InterviewCobie Groenendijk

Psychiater Cobie Groenendijk: ‘Maak het land beter met een nationaal zorgfonds’

Psychiaters hebben volgens Cobie Groenendijk vaak geen ruimte meer om ‘het verhaal achter de symptomen’ te reconstrueren.  Beeld Ivo van der Bent
Psychiaters hebben volgens Cobie Groenendijk vaak geen ruimte meer om ‘het verhaal achter de symptomen’ te reconstrueren.Beeld Ivo van der Bent

Marktwerking in de zorg is funest voor de geestelijke gezondheid, net als het idee dat je verantwoordelijk bent voor je eigen succes. Verbied dus het maken van winst, zegt psychiater Cobie Groenendijk. En geef mensen zekerheid.

Nederland is helemaal geen ontzettend gaaf land, zoals premier Rutte vaak beweert. Volgens de Amsterdamse psychiater Cobie Groenendijk (48) heeft het neoliberalisme op twee niveaus grote maatschappelijke schade aangericht en het land ziek gemaakt. ‘We zijn een onthechte en onveilige samenleving aan het worden, waarin relaties verbrokkelen. De bewieroking van perfectie en van individueel succes heeft geleid tot een ratrace met steeds meer stress en angst. En de vrees om te verliezen of te dalen op de sociaal-economische ladder voedt het wantrouwen en leidt tot aanzwellend complotdenken bij steeds meer mensen.’

Daarnaast is door het neoliberalisme het misverstand ontstaan dat de samenleving baat heeft bij vercommercialisering van de zorg. Twee heilige huisjes moeten daarom per direct om, stelt Groenendijk. Het idee dat psychisch lijden een individuele verantwoordelijkheid is, dat iedereen die geen succes heeft daar zelf schuldig aan is, leidt tot enorme schade en stress. En de vercommercialisering van de zorg dwingt tot oppervlakkige quick fix-zorg, in plaats van betekenisgevende en duurzame ondersteuning van mensen. ‘Velen zeggen dat het anders moet, maar in de praktijk zie ik nog maar bar weinig veranderen.’

Sinds de coronapandemie ziet de psychiater de rijen voor haar wachtkamer groeien. ‘Elke dag krijg ik wanhopige mensen aan de lijn die hulp nodig hebben: academisch werkende psychiaters die niet meer weten waar ze met suïcidale kinderen naartoe moeten. Mensen die hun baan verliezen, in uitzichtloze situaties terecht komen en mentale problemen ontwikkelen. Maar ik zit vol, en mijn collega’s ook. Het is heel pijnlijk om zoveel mensen de deur te moeten wijzen – mensen met problemen die ook lang niet allemáál in de behandelkamer van de psychiater kunnen worden opgelost.’

Groenendijk pleit voor preventie, voor investeringen in sociale structuren: in onderling contact, buurthuizen. ‘Er is behoefte aan een meer beschermende en verbindende omgeving. Met minder nadruk op excellentie, en meer nadruk op het normaliseren en accepteren van imperfectie.’

‘Meer veiligheid’ noemt ze dat. Niet via agenten, maar door te zorgen dat mensen zeker zijn van hun werk en woning en van hun recht op goed onderwijs. Precies zoals de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving onlangs bepleitte in het rapport Een eerlijke kans op gezond leven, waarin werd geconcludeerd dat mensen met een hoge opleiding vijftien jaar langer gezond blijven en zeven jaar langer leven. En waaruit blijkt dat mensen met een kleine beurs drie keer zo veel last hebben van depressies en angsten dan welgestelden. Wat Groenendijk echter mist in het verhaal van de Raad is ‘echte systeemkritiek’. ‘Inkomens- en vermogensherverdeling is de beste behandeling van psychisch lijden, zo blijkt uit onderzoek van de Britse sociaal-epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett.’

Groenendijk houdt als vrijgevestigd psychiater praktijk in Amsterdam-Zuid, waar ze in een zorgcollectief werkt met veel uit ggz-instellingen vertrokken collega’s. Een praktijk waar ze, tegen de commercialiseringstrend in, nabijheid, vertrouwen en werkplezier proberen te herstellen. ‘Het is een platte coöperatie zonder managers en zorgverzekeraars die je opjagen en onder druk zetten om nog ‘meer te produceren’.’

