Essay

Racisme is ook wat níét wordt gezegd en wat niet wordt gezien

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

Als het in Nederland over racisme gaat, denkt men doorgaans niet meteen aan anti-Aziatisch racisme, of zelfs helemaal niet. Voor schrijver en documentairemaker Pete Wu wordt die blinde vlek pijnlijk duidelijk wanneer hij bij de Racisme Kennisquiz aanschuift, een ­tv-programma dat het bewustzijn over racisme nota bene wil vergroten.

‘Ik had vroeger een Vietnamese vriendin, en die vond mijn vragen over Vietnamees eten ook niet erg’, wierp een quizdeelnemer me toe. ‘We moeten niet allemaal lange tenen gaan krijgen!’

Ik zakte nog net iets verder weg in een grote fauteuil tussen zes BN’ers in. We zaten in de studio om de Racisme Kennistest van BNNVara op te nemen (afgelopen zondag uitgezonden op NPO 3, op 21 maart, de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie). Het was een bonte mix van mensen: rapper Ronnie Flex, tv-persoonlijkheid Olcay Gulsen en influencer Selma Omari. Peter R. de Vries zat er ook bij, hij vond alle vragen onzin. Sanne Wallis de Vries vond dan weer alles wat Peter R. de Vries zei onzin.

Het was opvallend dat ik tussen deze deelnemers zat. Niet alleen omdat ik minder bekend ben (ik schreef een boek en maakte een documentaire voor de VPRO over de tweede generatie Chinese Nederlanders), maar vooral omdat Aziatische Nederlanders vaak niet meepraten als het in Nederland over racisme gaat. In zekere zin was het een belangrijke stap dat ik mocht meedoen aan deze quiz.

Ik was naar de Hilversumse studio gekomen als naïeveling, denkend dat het een kumbaya-sessie zou worden met gelijkgezinden. Maar voordat ik had kunnen uitvinden hoe iedereen in de studio over racisme tegenover Aziaten dacht, had die andere deelnemer het dus al over de lengte van mijn tenen. Zij was degene die mijn filterbubbeltje een paar keer flink doorprikte deze avond. Dat krijg je ervan als je gewend raakt aan de echokamers van je eigen kring: je wordt minder scherp, denkt dat je automatisch begrepen wordt, dat onbegrip vooral op Twitter een ding is, dat iedereen wel wist dat Oost-Aziatische Nederlanders óók ervaringen hebben met discriminatie en uitsluiting.

Ik ging ervan uit dat iedereen wist dat die ervaringen passen in een langere reeks van beledigingen en grappen die in hevigheid en zichtbaarheid toenamen sinds de uitbraak van het coronavirus. Dat in de Verenigde Staten het afgelopen jaar bijna vierduizend racistische incidenten tegen Aziaten zijn gemeld – en wellicht veel meer niet gemeld. Dat die dingen niet alleen dáár gebeuren, maar ook hier. Dat heel Nederland heeft gehoord van die oude Aziatische man die van zijn fiets is geschopt in Amsterdam-Noord, de jonge Chinese vrouw die in Tilburg met een mes is bewerkt, de Koreaanse jongen die in Zaandam in het gezicht is getrapt – allemaal in Nederland gebeurd sinds februari 2020.

Ik dacht ook dat iedereen wist hoe vrouwen van Aziatische komaf al decennialang worden geseksualiseerd in de westerse media, tot op het punt dat een 21-jarige schutter (een man met een seksverslaving, zo gaf hij toe) ze vorige week in Atlanta niet meer zag als volwaardige mensen, maar als ‘verleidingen’, als doelwitten.

Van slavernij, spreekkoren bij voetbalwedstrijden of etnisch profileren had iedereen wel gehoord. Maar van het ‘poepchinees’-geroep, het zingen van ‘Hanky Panky’ op scholen, het hoge percentage depressieve Chinese migranten(kinderen), het langdurige gebrek aan representatieve rolmodellen in de westerse media, de kunsten, de politiek, het onderwijs, het straatbeeld? Af en toe. En als we hier amper of nu pas over horen, is het dan wel echt zo erg, leek de betreffende quizdeelnemer te denken.

Ik dacht dat mensen wel wisten dat het een strijd was van ‘met z’n allen’ tegen de racisten, dat het logisch was dat ik ook bij een protest van Black Lives Matter stond. Dat mensen niet pas de urgentie van de hashtag #StopAsianHate inzagen nádat die racistische gek in Atlanta zes Aziatisch-Amerikaanse vrouwen had neergeschoten. Dat verhalen als die van mij er ook toe doen. Maar zo voelde niet iedereen dat dus, die avond in Hilversum.

Het meepraten was voor mij ook redelijk nieuw. Ik behoor tot een groep die zich lange tijd minder luid en zichtbaar heeft uitgesproken over discriminatie. Deels was dat een erfenis van onze ouders, die voornamelijk bezig waren met overleven en tegen ons zeiden: ‘Niks terugzeggen, dat maakt het leven makkelijker.’ Deels omdat het imago van ‘de Aziaat’ als perfecte modelminderheid ons leek te beschermen. Maar dat hield ons ergens ook klein en onzichtbaar.

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

Terwijl het wel een ding is, racisme tegen Aziaten; zwijgen betekent niet toestemmen, betekent niet dat het niet bestaat. We wisten er gewoon de woorden nog niet voor. Het vocabulaire heb ik moeten leren uit de gesprekken met en boeken van veelal zwarte activisten – het ongemak, het verdriet, de pijn: die ervaringen heb ik pas daarna kunnen benoemen.

Ik zag hoe de deelnemer daar, onder de hete studiolampen, voor het eerst leek te horen over bijvoorbeeld microagressies tegen Oost-Aziatische Nederlanders, dagelijkse opmerkingen die onbedoeld als negatief, uitsluitend of denigrerend over kunnen komen. Een ‘Waar kom je echt vandaan?’ of een ‘Maar Chinezen zijn slim en hardwerkend, dat is toch juist goed?’, bijvoorbeeld.

Representatie of het gebrek eraan doet er uiteraard toe. De enige andere Oost-Aziatische Nederlander die ik me kan herinneren van tv toen ik opgroeide, was Meneer Cheung in Ik hou van Holland op RTL 4. Hij quizde niet mee maar was de hofnar van Linda de Mol, die even Hollands liedjes moest komen meezingen, terwijl hij amper een woord Nederlands sprak. De makers hadden geen kwade intenties, natuurlijk, maar stereotyperingen zijn niet onschuldig.

Ik denk aan alle keren dat mensen ‘Jackie Chan’ naar mij riepen of een racistisch carnavalsliedje in mijn oor schreeuwden. Er was die keer in Wie is de Mol dat deelnemers tijdens een uitbeeldspel spleetogen trokken om de zanger Psy uit te beelden – u weet wel, van een van de herkenbaarste dansjes ter wereld (Gangnam Style). Die keer dat Radio 10-dj Lex Gaarthuis het een goed idee vond om een carnavalslied te draaien dat ging over hoe ‘stinkchinezen’ het coronavirus hebben veroorzaakt. Niet dat Meneer Cheung op mij leek, Jackie Chan of Psy ook niet, maar toch droegen ze bij aan het collectieve beeld wat mensen met ‘Azië’ of ‘Chinees’ associeerden – en dus ook met mij.

Hoe er in de media wordt gesproken (of niet gesproken) over de mensen die op mij lijken heeft natúúrlijk invloed op hoe anderen (en ikzelf!) naar mij kijken. Zoals mediawetenschapper Reza Kartosen-Wong onlangs nog in Trouw opmerkte, is het ‘anti-Aziatisch racisme (...) onlosmakelijk verbonden met de wijze waarop in onze media en cultuur wordt gesproken over mensen van Aziatische komaf.’

De seksverslaafde schutter in Atlanta leeft in een wereld waarin het stereotype beeld van de onderdanige geisha de boventoon voert, net als de geobjectiveerde hoer in de filmklassieker Full Metal Jacket en het pornogenre ‘verkrachting’ waarin meer dan de helft van de actrices Aziatisch is, zoals uit onderzoek bleek. En als instituten als Hollywood en Nederlandse televisie, maar ook online media, je niet op menselijke waarde schatten, waarom zouden andere mensen dat dan wel doen?

Dat we hier amper of pas nu iets over horen, laat het misschien lijken alsof het niet zo erg is. Tot er een moord wordt gepleegd op zes Aziatische Amerikanen en iedereen zegt: ‘Ja. Ja, natuurlijk.’

Amerikaanse toestanden? Vergeet niet dat we vorige week bij de Tweede Kamerverkiezingen partijen hebben grootgemaakt voor wie uitsluiting de kern van hun politiek is. Ik weet nog dat mijn Chinese vader me waarschuwde, als kind al, half-grappend, half-serieus: ‘Op een dag sturen ze ons weg omdat we anders zijn.’ Hoe kijken die partijen naar de groep Aziatische Nederlanders, zien zij daar ook één monocultuur in, zoals zij doen met moslims?

Ik hoop dat mensen begrijpen waar de opmerkingen van de tartende deelnemer in de Racisme Kennistest vandaan komen: van het begin van de glijdende schaal. Zij bagatelliseerde niet alleen racisme jegens Aziaten, maar het hele onderwerp ‘diversiteit’. Op mijn suggestie dat een bestuur alleen diverser kan worden als er wordt plaatsgemaakt door mensen aan de top, reageerde ze met: ‘Dat gaat vanzelf!’ Ík heb het ook gered als vrouw van kleur, dus wat is het probleem, leek ze te denken.

Die houding doet denken aan uitspraken als: ‘Ik ben ’s nachts onderweg naar huis nul keer aangerand, dus hoezo lopen vrouwen gevaar?’ Of: ‘Pride is niet nodig, want ik ken een homo in Nederland en die heeft het prima.’ Het gaat er niet om dat vrouwen zich op de juiste manier hebben aangepast aan een oneerlijke en onveilige situatie (in dit voorbeeld straatintimidatie), maar dat mannen moeten bijleren over de omgang met vrouwen. Pride drijft op het idee dat een gemarginaliseerde groep als de lhbtqi’ers vieren dat ook zij zichtbaar zichzelf mogen zijn – omdat niet-lhbtqi’ers dat ook elke dag al mogen zijn. Je weet wel: het grotere plaatje. Het systéém.

Het gaat mij niet alleen om mijzelf, maar om de andere Oost-Aziatische Nederlanders die niet in deze studio zaten, om de aanhoudende nieuwsberichten dat er ergens in de wereld weer iemand is aangevallen op klaarlichte dag, om de implicaties die dat heeft voor het beeld van Aziaten in Nederland. Om mijn vader die bang is dat we alsnog worden weggestuurd.

Het gaat mij erom dat verhalen en ervaringen zoals die van mij ook gehoord worden, net zo op waarde geschat worden als die van anderen. Mijn eigen identiteit kan mij vaak aan m’n reet roesten – en toch moeten we erover spreken. Zo’n beperkend identiteitslabel, ‘een die de onmetelijkheid van het menselijk bestaan simpelweg niet kan bevatten’, zo leerde ik onlangs opnieuw van NRC-columnist Clarice Gargard, moeten we juist om emancipatoire redenen nog dragen. Pas als we uit de verschillen in machtsposities breken, klassenverschillen of andere privileges, hoeven we het er níét meer over te hebben.

Het is fijn dat mensen van Oost-Aziatische komaf in Nederland eindelijk niet meer slechts in het publiek zitten, maar ook deelnemen aan het gesprek. Toen ik opgroeide in de jaren negentig en nul moest ik het vooral doen met televisie, Hollywoodfilms en tijdschriften als de Hitkrant, nu is er internet. Dat is bij uitstek een plek voor een diverser en democratisch aanbod aan eigen verhalen. Ik denk aan hoe Tumblr een rol speelde in de levens van vele queer pubers in de jaren nul, maar ook aan het aanbod aan Aziatisch-Nederlandse sterren nu, zoals Hanwe (937.000 YouTube-abonnees) en Brandon en Willem Chen, de tweeling van Vriendl00s (97.700 volgers op TikTok). Op Instagram heb je het call-outaccount @broodjekaasmetsambal, dat discriminatie tegen Aziaten in Nederland aankaart, maar ook populaire Nederlandse accounts van onmiskenbaar Aziatische gezichten als die van activisten Sioejeng Tsao en Rui Jun Luong.

Ook buiten internet zijn er de eerste lichtpuntjes: schrijver en actrice Nhung Dam, regisseur Charli Chung, editor en kinderboekenschrijver Chee-Han Kartosen-Wong met als klap op de vuurpijl straks Yến-Nhi Lê als een van de gezichten van de aankomende Omroep Zwart, en, als ik zo vrij mag zijn, mijn deelname aan de Racisme Kennistest.

Maar de tijd haalt ons in. Net nu ik dacht dat we een stapje dichterbij kwamen, net nu Steven Yeun als eerste acteur met Oost-Aziatische roots is genomineerd voor een Oscar, wordt aan de andere kant van de oceaan een stel Aziatische vrouwen neergeknald.

Daarom moeten we ervoor waken dat er te makkelijk wordt gedacht over ‘grappen’, over discriminatie en stereotypen, ook jegens Aziatische Nederlanders en zelfs tijdens een quiz over racisme. Racisme is ook wat er níét wordt gezegd, wat er niet wordt gezien. We wisten er de woorden nog niet voor. Nu wel.

Pete Wu (1985) is journalist en schrijver van De bananengeneratie – Over het dubbelleven van Chinese Nederlanders van nu. Hij maakte de VPRO-documentaire Pete en de bananen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden