Column Aleid Truijens

Práát met je kind, zelfs de Hema zegt het

Ik schoot in de lach toen ik het las, in Metro. De Hema Foundation – ja, die bestaat – ‘wil ouders aanmoedigen direct vanaf de geboorte met hun kind te praten’. Goh. Zijn er ouders die dat níét doen? Niets zo heerlijk als het gedachteloze gezingzang en gebrabbel tegen een baby, met je neus in het geurige kruintje. Of het vanzelfsprekende, oeverloze en ontspannen geklets met een peuter, de hele dag door. Wie doet dat nu niet?

Nou, dat valt tegen. Voor de campagne VerderVertellen entameerde de Hema onderzoek onder leiding van Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Tilburg. Daaruit blijkt dat ouders steeds minder met hun kinderen praten. In plaats daarvan zitten ze te pielen op hun smartphone, met de kinderen naast zich. Dat is een van de oorzaken van de taalachterstand die onderzoekers constateerden bij een kwart van de Nederlandse kinderen. Het gezellige brabbelen is trouwens ook niet goed, zegt Sitskoorn. Gebruik liever gewone woorden en volledige zinnen. Dus geen ‘happetapje’ en ‘tapie doen’.

Ik begrijp die ouders wel. Na een lange werkdag en vóór het spitsuur met de kinderen wil je graag het nieuws checken, of je stapel appjes. Even niet aanspreekbaar zijn. Maar soms is het hartverscheurend. Zo’n kind in een buggy in de tram dat lacht naar zijn vader of moeder, die lusteloos door Insta scrolt. Alsof er een zak aardappelen in dat wagentje ligt en niet hun allerliefste die naar aandacht hunkert. Ik moet me inhouden om niet bemoeizuchtig ‘Práát met dat kind!’ te roepen. Of om niet boos te worden als ik, neuroot, als enige op het strand een peuter de woeste branding in zie rennen, terwijl alle ouders verdiept zijn in hun telefoon.

Grote kans dat die kinderen naast de ouders op de bank óók op een schermpje kijken. Die zijn dan dubbel gehandicapt, want ook de eigen schermtijd leidt tot taalachterstand. Dat meldden onderzoekers al in 2017 op een bijeenkomst van academische verenigingen voor kindergeneeskunde: hoe meer uren achter een schermpje, des te groter de taalachterstand. Kinderen jonger dan 18 maanden zouden niet naar beeldschermen moeten kijken, vonden Amerikaanse kinderartsen. Niet alleen de taalvaardigheid wordt belemmerd, ook de sociale en fysieke vaardigheden. Dat werd bevestigd in een meerjarig onderzoek onder 2.441 kinderen tussen 24 en 60 maanden aan de University of Calgary. Niet alleen het urenlange kijken is schadelijk, maar vooral wat kinderen in die tijd níét doen: samen praten, zingen, spelen, rennen, fietsen, schommelen, in bomen klimmen, rollen door het gras. Bezigheden die soms gevaarlijk zijn of waarvan je vies wordt, en die ouderlijke aandacht vereisen. Maar wie zulke spelletjes zelden doet, loopt kans eenzelvig, verbaal zwak, dik en onhandig te worden.

Kinderen zijn dol op schermpjes – een kwestie van conditionering – en ouders zien hun kinderen graag gelukkig. Vooral als ze zichzelf dan ook even kunnen wijden aan hun verslaving. De waarschuwing dat al dat getuur op schermen niet goed is, komt niet aan. Niet zo gek, omdat vrijwel alle scholen de zegeningen van het beeldschermleren prediken en gretig de diensten van Apple en Google afnemen. Hoe slecht kan het dan zijn?

Grappig dat het ook de commercie is die waarschuwt tegen te veel beeldschermtijd, zoals de reclame van provider Ben (‘Hé koekoe, praat met me, moeder!’) en nu Hema. Helemaal analoog gaat het niet. Bij het door Hema speciaal uitgegeven Nijntje-boekje zit een ‘interactieve’ app. Knus gezeten rond het schermpje kunnen ouders en kleintjes met elkaar leren praten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden