Opinie politiek

Politiek kan helemaal niet zonder emoties

Politici moeten achter de emoties en belangen van hun collega’s de ideeën en idealen blijven zien.

Alexander Pechtold (D66) en Geert Wilders (PVV) tijdens de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen, 21 september. Beeld ANP

Volgens sommigen is met de Algemene Politieke Beschouwingen van afgelopen woensdag een nieuw dieptepunt bereikt. Terwijl dit jaarlijkse beleidsdebat bedoeld is voor een confrontatie van beleidsvisies, waarbij de betere ideeën boven komen drijven, maakten met name Wilders (PVV) en Kuzu (Denk) het erg bont met hun emotionele jij-bakken over oprotten.

Deze klacht is echter niet nieuw. Al vanaf Plato proberen velen om emotionele oprispingen zoveel mogelijk buiten de politiek te houden om zo de zegenrijke werking van de rede (die alleen bij de politieke elite te vinden zou zijn) vrij baan te geven.

Toch is het te simpel om te stellen dat het in het parlement alleen mag gaan om de strijd om het betere idee. Emoties spelen een wezenlijke rol in de politiek. Politici weten dat hun redelijke ideeën niet overkomen zonder het mobiliseren van emoties. Precies daarom zijn de toespraken van Ghandi en Martin Luther King zo invloedrijk geweest.

Interessanter is het de vraag te stellen hoe het zit met de verhouding tussen emotie en rede. Tijdens de APB waren zowel echte als gestileerde emoties te zien. Wilders en Kuzu zetten emoties vooral op een gestileerde manier in. Hun scheldpartij was gepland met het oog op de media-aandacht die er inderdaad kwam. Het berekenende gebruik van boosheid en walging is kenmerkend voor het huidige populistische tijdsgewricht.

Parlementaire code

Voor de bühne namen collega-parlementariërs afstand van dit parlementonwaardige gedrag, maar dat betekende niet dat zij zelf geen emoties toonden. Zij werden vooral boos omdat Wilders in een aanval op Pechtold (D66) de parlementaire code doorbrak dat je het in het parlement niet over het privé-leven van je collega’s hebt. Politici mogen wel huilen tegenwoordig, maar van hun privé-leven blijf je af.

Wilders’ vileine verwijzing naar de relationele perikelen van Pechtold leverde een indrukwekkend moment in het debat op waarbij Pechtold zo boos was dat hij aanvankelijk bijna niets kon zeggen.

Een ander moment waarop echte emotie boven kwam drijven, was toen het plannetje van Dijkhoff (VVD) om straffen wijkafhankelijk te maken door zijn coalitiepartners werd afgefakkeld. Onmiddellijk klonk het verwijt dat Dijkhoff hiermee tegen Wilders aan wilde schuren. Toen bleek dat ook zijn coalitiegenoten niets in de plannen zagen en ze als een goedkoop opzetje afdeden, toonde Dijkhoff echte en geen gespeelde emotie.

Maar doorgaans hielden de politici hun eigen emoties onder controle. Wel verwezen zij veelvuldig naar de emoties van hun achterban: Krol (50-Plus) die van de ouderen, Marijnissen (SP) de werkers in de publieke sector, Kuzu de allochtonen, enzovoort. Deze emoties koppelen ze vervolgens aan ideeën en politieke voorstellen.

Ook Wilders doet meer dan emoties ventileren. Hij verbindt de boosheid van Henk en Ingrid aan ideeën over een insulair Nederland dat de boze buitenwereld en met name moslims buiten de deur kan houden. Andere politici verbinden andere emoties aan andere ideeën. Zo koppelt Dijkhoff de boosheid van slachtoffers van criminaliteit aan het idee van wijkafhankelijk straffen.

Redelijke oplossingen

Het verschil tussen populisten en niet-populisten zit elders. Populisten menen dat er maar één vertaling bestaat van deze emoties: Nederlanders zijn boos, dus moet de grens dicht. Niet-populisten daarentegen weten dat tussen de expressie van emoties en de oplossing van de daarmee aangekaarte problemen gevestigde regelingen, instituties en de regels van de rechtsstaat staan die emoties dempen en  als het goed gaat afbuigen naar meer of minder redelijke oplossingen.

De verhuftering in de nationale vergaderzaal was niet fraai, maar dat is geen reden om te dromen van een politiek debat waaruit de emoties worden geweerd. Alle politici mobiliseren emoties, allemaal komen ze met ideeën, allemaal vertegenwoordigen zij een bepaald belang. Maar als het vertegenwoordigen van een belang op zichzelf een reden wordt om politici te diskwalificeren, dan heeft het ook geen zin meer om te discussiëren over ideeën en idealen en de vertaling daarvan in beleidsvoorstellen.

Dus niet de verhuftering is het grootste probleem in ons parlement, maar het toenemende gebrek aan bereidwilligheid om achter de emoties en belangen die collega-politici representeren, überhaupt ideeën en idealen te zien, hoezeer men de redelijkheid daarvan ook kan betwisten.

René Gabriels, Sjaak Koenis en Tsjalling Swierstra zijn verbonden aan de Universiteit Maastricht en redacteur van het boek 'Het hart op de tong; emoties in de politiek' (Amsterdam University Press).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.