Politisering leidt tot een gevaarlijke vermenging van feit en fictie

Er is een sluipende politisering van het openbare leven gaande. Mocht deze zich doorzetten, dan zal dat vroeg of laat het einde van ons klassieke onderscheid tussen feit en fictie inluiden.

Kolencentrale in Duitsland. Veel rechtse en conservatieve denkers geloven zozeer in de Bijbel, technologie of marktwerking dat ze de realiteit van zaken als klimaatverandering niet willen zien. Beeld getty

De afgelopen eeuwen heeft het Westen twee geweldige prestaties tot stand gebracht. Ten eerste het vermogen om feiten te scheppen die losstaan van de gangbare meningsvorming. Wij erkennen de waarde van toetsbare uitspraken zoals de bewering dat Willem van Oranje in 1584 werd vermoord, dat de afstand tot de zon 149.600.000 kilometer bedraagt en dat de gemiddelde levensverwachting van vrouwen iets hoger dan die van mannen is. Men kan van deze feiten vinden wat men wil, maar ze zullen daardoor niet veranderen.

Ten tweede heeft de menselijke verbeelding zich in alle vrijheid kunnen ontwikkelen, ook als ze op gespannen voet stond met gangbare denkbeelden. We erkennen de relevantie van verzonnen werelden zoals die in literatuur of film. Ook daarover kun je verschillend oordelen, maar we willen dat soort fictie niet inperken. Daarmee is niet gezegd dat het onderscheid tussen feit en fictie altijd even helder is, maar wat we in het Westen liever niet doen is beide door elkaar halen.

Het spreekt voor zich dat dit buitengewoon vitale onderscheid niet van de ene dag op de andere tot stand gekomen is. Om op grote schaal toetsbare uitspraken te kunnen doen, was een ingrijpende verandering van de kennisproductie nodig, een omwenteling die we als de wetenschappelijke revolutie aanduiden. Zij begon in de 16de eeuw en beperkte zich in eerste instantie tot onze kennis van de natuur, maar strekt zich inmiddels uit tot andere vormen van menselijke ervaring met als gevolg dat ook op het gebied van de geschiedenis, het samenleven of de individuele psychologie talloze feiten beschikbaar zijn.

Het vermogen om in alle vrijheid de menselijke verbeelding te ontwikkelen is minstens even oud. Dat werd later gestimuleerd door de Romantiek en kreeg vervolgens een impuls toen bleek dat er voor producten van menselijke verbeelding een grote maatschappelijke vraag bestond.

Poortwachter

Daaruit blijkt meteen dat we het onderscheid tussen feit en fictie op een bijzondere manier hebben georganiseerd. Het vaststellen van de feiten werd vooral een wetenschappelijke aangelegenheid. Hoewel feiten evengoed belangrijk zijn voor rechters, journalisten, bedrijven en overheidsinstellingen, vertrouwen we in laatste instantie op de wetenschap als we willen weten hoe het zit.

De affaire-Stapel illustreert dat er in deze geen garanties zijn, maar studenten worden wel permanent getraind in het verkrijgen van inzichten die tegen de gangbare aannamen inclusief die van henzelf in gaan.

Het vormgeven van de menselijke verbeelding speelt zich evengoed binnen specifieke instituties af. Daarbij denken we niet alleen aan hogere vormen van cultuur zoals beeldende kunst of literatuur maar ook aan vormen van populaire cultuur zoals televisieseries, games of popmuziek.

Verwarring

Een van de opmerkelijkste en tevens zorgwekkendste ontwikkelingen van de laatste jaren is dat mensen feit en fictie door elkaar halen. Die verwarring werkt twee kanten op. Van de ene kant komt het steeds vaker voor dat men fictie beoordeelt of zelfs veroordeelt omdat ze niet overeenstemt met bepaalde feiten. Om enkele voorbeelden te noemen: men stelt vast dat medische series op televisie niet overeenkomen met de realiteit in een ziekenhuis of dat er in bepaalde romans stereotype voorstellingen van Afro-Amerikanen voorkomen.

Of men gaat nog een stap verder door te zeggen dat verbeelding schadelijke effecten heeft. Bijvoorbeeld omdat bepaalde jongeren geweldsscènes zouden naspelen of omdat meisjes door het kijken naar filmsterren zichzelf uithongeren. In al die gevallen beroept men zich op al dan niet bewezen feiten om de vrijheid van maatschappelijke verbeelding in te perken.

Het omgekeerde gebeurt evengoed: namelijk het verwerpen van feiten die niet met de eigen politieke of morele verbeelding overeenstemmen. Voorbeelden daarvan zijn het miskennen van natuurlijke verschillen tussen man en vrouw of de weigering om bij bepaalde jongeren een relatie tussen culturele achtergrond en crimineel gedrag te zien.

Ook hier gaan sommigen een stap verder. Ze vinden bijvoorbeeld dat onze geschiedschrijving gebaseerd moet zijn op hedendaagse waardeoordelen en dat we standbeelden van onwelgevallige zeehelden uit het straatbeeld moeten verwijderen. In al die gevallen is de individuele dan wel collectieve morele verbeelding zo sterk dat men de feiten opoffert.

Uit deze voorbeelden zou men kunnen afleiden dat het vooral linkse of progressief denkende geesten zijn die feit en fictie door elkaar halen, maar dat is beslist niet het geval. Het doet zich evengoed bij rechtse en conservatieve denkers voor. Velen van hen geloven zozeer in de Bijbel, technologie of marktwerking dat ze de realiteit van zaken als klimaatverandering, groeiende ongelijkheid of discriminatie niet willen zien - ook waar het gaat om goed onderbouwde wetenschappelijke inzichten. En ook daar gaan sommigen verder. Ze schrikken niet terug voor het verspreiden van berichten die volstrekt verzonnen zijn en die niet de waarheid maar een politiek doel dienen.

Hoewel deze tendens een ernstige bedreiging vormt van de westerse cultuur, kan men zich afvragen waarop ze berust. Volgens ons speelt zich een sluipende politisering van het openbare leven af. In de politiek is het door elkaar lopen van feit en fictie heel gebruikelijk. Sterker nog: het wezen van de politiek lijkt ons te zijn dat er steeds een relatie tussen idealen en realiteiten wordt gelegd, dat er een mix van zakelijke en normatieve argumenten is, dat men harde feiten en morele vergezichten op een vruchtbare wijze met elkaar verbindt.

Zou politiek zich tot één element beperken dan verwordt zij tot technocratie (louter feiten) of tot utopie (louter verbeelding). De afgelopen eeuw hebben we met beide vormen van eenzijdigheid ervaring opgedaan en dat beviel ons niet. Specifiek voor het politieke domein lijkt dat feit en fictie op een aansprekende manier vermengd worden.

Einde klassiek onderscheid

Minder wenselijk is evenwel dat deze mix de politieke sfeer verlaat en op andere domeinen als cultuur of wetenschap wordt toegepast. Dat leidt onvermijdelijk tot een politisering van het debat waarbij tegengestelde kampen elkaar het leven zuur maken.

Mocht deze politisering zich doorzetten dan zal dat vroeg of laat het einde van ons klassieke onderscheid tussen feit en fictie inluiden. Velen zullen denken dat het zo'n vaart niet loopt omdat zowel de vrijheid van onze verbeelding als het respect voor waarheidsvinding in het Westen nog altijd door velen ondersteund worden.

Toch moeten we opletten, want er zijn ook landen waar het genoemde onderscheid niet of niet meer bestaat. Een voorbeeld van het eerste is China, waarover de in dat land werkzame socioloog Eric Hendriks onlangs heeft gezegd dat de Communistische Partij het gehele publieke leven (inclusief de academische wereld) controleert. Een voorbeeld van het tweede is Turkije waar politieke machthebbers de speelruimte van cultuur en wetenschap de afgelopen jaren hebben ingeperkt.

Het zou een vorm van hoogmoed zijn te geloven dat dit in het Westen volstrekt ondenkbaar is. In elk geval vormt de dynamiek in de Verenigde Staten op dit gebied een ernstige waarschuwing. Enerzijds worden allerlei vormen van fictie daar in toenemende mate op het Procrustesbed van een puriteinse moraal gelegd, anderzijds worden talloze feitelijkheden er als een vorm van nepnieuws afgedaan zonder dat men zich daartegen kan verdedigen.

Met de loochening van het onderscheid tussen feit en fictie staat in het Westen dus wel degelijk iets op het spel. Hoewel het debat daarover niet gemakkelijk of eenduidig is, zou het goed zijn als de deelnemers eraan niet voor de simpele weg van hun eigen gelijk kozen.

Gabriël van den Brink en Heidi de Mare zijn verbonden aan het Instituut voor Maatschappelijke Verbeelding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.