De afgelopen twintig jaar werkte ze in een academisch ziekenhuis, ggz-instellingen, een jeugdgevangenis, de gesloten jeugdzorg en de jeugd-ggz. Ze specialiseerde zich in de psychoanalytische psychotherapie, die zich richt op betekenisgeving en zoeken naar het verhaal achter het probleem. Kritisch en bezorgd als ze was over de privatisering van de zorg, de beperking van de vrije artsenkeuze en de eis van zorgverzekeraars om patiëntendata te delen werd ze actief in allerlei actiecomités, en uiteindelijk ook bij de SP.

U noemt Nederland ziek. Wat zijn de symptomen van die zieke maatschappij?

‘Minder sociale cohesie. Minder sociale contacten. Minder zekerheid. Meer geweld. Op individueel en collectief niveau groeit het lichamelijk en mentaal lijden. Ik denk dat dit symptomen zijn van een maatschappij die in grote stress verkeert. En waar mensen steeds meer in bubbels leven. Hoe meer bubbels, hoe meer wantrouwen.

‘En dit raakt niet alleen mensen onderaan de sociaal-economische ladder. Ook mensen met goede banen worden banger, krijgen minder vertrouwen. Ze lijden aan ‘the fear to fall’. Hun kinderen worden ook depressiever. Het is echt een gemeenschappelijk probleem. Neem het dedain waarmee wordt neergekeken op mensen die op het Museumplein tegen de lockdown demonstreren. De mensen die denigrerend ‘wappies’ worden genoemd, hebben als gevolg van de neoliberale privatiseringen vaak hun baan flexibel en onzeker zien worden, hun huis onbetaalbaar en de vercommercialiseerde zorg ontoegankelijker.’

Het neoliberalisme heeft de maatschappij onthecht, zo stelt u, en privatisering en commercialisering hebben de zorg verhard. Welke voorbeelden zag u daarvan in uw praktijk?

‘De afgelopen tien, twintig jaar hebben we met een overheid te maken gehad die tegen zorgverleners zegt: word maar ondernemer. Als ik de Nederlandse Zorgautoriteit bel, krijg ik een keuzemenu met de vraag: ‘Bent u ondernemer in de zorgmarkt, kies...’

‘Fundamentele beroepswaarden van psychiaters en psychologen, zoals goed doen en niet schaden, zijn op de tocht komen te staan. ‘Goed doen’ is betekenis geven en een vertrouwensband opbouwen, niet primair recepten voorschrijven en koersen op kortdurende zorg die alleen symptomen bestrijdt. Mensen met eenvoudige zorgverzekeringen mogen hun arts niet meer zelf kiezen. En dat terwijl in de geestelijke gezondheidszorg de vertrouwensband tussen arts en patiënt de doorslaggevende factor is voor een succesvolle behandeling.

‘Ronduit schadelijk is dat zorgverleners data over behandeluitkomsten jarenlang zonder toestemming van patiënten moesten doorgeven aan een databank die gelieerd is aan de zorgverzekeraar. Het idee was dat de zorg daarmee efficiënter en goedkoper zou worden, maar het werkte juist oppervlakkige symptoombestrijding in de hand. Wie geen data afstond, zou geen vergoeding meer krijgen van de verzekeraar. Terwijl bestuurders in Den Haag steeds minder transparantie tonen, worden mensen die in de zorg werken gedwongen om tot op de seconde precies te rapporteren wat ze doen.’

Heeft u daarom uw baan als psychiater bij een grote ggz-instelling in Amsterdam opgegeven?

‘Ik kon niet leven met het dataïsme in de zorg en de manier waarop de vertrouwelijkheid van de arts-patiëntrelatie daardoor op de tocht kwam te staan. Bij de instelling waar ik werkte, mocht ik de datahonger van zorgverzekeraars niet bespreken met mijn patiënten en ook niet publiekelijk aanvechten. De directie dreigde met ontslag als ik me niet aan de opgelegde zwijgplicht zou houden.

‘De druk werd zo groot dat ik uiteindelijk zelf mijn baan heb opgegeven. Na klachten van patiënten heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gezegd dat de in Nederland wijdverspreide dataverzamelingspraktijk illegaal was. De gegevens van honderdduizenden Nederlanders moesten worden vernietigd. Dat is ook gebeurd, maar tegelijkertijd is het geloof in dataïsme – dat patiëntendata verzameld moeten worden om kwaliteitszorg te kunnen inkopen – nog niet gestopt.

‘Een ander gevolg van de commercialisering van de zorg is de verwaarlozing van de zorgkwaliteit. Instellingen laten goedkope basispsychologen zonder medische BIG-registratie diagnosen stellen en psychotherapie geven, terwijl dat door specialisten zou moeten gebeuren. De psychiaters met een BIG-registratie zetten steeds vaker alleen nog maar een handtekening, geven een recept, doen misschien een paar gesprekken. Dat lijkt efficiënt op de korte termijn, maar er is geen ruimte om het verhaal achter de symptomen te reconstrueren, en te kijken hoe mensen op een andere manier met zichzelf en anderen kunnen omgaan. Het leidt tot draaideurpatiënten, en tot een exodus van goed opgeleide professionals uit de grote ggz-instellingen.’

Met als gevolg?

‘Dat het piept en kraakt in de instellingen. Ze krijgen de routinezorg niet meer rond en hun crisisdiensten niet meer bemand. Veel zorgverleners die de instellingen hebben verlaten, hebben een eigen praktijk opgezet om hun vak weer in de breedte te kunnen uitoefenen. Een ander deel laat zich tegen hogere tarieven weer inhuren en komt nu voorrijden om tegen 200 euro per uur wat handtekeningen voor medicatie voor patiënten te zetten.

‘Ook zijn er commerciële jongens die ggz-instellingen voor lichte problematiek starten en de dure, complexe zorg aan anderen overlaten. Zij doen wat de neoliberale politiek hun heeft gevraagd: zij zijn zorgondernemers geworden. Er zijn zelfs commerciële bureautjes die dit systeem uitbuiten. Gz-psychologen en psychiaters worden op LinkedIn wekelijks direct benaderd door die bureaus.’

Wat moet er volgens u veranderen?

‘Allereerst moeten inkomens en vermogens eerlijker worden verdeeld. Bestaanszekerheid is, zoals ik al zei, de beste preventie voor psychische klachten. De Engelse kinderarts en psychoanalyticus Donald Winnicott benadrukte het belang van een ‘holding environment’. We hebben als mens een warme, beschermde, veilige en geborgen omgeving nodig waarin we ons kunnen hechten. Daarna kun je naar buiten bewegen, creatief worden, exploreren, groeien en ontwikkelen. Een ‘holding environment’ betekent zekerheid op het gebied van werk, recht op een woning, goede toegang tot zorg, goed onderwijs.

‘Daarnaast moeten we stoppen met de vercommercialisering van de zorg. Stop met de ziektekostenpoliskeuzestress en voer één nationaal zorgfonds in. Zonder eigen risico en zorgtoeslagen. Gewoon de premies regelen via de belastingen: armen betalen wat minder, rijken wat meer. En stel een verbod in op winst in de hele zorg.’

Ook vindt Groenendijk dat er een noodfonds voor de jeugdzorg moet komen. ‘Nederland staat in de top van Europa wat betreft het opsluiten van kinderen in justitiële jeugdinrichtingen en gesloten jeugdzorginstellingen. Het merendeel van die kinderen komt uit de lagere sociaal-economische klassen. Bij jongens slaan de emoties naar buiten en uiten zich in geweld tegen de ander. Meisjes internaliseren emoties. Die gaan zichzelf snijden en doen meer suïcidepogingen.’ Deze jongeren hebben de meest intensieve zorg nodig, benadrukt Groenendijk. ‘Maar juist in instellingen is een groot gebrek aan gekwalificeerd personeel.’

Hoe kan dat?

‘Emeritus hoogleraar pedagogiek Micha de Winter constateerde in zijn rapport Onvoldoende beschermd uit 2019 dat de overheid de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar oud sinds de Tweede Wereldoorlog stelselmatig heeft verwaarloosd. Sinds de decentralisering van de jeugdzorg naar gemeenten in 2015 is de situatie alleen maar verergerd. Poliklinieken kinder- en jeugdpsychiatrie zijn uit voorzorg gesloten, omdat men vreesde dat er onvoldoende financiering zou komen. Jeugdinstellingen zijn omgevallen omdat het budget te krap werd. Gesloten jeugdzorginstellingen zijn opgeslokt door grotere partijen, waardoor veel behandelrelaties werden verstoord.

‘Heel veel expertise is verloren gegaan en er is een uittocht van psychiaters uit de jeugdzorg gaande. Jeugdpsychiaters zijn zich gaan richten op volwassenenpsychiatrie, omdat het te complex werd om in te schrijven op de Europese aanbestedingen die gemeenten uitschrijven. En omdat ze de motivatie verliezen en het gevoel hebben door een immense administratielast hun werk niet meer goed kunnen doen. Driekwart van de vrijgevestigde jeugdpsychiaters in Amsterdam heeft door die gekkigheid sinds 2016 de jeugdzorg verlaten! Kinderen en ouders zijn radeloos. De wachtlijsten zijn enorm. Het is vreselijk om nee te moeten verkopen.

‘Het Rijk moet in elk geval tijdelijk de regie weer overnemen van de gemeenten. En uiteindelijk moet de jeugdpsychiatrie weer in de reguliere zorg worden opgenomen, zodat al die psychologen en psychotherapeuten die gestopt zijn met jeugdzorg weer betaald krijgen voor het verlenen van zorg aan jongeren.

Maar dan luidt het antwoord van de Nederlander: wat u allemaal wilt, kunnen we helemaal niet betalen.

‘Weet je wat echt duur is? Sociale ongelijkheid. Ga maar na wat dat ons kost. Ik zei het net al: meer wantrouwen, minder sociale cohesie, meer geweld, meer ziekten, somatisch en psychisch, minder creativiteit, minder sociale mobiliteit. Dat zijn allemaal kosten. Hoe groter de vermogens- en inkomensverschillen, hoe meer burgers van elkaar verwijderd raken. Kijk maar naar de VS. Lees The Inner Level van Wilkinson en Pickett er maar op na, waarin ze beschrijven hoe gelijkwaardiger samenlevingen stress verminderen en gezondheid en algemeen welbevinden verhogen.’

Als we naar de uitslag van de verkiezingen kijken, wordt het moeilijk om dat te realiseren.

‘Het is vreemd ja: in enquêtes zegt 90 procent van de Nederlanders dat ze toegankelijke en goede publieke zorg belangrijk vinden, maar als ze gaan stemmen, kiezen ze veelal voor partijen die juist bezuinigen en privatiseren.’

Hoe kijkt u met uw psychiatersblik naar het wantrouwen dat nu ook greep heeft gekregen op politiek Den Haag?

‘Pieter Omtzigt en Renske Leijten hebben dankzij hun ambachtelijke parlementaire spitwerk laten zien dat mensen totaal vertrapt kunnen worden door bestuurlijke structuren. Dat ze bij voorbaat verdacht zijn verklaard, omdat ze een formulier niet goed hebben ingevuld. Omtzigt schrijft in zijn boek Een nieuw sociaal contract dat we moeten zorgen voor meer nabijheid en een meer dienende overheid. En hij zegt: het is niet te geloven dat we een minister-president hebben die van de burgers extra transparantie eist en zelf geen transparantie wil bieden en dingen vergeet. Als hij grote besluiten neemt over miljardendeals, staat hij niet toe dat daar notulen van worden gemaakt.

‘Rutte is een manager, zoals er ook veel rondlopen in de zorg. Die ziet de toeslagenaffaire en alle andere problemen niet als een symptoom van iets ernstigers, maar als iets waar hij even een taskforce voor moet instellen of een quick fix voor moet verzinnen: zoals een ‘functie elders’ voor Omtzigt. Hij doet niet aan betekenisgeving. Hij maakt geen verhaal, zoals in een goede therapie gebeurt. Een verhaal, een visie die helpt om dingen te begrijpen en te veranderen. Hij heeft niks met visie en langetermijnoplossingen.’

Welke diagnose valt daar op te plakken?

‘Nou, de tuchtrechter zegt dat we dat maar niet moeten doen. In gewone woorden zou je kunnen zeggen dat Rutte de realiteit loochent. Burgers spiegelen zich aan het bestuur. Als we meer cohesie willen in de maatschappij, zullen we toch ook bestuurders moeten hebben die eerlijk en oprecht contact maken, die de feiten onder ogen zien en de samenleving doorgronden en zien wat er gaande is. Er is behandeling nodig in de vorm van langetermijnbeleid. Pieter Omtzigt en Renske Leijten zouden daarom een mooi motorblok zijn van een nieuw kabinet.’

De Volkskrant inventariseert in deze interviewserie revolutionaire ideeën om Nederland te verbeteren. Onderwerpen die tijdens de formatie ­besproken zouden moeten worden.

Bas Mesters zet op woensdag 14 mei om 16.30 uur het gesprek met Cobie Groenendijk voort in een digitale bijeenkomst in debatcentrum De Tussenruimte in Den Haag. U kunt dan ook vragen stellen. Aanmelden kan via emma.nl/tussenruimte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden