid voor zichzelf op, en moet de natuur van haar laatste restjes grimmigheid worden ontdaan.

Hoezeer Nederlanders vervreemd zijn geraakt van de oerstaat waarin het land zich bevond voordat het zich tot één grote parkstad ontwikkelde, blijkt uit de reacties op de beet van een snoek die een elfjarige recreant vorige week opliep in zwemplas Schoonhoven in Drenthe.

Dat het slachtoffer van de confrontatie is geschrokken, en dat haar moeder een foto van de verwonding op Facebook plaatste, is nog tot daar aan toe. Maar dat er vervolgens stemmen opgingen voor het leegvissen van de plas of voor andere maatregelen die het genot van zwemmers zouden moeten waarborgen, illustreert ons onvermogen om nog om te gaan met andere gevaren dan die welke we willen incalculeren. Als de recreant er zich al van bewust is dat hij het zwemwater deelt met vissen, is hij zich er kennelijk niet bewust dat die vissen hem ook kunnen aanraken – of bijten.

In parkstad Nederland – het sluitstuk van decennia ruimtelijke ordening – genieten dieren ‘in het wild’ een wankele gedoogstatus. Die kunnen ze verliezen als ze zich niet voegen naar de rol die mensen voor hen in gedachten hebben. De natuur is mooi zolang wij er onder onze eigen condities in kunnen recreëren. Maar ze moet op de schop zodra konikpaarden bij de Oostvaardersplassen sterfelijk blijken te zijn, of als snoeken tanden blijken te hebben. De natuur mag niet lijden – en al helemaal niet bijten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden