Museumbeleid

Publieksparticipatie is de nieuwe heilige koe

Musea halen gekke capriolen uit om te overleven. De 'behoefte van het publiek' is helaas bepalend.

Een bezoeker van de Kunsthal in Rotterdam, vorig jaar tijdens een tentoonstelling over Pastoe.Beeld anp

Ook meegedaan aan Mix Match Museum? Dat was de eerste zin van de Volkskrantreportage van Karolien Knols over publieksparticipatie in musea (V-bijlage, 10 december, pp. 8-9). Ja is mijn antwoord op deze vraag. Dergelijke online initiatieven om het publiek te betrekken bij de museumpraktijk volg ik met grote interesse, niet in de laatste plaats omdat ze voortkomen uit de nieuwe realiteit van budgettekorten. Het codewoord bij de subsidieverstrekkers luidt tegenwoordig publieksparticipatie, maar ze vergeten dat musea beter af zijn met financiële steun voor de kerntaken.

In het artikel analyseert de geïnterviewde Marjelle van Hoorn het online tentoonstellingsproject Mix Match Museum. Ze stelt terecht vast dat de uitleg van de deelnemers vaak summier is en inzichten omtrent de tentoonstellingsprocessen achterwege blijven. Je kunt je afvragen of een online platform hiervoor de uitgelezen manier is.

Toch kan het soms goed uitpakken. Dat bewees de MaakMee-tentoonstelling in de Kunsthal dit jaar. Deelnemers werden online geïnformeerd over het proces en konden vanaf het begin tot het einde meedenken en meedoen. Het resultaat was geen avant-gardetentoonstelling, maar daar was het ook niet voor bedoeld.

Worsteling

In het Mix Match Museum gaat het publiek vooraf aan bekende Nederlanders. Tegenwoordig is het de gewoonte om schrijvers, muzikanten en televisiepersonen te vragen voor tentoonstellingen. Het resultaat is dikwijls een associatief samenrapen van museumobjecten en het bevestigt enkel de afwezigheid van de curator.

Een dergelijke worsteling zag je ook bij het in het artikel aangehaalde publieksproject Give&Take van het Stadsmuseum Zoetermeer. Het laat goed zien wat niet werkt: bezoekers zelf een tentoonstelling laten samenstellen met 'spullen die gisteren nog bij de buurman op zolder lagen', aldus de openhartige directeur van het museum.

Maar wat wordt nu eigenlijk met publieksparticipatie bedoeld? Het veronderstelt dat de museumbezoeker actief bepaalt door deelname. Maar waar aan? De voorbeelden in het artikel maken het antwoord niet eenvoudiger. De bezigheden van een breiclub in een museum dragen niet wezenlijk bij aan een museumprogramma, maar zijn eerder een slimme inkomstenbron. Dat geldt ook voor het verhuren van een zaalmuur aan kunstenaars. Ook het genoemde project van David Bade, die zich laat inspireren door gesprekken met bewoners, gaat niet over een museumactiviteit pur sang. Dat betreft wel publiekswerkzaamheden in een museumdepot. Maar is dit niet gewoon een verkapte vorm van een snuffelstage?

Menno Jonker is zelfstandig curator, onderzoeker en redacteur.Beeld Arnout Brouwers

Behoeften

Denken vanuit de behoeften van het publiek, zoals Arnoud Odding veronderstelde, is echter niet vanzelfsprekend. Want hoe meet je die behoefte? Is het niet eerder een commerciële aanname, waar je gerust het bewust creëren van een publieksbehoefte tegenover kan zetten? Het succes van enkele Amerikaanse frisdranken bestaat niet omdat de consument een grote onvervulde wens had. Bovendien worden toneelstukken en Hollywoodfilms er niet leuker op als het publiek de hoeveelheid bloot en special effects mag bepalen. Tentoonstellingen zoals de aankomende Late Rembrandt in het Rijksmuseum ontstaan niet omdat museummedewerkers de straat opgingen om het publiek om raad te vragen. Nee, het zijn onderwerpen die voortkomen uit de kerntaak van het museum, namelijk onderzoek naar de collectie. Maar die tak is bij de meeste musea schrijnend genoeg al afgeknipt.

Minister Jet Bussemaker zei over het laatste cijfermatige cultuuroverzicht van OCW: 'We zien dat de gesubsidieerde sector beter inspeelt op de vraag van het publiek.' Van Hoorn beweert zelfs dat musea desnoods gedwongen hun programma moeten aanpassen aan de behoefte van het publiek. Wanneer de overheid zich via subsidies gaat bemoeien met de inhoud van musea, dan krijgen we een situatie vergelijkbaar met de pas gelanceerde wetenschapsvisie. Want ook hier is de strekking dat het publiek inspraak moet krijgen. Maar cultuur is geen product dat door het publiek uit de schappen getrokken kan worden, noch staat het in dienst van de vrije markt. Het is andersom. De economie dient te allen tijden onze cultuur en haar dragers, de musea en haar bezoekers, het publiek.

Minister Jet Bussemaker Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden