Column

Presenteren én interviewen is het allermoeilijkst

Presenteren moet je leren.

Thomas Erdbrink als presentator van Zomergasten. Beeld .

Geen moeilijker vak dan dat van televisiepresentator. Nergens sta je zo te kijk als op dat onbarmhartige scherm. Zodra jouw wervend lachende gezicht in beeld komt, zijn 'alle ogen gericht op Kwatta' (reclameslogan uit lang vervlogen tijden voor een chocoladereep).

Voor een debuterend presentator is dat Kwattagevoel een hele schrik. Dacht hij, veilig thuis aan de andere kant van de televisie met daarop moeiteloos opererende gerenommeerde presentatoren nog: dat kan ik ook, eenmaal zelf voor de camera wordt hij overmand door zenuwen, claustrofobie en gêne. Geconfronteerd met een angstwekkend vacuüm houdt hij zijn gelaatsuitdrukking nauwelijks in bedwang en zijn ogen worden o, als schoteltjes zo groot. De geijkte metafoor dringt zich op: konijn in lichtbundel.

Op de repetities kon hij de aankondigingen die hij van buiten heeft geleerd (en die nog op de autocue staat ook!) nog vlekkeloos reproduceren, maar op het moment suprême komen de zinnetjes er met een hakkelende snerpstem uit, zoals die van een schooljongen die een leesbeurt krijgt.

Wat ook tegenvalt: zo'n tweegesprek voor dat zelfde meedogenloze medium. Het is bijna ondoenlijk om de vragen die een veelkoppige redactie heeft voorbereid en waarvan hij hoopte ze zich 'eigen te hebben gemaakt', op organische wijze uit zijn mond te laten rollen.

Om, na het stellen van een vraag, aandachtig maar ontspannen te luisteren naar het antwoord van de geïnterviewde zonder te laten merken dat hij intussen koortsachtig zit te bedenken wanneer de volgende vraag aan de beurt komt.

Om te lachen om haar of zijn grapjes, in te spelen op onverwachte gesprekswendingen, te verdoezelen dat hij de culturele, intellectuele of psychologische bagage mist om hem of haar adequaat het hoofd te kunnen bieden.

Maar nog het allermoeilijkst: een combinatie van die twee, dus afwisselend presenteren en interviewen.

Om voor, na en midden in het gesprek op geserreerde wijze te melden wat de kijker zoal te wachten staat en zich vervolgens met een intiemere gelaatsuitdrukking weer tot de gesprekspartner te wenden.

Op de theaterschool doen aankomende acteurs er drie jaar over om deze techniek (het spelen van een 'overgang') onder de knie te krijgen. En eenmaal op de planken oefenen ze elke avond verder. Zoals het ook bij de televisie jarenlang duurt voor een presentator-interviewer, afhankelijk van zijn souplesse, koelbloedigheid en vooral van zijn talent, moeiteloos van rol (en blikrichting) verandert. Ik denk hierbij aan Koos Postema, Jeroen Pauw, Hanneke Groenteman en Adriaan van Dis. Waar blijft de jongere garde?

De VPRO is mijn favoriete omroep. Ik heb genoten van hun documentaires, zoals die van de fotograaf langs de Yangtze, van de blondino in Parijs en van... Onze man in Teheran.

Kwamen in Thomas Erdbrinks eigen reportages zijn gevoel voor humor, intelligentie en charme ruimschoots tot hun recht, wie gevangen zit in het cocon van een voorgeprogrammeerde uitzending, moet van doorgewinterder huize komen.

De VPRO zou zijn nieuwverworven coryfeeën, alvorens hen in het diepe te gooien, eerst moeten leren zwemmen.

Maar liever nog zie ik volgend jaar weer een professionele zomergastvrouw of -heer van de duikplank springen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden