Opinie De achterkant van Amsterdam

Rapport over drugscriminaliteit moet met een kritische blik bekeken worden

Pieter Tops en Jan Tromp stellen in De achterkant van Amsterdam veel, maar onderbouwen weinig, betoogt Edwin Kruisbergen.

Drie mannen en een vrouw die via het darknet een postorderbedrijf voor drugs runden zijn dinsdag opgepakt in Amsterdam en Werkendam (2018). Beeld ANP Handouts

Vanwege de alarmerende toon verbaast alle aandacht voor het rapport De achterkant van Amsterdam niet. Maar voor wie zich verdiept in de inhoudelijke kwaliteit, is die verbijsterend. Wel klonk er enige kritiek op de aanbevelingen erin, waarop de auteurs alsnog een toelichting gaven (O&D, 10 september). Een beoordeling van de wetenschappelijke basis, mijns inziens belangrijker, bleef achterwege, op een goede bijdrage na van Bart de Koning op de site van Follow the Money. Vaak wordt nu verwezen naar het ‘onderzoek’ van bestuurskundige Tops en journalist Tromp. Pijnlijk, want na kritische weging zou het rapport niet zo vaak worden aangehaald. De stellige boodschap wordt namelijk niet of nauwelijks onderbouwd. Redeneringen en verwijzingen ontbreken vaak, of ze zijn niet altijd juist of valide.

Geldstromen

Wat was eigenlijk de opdracht voor Tops en Tromp? In de inleiding lezen we dat zij vooral hebben ‘geprobeerd enig zicht te krijgen op de omvang van de drugsgerelateerde geldstromen om vervolgens de vraag te stellen hoe dit criminele vermogen neerslaat in de stad’.

Deze vraag, vooral naar de omvang, wordt echter niet ­serieus behandeld. Wel staan er beweringen als: ‘Sommige personen uit deze netwerken hebben vermogens van honderden miljoenen en enkelen worden verondersteld miljardair te zijn’. Een behoorlijke onderbouwing ontbreekt.

Op sommige plekken vinden we iets dat met wat goede wil als onderbouwing opgevat kan worden. Zo schrijven ze dat in een WODC-rapport uit 2018 de jaarlijkse witwasgelden op 16 miljard worden geschat, en dat de helft daarvan afkomstig is uit drugshandel. Nu verdienen exacte schattingen op dit terrein op zichzelf al een kritische beschouwing, maar dat staat buiten het bereik van dit artikel. In het WODC-rapport lezen we dat het grootste deel van de geschatte 16 miljard uit het buitenland naar Nederland zou stromen. De criminele herkomst van het geld – met welk type misdaad is het verdiend? – wordt in het rapport alleen beschreven voor zover het met misdaad in Nederland is verdiend. Meer dan 70 procent van dat Nederlandse aandeel is, volgens het WODC-rapport, met fraude verdiend. En dus niet met drugs.

Tops en Tromp maken in het rapport ook eigen berekeningen, zoals van de jaarlijkse winst die in de hoofdstad met cocaïne gemaakt zou worden, en van de drugsomzet op het Amsterdam Dance Event. In verschillende stappen leggen ze uit waaruit de sommen bestaan. Die zijn vrij helder, hoewel ze soms over de omzet gaat, dan weer over de winst. De uitkomsten vormen echter totaal geen onderbouwing voor de veronderstelling dat er miljardairs onder de (Amsterdamse) drugscriminelen zijn.

Niet onderbouwd

Zulke forse en niet of nauwelijks onderbouwde uitspraken en suggesties doen de auteurs vaker. Zo is de ­situatie verslechterd de afgelopen jaren: ‘De economische en sociale aantrekkingskracht van de criminele ­wereld lijkt alleen maar sterker geworden.’ Wederom: een onderbouwing hiervan ontbreekt. De politie zou drugsbestrijding eigenlijk zinloos vinden: ‘(er is) in het korps een sterk ontwikkelde houding van: ach, die drugs, wat heeft bestrijding allemaal voor zin’. Sterker, legalisering van drugs is in de hoofdstad ‘een voldongen feit’ en er ‘wordt niet opgespoord’. Geen opsporingsonderzoeken gericht op drugshandel in Amsterdam? Het is simpelweg niet waar.

Verder ontbreekt een methodologische verantwoording in het rapport, evenals een beschrijving van de ­beperkingen van het onderzoek. Is het eigenlijk wel ‘onderzoek’? Op de ene plek heet het een ‘verkennend ­onderzoek’, elders staat dat ze ‘geen ‘eigen’ onderzoek’ hebben gedaan.

Klakkeloos

De auteurs hebben heel veel mensen geïnterviewd. Dat kan een goede basis zijn voor onderzoek. Maar of de gebruikte uitspraken zijn gecontroleerd, dat blijft onduidelijk. Dit doet vrezen dat uitspraken van respondenten klakkeloos zijn overgenomen. Bovendien: zijn interviews wel de juiste methode om zicht te krijgen op de omvang van criminele geldstromen?

Wetenschappelijk en onderzoeksjournalistiek voldoet Tops’ en Tromps werk niet. Het is vooral een pamflet. Drugscriminaliteit verdient de aandacht van wetenschappers, journalisten en opiniemakers. Laten we die rollen niet vermengen. Voor de eersten gelden andere eisen dan voor opiniemakers. Een hoger volume kan daarbij nooit een compensatie zijn voor gebrek aan zorgvuldigheid, onderbouwing en kritische reflectie.

Edwin Kruis­bergen is WODC-­onderzoeker en gespecialiseerd in de georganiseerde misdaad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden