Opinie

PVV wil islam vervolgen en iedereen zwijgt

Toen Wilders zei alle moskeeën te willen sluiten en de Koran te verbieden, bleef verontwaardiging uit.

Geert Wilders staat in de Tweede Kamer de pers te woord. Beeld anp

Bijna 76 jaar geleden, op 26 november 1940, protesteerde de Leidse jurist R.P. Cleveringa met een beroemd geworden rede tegen het kort tevoren door de Duitsers bekendgemaakte ontslag van alle Joodse ambtenaren. De zaal, het eerbiedwaardige Groot Auditorium van de universiteit, zat stampvol. Een van de aanwezigen was een Joodse rechtenstudente. Ze luisterde, en dacht: 'Ik hoor erbij.' Toen Cleveringa was uitgesproken, hieven de studenten spontaan het Wilhelmus aan.

Dit is niet alleen een mooi, hartverwarmend verhaal, het is ook veelzeggend: voor hen hoorde de afwijzing van de Jodenvervolging bij vaderlandsliefde. Dit blijkt ook uit dagboeken die Nederlanders schreven tijdens de Duitse bezetting. Nederland, zo dacht men toen, was bij uitstek een tolerante natie. Het was voortgekomen uit de strijd tegen geloofsvervolging in de 16de eeuw, had sindsdien gefungeerd als toevluchtsoord voor vrijdenkers en vervolgden en accepteerde dus niet de achterstelling van een religieuze minderheid. Een goed vaderlander was daar vanzelfsprekend tegen.

Ook als hij eigenlijk niet zo van Joden hield. In Nederland bestond natuurlijk antisemitisme. Maar dat was de kracht van dat idee van tolerantie: daarin zit al opgesloten dat je andere groepen niet zo mag, want anders is er niets te tolereren. Protestanten en katholieken koesterden ook de vreselijkste vooroordelen over elkaar - misschien nog wel erger dan tegenover Joden. Maar dat was nu juist de crux: je hoeft niet van je medeburgers te houden, om hun rechten te verdedigen. Al tijdens de oorlog ging het verhaal dat op een schutting in Amsterdam stond geschreven: 'Laat die rotmoffen met hun rotpoten van onze rotjoden afblijven.'

R.P. Cleveringa. Buste van Eja Siepman van den Berg.

Cleveringa's heldendaad zal weer herdacht worden. Maar wij betwijfelen of de boodschap van Cleveringa nog wordt gehoord in het Nederland van vandaag. Anno 2016 steunt immers een kwart van de Nederlanders een partij die de verkiezingen ingaat met de belofte alle moskeeën en islamitische scholen te sluiten en de Koran te verbieden.

Toen PVV-leider Geert Wilders in augustus dat voornemen bekendmaakte, was er nauwelijks verontwaardiging. De media richtten hun aandacht op de uitzonderlijke beknoptheid van het programma (één A4'tje) en de zwakke financiële onderbouwing. Analisten waren meer geïnteresseerd in Wilders' strategie - wil hij wel regeren? - dan in de schokkende inhoud van zijn plannen.

Ook zijn politieke rivalen waren voorzichtig met kritiek. Premier Rutte merkte weliswaar in Zomergasten terecht op dat het PVV-programma een bedreiging voor de rechtsstaat inhoudt, maar hij weigerde een coalitie met de PVV principieel uit te sluiten. Vanuit de samenleving had een eensgezind 'Dit nooit!' moeten klinken, maar tot nu toe blijft het stil.

Vergelijkingen maken met de bezettingstijd is tegenwoordig taboe. Dat is 'demoniseren', dat heet 'Godwin'. Maar zonder twijfel zou het Cleveringa ten diepste schokken dat de natie die ooit een heilig ontzag koesterde voor vrijheid van religie, nu nauwelijks opkijkt van een zo kwaadaardig voorstel als de vervolging van een compleet geloof. Wat heeft het voor zin vandaag zijn rede te herdenken, als we zelfs die simpele les niet willen horen?

Bart van der Boom is docent moderne Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Bas Kromhout is historicus en publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden