Opinie

Politici staan niet boven de wet, en dat is terecht

Immuniteit betekent dat het parlement zelf toezicht houdt op wat er gezegd wordt in de Kamer.

Kamervoorzitter Khadija Arib en PVV-fractievoorzitter Geert Wilders. Beeld anp

Chef politieke redactie Raoul du Pré heeft in een redactioneel commentaar op zaterdag 26 november een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij het proces-Wilders, waarbij hij tevens de parlementaire immuniteit van Kamerleden ter sprake brengt om te concluderen dat vervolging van politici beter achterwege kan blijven. Volgens Du Pré heeft Wilders niets gedaan, alleen zijn mening gegeven, en dat is bij uitstek de taak van politici die het land dienen te besturen vanuit hun maatschappelijke opvattingen. 'Niet voor niets genieten zij immuniteit binnen het parlement', zo stelt hij.

Du Pré vraagt zich af wie ermee geholpen is als Wilders veroordeeld wordt wegens uitlatingen in een café en vervolgens in de Kamer ongestoord blijft zeggen wat hij wil. Ongeacht de afloop van dit proces doet de Tweede Kamer er volgens Du Pré verstandig aan zich te bezinnen op de speelruimte voor politici: 'Dat hun immuniteit sinds 1848 alleen binnen het parlement geldt, is in deze tijd gedateerd, gekunsteld, en verwarrend'.

Volgens mij geeft de chef politieke redactie hier een verkeerd beeld van de inhoud en strekking van de parlementaire immuniteit van Kamerleden en raken wij met zijn voorgestelde oplossing van de regen in de drup.

De parlementaire immuniteit van artikel 71 Grondwet, die inderdaad dateert van de grondwetsherziening van 1848, heeft nooit de strekking gehad om Kamerleden (of ministers) in het parlement de volledige vrijheid te gunnen om te zeggen of te schrijven wat ze willen. De immuniteit houdt slechts in dat niet de rechter, op vordering van het OM, toezicht houdt op het gesproken of geschreven woord in het parlement, maar het parlement zelf.

In plaats van de rechter moet de Kamervoorzitter toezicht houden, en bij onder andere beledigende uitdrukkingen Kamerleden tot de orde roepen, het woord ontnemen of uitsluiten van de vergadering.

De Nederlandse grondwetgever heeft bewust altijd gekozen voor deze heel beperkte vorm van immuniteit. Parlementaire immuniteit betekent niet meer dan dat een andere (parlementaire) autoriteit dan de rechter toezicht houdt. En dat toezicht betreft alleen de beraadslagingen in de Kamer. Voor de rest is een politicus als elke andere burger aansprakelijk voor zijn daden voor de (straf)rechter.

Paul Bovend'Eert is hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Nu heeft het in de afgelopen tien, vijftien jaar in de praktijk nogal ontbroken aan dat interne toezicht. In de Tweede Kamer hebben opeenvolgende Kamervoorzitters helaas nauwelijks of niet ingegrepen wanneer Kamerleden zich schuldig maakten aan beledigende uitdrukkingen, zoals 'knettergek', 'kopvoddentaks', 'hypocriet, miezerig mannetje' et cetera, of denigrerende opmerkingen, zoals 'nepparlement' en 'doe eens normaal man!', gevolgd door de eveneens kinderachtige uitroep 'doe zelf normaal!' Het is duidelijk dat Kamervoorzitters in die jaren tekort schoten in hun taak van ordehandhaving. Gelukkig neemt de huidige voorzitter die taak weer serieus.

Buiten de beraadslagingen van het parlement houdt de Kamervoorzitter natuurlijk geen toezicht op de Kamerleden. De grondwetgever heeft er bewust van afgezien om politici buiten het parlement enige vorm van immuniteit toe te kennen. En dat is maar goed ook.

Femke Halsema (GroenLinks) stelde destijds bij haar afscheid als Kamerlid voor om Kamerleden ook buiten het parlement immuniteit te verlenen, mits ze maar 'in functie' handelden. Een weinig onderscheidend criterium. Het 'minder minder'-optreden van Wilders in het café zou er ook onder vallen.

Het grootste bezwaar tegen het voorstel van Halsema is dat niemand dan toezicht houdt op politici. Zij komen boven de wet te staan, een verwerpelijke gedachte. Zij kunnen vrijuit personen beledigen, discrimineren of anderszins schade toebrengen, zonder dat de betrokken burgers enig juridisch verweer hebben. Dat is in een democratische rechtsstaat, denk ik, onacceptabel.

Kortom, er is veel voor te zeggen om niet af te wijken van de bestaande regeling. Het OM moet politici kunnen vervolgen die verdacht worden van uitingsdelicten, de rechter moet erover kunnen oordelen. Uiteraard is het daarbij wel zaak dat het OM zorgvuldig afweegt of een vervolging verantwoord is. Met het lichtvaardig vervolgen van politici is niemand gediend. Maar dat geldt ook voor elke andere burger.

Paul Bovend'Eert is hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden