Opinie Discriminatie

Racisme bestraffen heeft geen nut

Dingen veranderen alleen als we er tijd en aandacht voor nemen. Alles begint bij de bekentenis dat de racist, diegene die stiekem dan wel openlijk mensen beoordeelt op huidskleur, in ons allen zit, betoogt auteur Marcel Rözer.

Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreira. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Vreemd om te beseffen dat een boektitel uit 2005 in 2019 niet meer kan. Ik had in 2004 en 2005 lange interviews met Winston Bogarde, destijds de duurste voetbalreserve ter wereld.

Bogarde hield lange monologen, vertelde over openlijk en verborgen racisme en bezwoer dat ze hem er niet onder kregen. ‘Deze neger buigt voor niemand’ werd in een van de interviews een gevleugelde term. En uiteindelijk prijkte Bogardes uitspraak op de cover van het boek.

Eerlijk? Ik dacht destijds dat het wel meeviel met dat geconstateerde racisme, met die discriminatie. ‘Italië, daar is het pas erg’, zei ik tegen mensen die er naar aanleiding van het boek over begonnen. In de buurt van Milaan was ik er in 2003 getuige van dat Clarence Seedorf in zijn glanzende bolide staande werd gehouden door de carabinieri. Seedorf bleef opvallend kalm en zei naderhand dat hij meerdere malen per week (!) moest stoppen en werd ondervraagd.

Dus toen Bogarde vertelde over ­discriminatie in Nederland, nam ik het aanvankelijk met een korreltje zout. De woede die hierover in hem zat, had vast meer te maken met zijn ­karakter, zijn rol als jongste zoon in een gezin van veertien.

Racisme-alarm

In de loop van de jaren ben ik er anders over gaan denken. Eerst keerde de zin ‘zou het in Nederland dan toch?’ vaker terug in mijn hoofd. De grote verandering vond plaats toen ik twee jaar geleden een onderwijsklus kreeg in de Bijlmer. Op het roc van Amsterdam, locatie Fraijlemaborg, naast de Amsterdam Arena, zag ik de bittere werkelijkheid. Racisme en discriminatie zijn vaste onderdelen in het leven van de jonge mensen daar. In de vergaarbak die het mbo-onderwijs óók is, raakte de achterstand van veel studenten mij diep. Met een collega besprak ik regelmatig de wereld om ons heen, de conclusie was dat we erg blij waren met onze veilige woonplaats. Met ons leven aan de ‘witte kant’ van het spectrum.

De belangrijkste les die ik leerde was die over mijn eigen racisme. Elke dag werd ik geconfronteerd met mijn eigen vooroordelen. De Marokkaanse jongen met pet die in straattaal vertelde over zijn vader die medisch specialist was. De Surinaamse mevrouw die hoogleraar bleek en die ik had ingeschat als iemand van de schoonmaak. De kleurenpracht van de Bijlmer maakte me nederig en zette me aan het denken. Elke dag opnieuw.

Toen het racisme-alarm in Den Bosch deze week afging, moest ik allereerst denken aan Winston Bogarde, die vaak onbegrepen door het leven gaat. Dat heeft met zijn karakter te maken – niemand die hem kent zal zeggen dat hij een gemakkelijk mens is – maar misschien toch ook wel met zijn kleur. Altijd maar weer die druk om extra te presteren, want even goed is niet goed genoeg.

Laffe KNVB

Nadat ik commentaren en talkshows had gezien, viel me vooral op dat iedereen wees naar die domme jongens en mannen op de Bossche tribune die zich lieten meeslepen in hun negatieve en agressieve gedrag. Zo doen mensen (mannen) dat en zo ontstaan vechtpartijen, oorlogen en slachtingen. Dat wisten we toch al? Om onder ogen te zien dat dat gedrag in allen van ons aanwezig is, vergt tijd en veel energie.

Verwacht daarbij niet te veel van laffe organisaties als de KNVB. Of de overheid. Alles begint bij de bekentenis dat de racist, diegene die stiekem dan wel openlijk mensen beoordeelt op huidskleur, in ons allen zit. Keihard straffen, zoals velen roepen, heeft volgens mij weinig nut. In die zin gun ik iedereen een onderdompeling in een multiculturele school/wijk/omgeving.

Dingen veranderen alleen als we er tijd en aandacht voor nemen. En niet alleen na een incident als dat met Ahmad Mendes Moreira.

Marcel Rözer is docent en schrijver van Deze ­neger buigt voor niemand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden