OpinieTaalonderwijs

Privatisering heeft taalonderwijs genekt

Zolang er marktwerking is in het taalonderwijs voor inburgeraars, liggen misstanden voor de hand, betoogt Mieneke Demirdjian. 

Les in Nederlands als tweede taal in Amsterdam. Beeld arie kievit

Er is miljoenenfraude in het taalonderwijs voor migranten, zo bleek onlangs uit onderzoek van de Volkskrant (Ten eerste, 23 mei). Op sommige plaatsen worden helemaal geen lessen gegeven in ruil voor de 10 duizend euro die een cursist maximaal mag lenen, er worden wel laptops en cadeaubonnen uitgedeeld. De rest van het geld wordt vervolgens geïnd door de taalschool.

Het zouden ‘Arabisch sprekende ronselaars’ zijn die zich hieraan schuldig maken. Een van de oorzaken zou zijn dat iedereen in het huidige systeem een taalschool kan oprichten. En volgens het OM wordt fraude mede mogelijk gemaakt doordat wij een ‘open, voor iedereen toegankelijk systeem’ hebben, waardoor misbruik eenvoudig is.

Het is goed dat er aandacht is voor dit soort fraude. Waar ik echter veel minder over hoor, is de ronduit belabberde situatie van het hele onderwijs in Nederlands als tweede taal (NT2). Dit type onderwijs is in 2007 geprivatiseerd: het is de markt die zijn werk doet. Door de marktwerking zouden de goede taalscholen vanzelf boven komen drijven.

Maar door de marktwerking moet het allemaal zo goedkoop mogelijk: cursisten krijgen twee à drie keer in de week les, tweeënhalf of drie uur per les. Op de leslocaties zijn te weinig goede leermiddelen aanwezig, zoals pc’s of een beamer, en anders zijn ze vaak te oud. Om van een digibord nog maar te zwijgen.

Bij elkaar rapen

Sommige scholen verstrekken zelfs helemaal geen lesmethode aan de cursisten; de docent moet dan het leermateriaal allemaal een beetje bij elkaar rapen of kopiëren uit bestaande methodes. Veel locaties waar ik heb gewerkt, waren oud, benauwd en werden veel te weinig schoongemaakt. Deze stonden soms in schril contrast met de vaak ruime, lichte kantoren, met alles erop en eraan.

Voor de privatisering is ingevoerd kregen cursisten vaak vier keer in de week les, soms iedere dag – dat ben ik daarna nooit meer tegengekomen. Vrijwel alle NT2-docenten zijn zzp’er of werken op tijdelijke contracten; er wordt niet of nauwelijks regelmatig in teams gewerkt en er is vaak weinig overleg en ondersteuning. In tegenstelling tot het ondersteunend personeel, zoals projectleiders en administratief medewerkers, die regelmatig wél vaste contracten hebben.

Docenten hebben vaak te maken met zeer grote verschillen binnen de klas, ik heb meegemaakt dat ik tegelijkertijd les moest geven aan analfabeten en inburgeraars die in hun eigen taal konden schrijven en lezen. Ook vindt er veel zij-instroom plaats. Zo kan het gebeuren dat in dezelfde groep sommige cursisten slechts een paar woordjes Nederlands spreken, en anderen al een paar weken later het inburgeringsexamen moeten afleggen.

Het NT2-onderwijs valt niet onder ‘onderwijs’. Een raadsel, want wat is het dan wel? En is dit de reden van de lage salariëring van docenten in vergelijking met het reguliere onderwijs? Waar NT2 wel onder valt, is onduidelijk en één van de consequenties is dat er geen vakbond is die een cao zou kunnen afsluiten met de taalscholen, want de vakbond kan in deze situatie alleen opkomen voor individuele belangen van de leden en niet voor het collectieve belang.

Geen kritiek

Omdat docenten op tijdelijke contracten werken of zzp’er zijn, durft vrijwel niemand kritiek te leveren, want de samenwerking kan heel gemakkelijk worden opgezegd; tijdelijke contracten kunnen zonder opgaaf van reden opgezegd worden. Ook is het niet nodig om uit te leggen dat een zzp’er geen nieuwe opdracht krijgt.

Het is mooi dat het leenstelsel wordt geschrapt en gemeenten direct contracten aangaan met de taalscholen, volgens de nieuwe inburgeringswet van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) die in 2021 ingaat. Wat echter blijft, is de marktwerking: Koolmees wil die behouden. Zo kan het NT2-onderwijs dus nog steeds het stiefkind blijven van het reguliere onderwijs, waar al zoveel problemen zijn zónder marktwerking. Ook onder de nieuwe wet zullen allerlei misstanden mogelijk blijven.

Zo kunnen we blijven wijzen naar die ‘ander’, de ‘Arabisch sprekende ronselaar’, want die heeft het samen met die opportunistische nieuwkomers wel erg slecht gedaan. En dan hoeven we niet te kijken naar onszelf, naar ons geprivatiseerde systeem voor de inburgeraar.

Cursisten en docenten vormen de kern van het NT2-onderwijs, maar in de praktijk behoren zij zo vaak tot de flexibele schil van de taalscholen, dat ze slechts de sluitpost van de begroting vormen.

 Mieneke Demirdjian is docent Nederlands als tweede taal (NT2).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden