Column The New York Times

Protesten in Hongkong leggen Beijings vicieuze cirkel bloot

Boordschutters van een tank salueren tijdens een parade ter gelegenheid van 70ste verjaardag van de Volksrepubliek China. Beeld AP

In 2001 publiceerde Gordon Chang, een Amerikaanse jurist die lang in Hongkong en Shanghai heeft gewoond, een boek met de onheilspellende titel The Coming Collapse of China (De aanstaande ineenstorting van China, red.). Dat leek destijds een onwaarschijnlijke, zo niet bespottelijke stelling. Nu niet meer.

China – of, liever gezegd, het Chinese regime – zit in de problemen. De gigantische militaire parade in Beijing ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de Volksrepubliek had veel weg van die in de Brezjnev-periode in de Sovjet-Unie: eindeloos militair vertoon en oude grijze mannen. Hongkong is de vierde achtereenvolgende maand van protesten ingegaan, gemarkeerd en bezoedeld door het neerschieten van een ongewapende tienerdemonstrant. De Chinese economie groeit het langzaamst van de afgelopen 27 jaar, zelfs volgens de rooskleurige officiële cijfers.

Intussen is er sprake van een kapitaalvlucht uit China – een geschatte 1,2 biljoen dollar in de afgelopen tien jaar – en buitenlandse investeerders wenden zich af van Chinese markten. De door Beijing luidkeels gepromote Nieuwe Zijderoute begint steeds meer te lijken op een moeras van corruptie, slechte investeringen en oninbare schulden. Daarnaast heeft het regime maar weinig en ook nog slechte opties om terug te slaan in de door Trump ingezette handelsoorlog. Tot slot heeft partijleider Xi Jinping een cultus geschapen met zichzelf als dictator in een stijl die we niet meer hebben gezien sinds Mao Zedong, de laatste rampzalige keizer van China.

Ooit leek de veronderstelde ontwikkeling zo helder. Binnenlands: snelle economische hervorming, trage politieke verandering. Pappen en nathouden. Internationaal: vreedzame opkomst, ontluikende macht. Het moest een schoolvoorbeeld van gecontroleerde ontwikkeling worden, een Middenrijk dat klaar was voor de 21ste eeuw.

Het is er niet van gekomen, om redenen die Chang en anderen lang geleden al zagen aankomen. Snelle groei is gemakkelijk zolang er volop goedkope arbeid en kapitaal voorhanden is. De meeste ontwikkelingslanden lopen echter onvermijdelijk in de zogenoemde middeninkomensval, als ze niet langer de kostenvoordelen van arme landen hebben maar nog niet de juridische, onderwijskundige of technologische voordelen van rijke landen.

De dilemma’s van Beijing gaan dieper. Economische hervormingen leiden tot plotse rijkdom en die nieuwe rijken zijn zeer vatbaar voor buitensporige omkoperij, vooral onder de machtige staatsbeambten. Omkoping prikkelt tot nog meer zelfbevoordeling en dat beïnvloedt economische besluitvorming negatief en kweekt cynisme onder de bevolking. Agressieve anticorruptiecampagnes zoals Xi die sinds zijn aantreden heeft gevoerd monden vaak uit in machtsspelletjes tussen politieke facties die om de buit strijden.

Het resultaat: nog meer corruptie, nog meer cynisme, nog meer onderdrukking. Hoe lang dat goed kan gaan, laat zich raden.

Volgens deskundigen als Larry Diamond en Minxin Pei hebben de meeste dictaturen een levensduur van ongeveer zeventig jaar. Het revolutionaire vuur dat de eerste generatie leiders bezielt en de machtshonger die de tweede generatie overeind houdt, leidt op een bepaald moment tot falend beleid, steeds meer ontevreden mensen, buitenlandse schokken en interne twijfels, en daaraan gaat de derde generatie leiders ten onder.

Vooral wanneer het regime met een heftig trauma te maken krijgt, in de vorm van een fiasco in het buitenlandbeleid, een economische schok of morele verontwaardiging. In de pogingen een antwoord te vinden op de protesten in Hongkong riskeert Beijing ze allemaal.

Hopen dat de demonstranten zichzelf in diskrediet brengen of domweg de moed verliezen, lijkt voorlopig niet te werken. Een keiharde reactie à la Plein van de Hemelse Vrede zou weer eens benadrukken hoe bruut en incompetent het regime is. Het zou de ondergang betekenen van Hongkong als mondiaal financieel centrum en de buren van China ertoe brengen zich tot de tanden te bewapenen en toenadering tot Washington te zoeken. 

Toegeven aan de eisen van de demonstranten – met name het toestaan van werkelijk algemeen kiesrecht – is het enige juiste, maar daarmee zou het regime een democratisch principe toestaan dat lijnrecht indruist tegen haar zelfbehoud.

Sceptici zullen opmerken dat door de cultureel diepgewortelde Chinese afkeer van politieke verdeeldheid en chaos de Chinezen op het vasteland ertoe zullen neigen om vóór een harde lijn tegen Hongkong te zijn. En niets in Xi’s daden of houding wijst erop dat hij last heeft van Gorbatsjov-achtige twijfels over het soort regime dat hij leidt of over zijn recht om zijn macht met alle mogelijke middelen te handhaven. Maar als de strubbelingen van het regime iets aantonen, is het wel dat de huidige Chinese despoot niet meer verlicht is dan despoten elders en dat het Chinese volk niet minder gretig verlangt naar wat mensen elders hebben: gerechtigheid, eerlijkheid, rechten, vrij zijn van angst, zelf vrij zijn. In de dreigende Chinese crisis schemert het mens-zijn door.

Dit is de ingekorte versie van een column van Bret Stephens in The New York Times.
Vertaling: Leo Reijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden