Interview De Kloof

Psycholoog Carsten de Dreu over polarisatie in de samenleving: ‘Biologie en cultuur beïnvloeden elkaar’

De tegenstellingen in Nederland openbaren zich in tal van geledingen. Waar ligt de oorsprong hiervan en waartoe zullen ze leiden? Aflevering 2 in een serie: psycholoog Carsten de Dreu.

Carsten de Dreu: ‘Ik zie politici als Macron onvast handelen.’ Beeld kiki groot

Carsten de Dreu, hoogleraar psychologie te Leiden en Spinoza-laureaat in 2018, kijkt om zich heen en wordt somber als hij de polarisatie ziet in de samenleving. Die lijkt soms niet alleen onbeheersbaar, maar levert ook schade op. ‘Het is geen systematische observatie, maar als ik de krant lees of me op Twitter begeef, zie ik het overal. En steeds gaat het over nieuwe onderwerpen. Voor beleidsmakers of bestuurders is het moeilijk om daar grip op te krijgen. Je kunt niet zeggen: we hebben een groep met een bepaalde overtuiging, daar stel ik dit of dat tegenover. Want er zit veel vluchtigheid in: morgen gaat het weer over iets anders. Op lange termijn is dit niet vol te houden.’

Hoe verklaart u die steeds wisselende coalities?

‘Mensen klitten samen om allerlei redenen. Veel andere groepsdieren doen dit op basis van genetische verwantschap. Het verloop in de samenstelling van de groep is dan beperkt. Herleid je de geschiedenis van de homo sapiens, dan zijn er aanwijzingen dat we in ons verre verleden veel meer op andere groepsdieren leken. We zaten in relatief stabiele, tribale systemen. Het was niet fluïde, zoals we vandaag de dag zien. We kunnen het systeem van afhankelijkheidsrelaties dus inmiddels flexibel toepassen. Dat is in de loop der geschiedenis zo gegroeid.’

Waar komt de natuurlijke neiging tot groepsvorming vandaan?

‘Het biedt veiligheid: als ik goed ben voor jou en jij voor mij ontstaat een systeem van indirecte wederkerigheid. Groepsgevoel is belangrijk in onze psychologische oriëntatie. In biologisch en evolutionair perspectief zie je het ook bij andere diersoorten. Prooidieren leven meestal in groepen. Als reactie daarop gaan sommige roofdieren dat ook doen en dan krijg je een soort wapenwedloop in het dierenrijk. Samenklitten is een manier om een probleem het hoofd te bieden én om kansen te realiseren. Daarbij zijn geborgenheid, aandacht, informatie en middelen leidend.’

Met het aantrekken van gele hesjes vormt zich een groep. De onvrede verzamelt zich onder één noemer, terwijl de motieven zeer verschillend zijn. Hoe hecht is zo’n band?

‘Zo’n groep is niet robuust. Als het gaat regenen, of er iets anders gebeurt, doet de één het hesje uit en gaat weer naar het voetbal, een ander levert het gele in voor een rood hesje. Die tijdelijke coalities dienen wijdlopige belangen. Als Macron vervolgens afziet van de verhoging van de brandstofprijzen dient hij dus slechts een deelbelang, een ander deel blijft gefrustreerd achter, en daar haken dan weer nieuwe mensen bij aan. Zo krijg je een constante reconfiguratie van groepen waarin je op een gegeven moment niet meer weet wie het aanspreekpunt is.’

En er valt steeds minder te polderen?

‘Je kunt pas onderhandelen als je te maken hebt met stabiele groepen en stabiele agenda’s.’

Dergelijk groepsgedrag is niet van levensbelang zoals bij andere diersoorten. Het lijkt op een zucht naar instant-bevrediging. Werp zo’n groep een kluif toe en het is weer een tijd rustig?

‘Dat is een strategie die niet werkt. Er ligt namelijk onzekerheid aan ten grondslag. Die wordt breed gedeeld, al verschijnt zij in steeds andere gedaanten. Je ziet dat mensen zich roepende voelen maar niet gehoord, dat ze geen controle voelen over hun bestaan. De reactie is dat mensen greep proberen te krijgen op de eigen situatie.’

En dat doe je door je af te zetten tegen de gevestigde orde?

‘Er zijn een aantal strategieën. Als je je onzeker voelt, ga je op zoek naar lotgenoten: safety in numbers, what-ever group it takes. De tweede strategie: de controle proberen terug te pakken via al dan niet zelfbedachte ideologieën. Eén daarvan is de samenzweringstheorie: je vindt houvast in het beeld dat er ergens mensen bezig zijn met allerlei machinaties, wat verklaart dat het allemaal zo ‘raar’ is. Een laatste element is het kortetermijndenken: als ik het nú kan pakken, dan pak ik het, want ik weet niet of het er morgen nog is. Ik ga niet onderhandelen.’

Waartoe leidt dit?

‘Het zet aan tot stress, en tot snel, hier en nu. Het leidt tot een bijziend handelen en bijziend denken. Dat kun je heel lang volhouden, maar zo kom je niet uit bij een gedeelde langetermijnstrategie over bijvoorbeeld een gepolariseerde kwestie als het klimaat. Over de noodzaak van de Deltawerken was men het in een paar dagen eens, de uitvoering nam vervolgens decennia in beslag. Het bewijst dat je een langetermijnvisie moet hebben om structurele problemen op te lossen. Als burgers en politici blijven steken in kortetermijnoplossingen in een fluïde speelveld, dan blijft overal dreiging bestaan.’

Kan zo’n massapsychose de samenleving duurzaam ontwrichten?

‘Dat is speculatief. De onzekerheid gebruik ik als hypothese voor al die schuivende panelen, maar het is vanuit mijn vakgebied moeilijk te bewijzen waar die vandaan komt. Laat staan dat ik kan zeggen waar de sociologische of politieke oplossing ligt.

‘Ik zie wel hoe politici als Macron onvast handelen. Dat kan voortkomen uit paniek, maar ook uit een gebrek aan kennis waardoor je geen grip krijgt. Ik mis vaak een goede analyse van de kloof in de samenleving: wat zijn de onderliggende factoren, en wat ligt dáár dan weer onder?’

Is er een wetenschappelijk onderbouwing voor dat gevoel van ‘wij’ tegen ‘zij’?

‘Eén mogelijke verklaring is dat we, terecht of onterecht, het gevoel hebben dat sprake is van schaarste, in termen van frisse lucht, tijd, status en middelen. Als er dan een andere groep is met dezelfde behoeften luidt de vraag: naar wie gaat die schaarste? Dan zijn ‘zij’ bedreigend.

‘In het wij-zij-denken bestaat de bereidheid om je voor de groep op te offeren. Wij zijn dus niet alleen groepsdieren, maar we zijn ook territoriaal. Daar spelen biologische en culturele factoren een rol. Maar hoe precies is onduidelijk. Daarover weten we nog erg weinig.

‘Vorig jaar zomer deed minister Blok van Buitenlandse Zaken de uitspraak dat wij-zij-denken genetisch voorbestemd is. Het huis was te klein, en terecht. Daarvoor is geen wetenschappelijk bewijs. En dat biologische processen een rol spelen, wil niet zeggen dat het genetisch is bepaald, of deterministisch is. Biologie en cultuur beïnvloeden elkaar. Ik doe daar momenteel onderzoek naar. Als je de biologische en culturele componenten kunt onderscheiden, kun je wellicht betere instrumenten ontwikkelen om de kloof beheersbaar te houden, om te voorkomen dat het bijvoorbeeld tot gewelddadige conflicten leidt. Maar dat zijn vooralsnog eindpunten aan de horizon.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.