opinie suïcide

‘Praten kan een begin zijn om suïcide te voorkomen’

Praten kan een begin zijn om suïcide te voorkomen. Praten neemt de eenzaamheid weg en lucht op. 

Koningin Maxima bezoekt de vrijwilligersdag van stichting 113 Zelfmoordpreventie, 2018. Beeld ANP

Ik ben geen psychiater. En ook geen psycholoog. Maar achttien jaar geleden sprong ik voor een trein als gevolg van een depressie. Twaalf uur later werd ik wakker in het VU-ziekenhuis. In de tussentijd waren mijn beide benen geamputeerd.

In 2012 heb ik mijn verhaal gepubliceerd. En sindsdien word ik regelmatig uitgenodigd om het verhaal over mijn zelfmoordpoging te vertellen. Pardon: mijn suïcidepoging. Want wat René Diekstra zegt: zelfmoord is zeker voor nabestaanden een gruwelijk emotioneel beladen term (Opinie, 19 januari). Een paar jaar geleden, vlak voordat ik aan een voordracht begon, kwam een vrouw van middelbare leeftijd naar mij toe. Ze wilde mij een cadeautje geven. Er zat een kaart bij. Op de kaart stonden bloemen. En of ik toch alsjeblieft de kaart wilde lezen, voordat ik mijn verhaal zou vertellen, die avond.

Ik citeer: ‘Mijn dochter heeft een einde aan haar leven gemaakt toen ze 29 jaar jong was. En sindsdien heb ik mij voorgenomen, telkens als iemand het over ‘zelfmoord’ heeft erop te wijzen dat het zo’n vreselijke term is. Elke keer als ik dat woord hoor, krimpt mijn hele lijf ineen. Mijn kind was geen moordenaar.’

Zoals Diekstra zegt, zijn er instanties die zich juist met preventie bezighouden en wel de term zelfmoord blijven gebruiken. Hij verbaast zich daarover. Maar wellicht onterecht: want bijvoorbeeld ‘113 online’ heeft vaker aangegeven dat mensen die op zoek zijn naar hulp, online juist ‘zelfmoord’ als zoekterm opgeven. En dan wil je als hulpbiedende instantie natuurlijk vindbaar zijn.

Dat de behoefte om te praten over suïcide en suïcidegedachten toeneemt, merk ik aan het aantal bezoekers dat naar een voordracht komt. Waren er voorheen soms niet meer dan tien mensen, nu is het bijna altijd vol. En dat is echt niet omdat ik zo’n geweldige spreker ben. Wel omdat ik een van de weinige mensen ben die open over zijn suïcidegedachten en aanverwante thema’s (depressie, angststoornis) spreekt.

Door mijn verhaal te vertellen, wordt het voor toehoorders iets makkelijker om over hun eigen problemen te beginnen. Dat blijkt tijdens de vragenronde. Zelden zijn er daadwerkelijk vragen. In plaats daarvan willen mensen hun eigen ervaring delen. Niet in de laatste plaats gaat het daarbij over gebrekkige hulpverlening: lange wachttijden, therapeuten die de patiënt niet zouden begrijpen. En ook over het taboe om over doodsverlangens te praten.

Mensen spreken mij aan, omdat ze denken dat ik hen begrijp: ‘Want jij hebt het zelf meegemaakt!’ De kracht van de ervaringsdeskundige? En dan heb ik het niet alleen over degenen die het direct betreft, maar ook over omstanders: familieleden, ouders bijvoorbeeld, die mij vragen, smeken haast, om contact op te nemen met hun depressieve kind.

Met een van hen (een jongen, eind 20) communiceer ik inmiddels al een aantal jaren. Hij zegt dat praten met mij over zijn suïcidegedachten oplucht. En hij is er nog steeds. Zelfs nu hij, zo heeft hij mij verteld, via via aan een dodelijke hoeveelheid medicijnen is gekomen. Dat flesje staat al een tijdje in zijn koelkast. Het geeft hem rust, zegt hij. Er is een ‘zachte’ uitweg beschikbaar. Dat motiveert om toch elke keer nog even door te gaan, aldus de jongeman.

Maar er is een probleem. De houdbaarheid van dit middel zal binnenkort verstrijken. Paniek! Want wat als hij niet in staat is dit middel opnieuw te bemachtigen? Moet hij het flesje dan nu maar snel innemen, vroeg hij mij, om straks niet in een situatie te komen, waarin geen zachte uitweg meer voorhanden is?

Diekstra citeert Alberto Radicati

‘... dat de mens in staat is om een wijs besluit over zijn eigen leven of dood te nemen’. Maar ben je eigenlijk wel in staat om een wijs besluit te nemen over eigen leven of dood? Het is geen wiskunde. Je kunt geen röntgenfoto laten maken.

Uit gesprekken die ik met betrokkenen heb gevoerd, is gebleken dat mensen die een suïcidepoging doen, vooraf vaak wel degelijk op zoek zijn geweest naar hulp. Maar dat die zoektocht is vastgelopen, om wat voor reden dan ook. En dan rijst een tweede probleem, namelijk eenzaamheid: ‘Niemand begrijpt mij!’ Of de wanhoop: ‘Hoe kan ik nog verder leven op deze manier?’

Mag je concluderen dat mensen die een einde aan hun leven maken, wellicht alleen een einde aan hun problemen willen maken, maar na verloop van tijd het verschil tussen beide niet meer kunnen zien? Zoals Diekstra zegt: ‘Mijn doel is de ander te helpen beseffen dat er naast zelfdoding misschien ook nog andere kaarten zijn die op tafel kunnen worden gelegd.’

Zelf noem ik het mensen een aantrekkelijk alternatief bieden: een leven zonder depressie, psychose, angstaanvallen of welk ander probleem dan ook. Makkelijker gezegd dan gedaan. Er bestaan geen garanties. Maar praten, zonder vooroordelen en zonder taboes, kan een begin zijn. Praten neemt ook de eenzaamheid weg. Praten lucht op.

Een toekomst met meer suïcides? Laten we erover praten. Om erger te voorkomen.

Viktor Staudt is schrijver van o.a. Het verhaal van mijn zelfmoord (Uitg. Nieuw Amsterdam).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden