Column

Poëzie verheldert hoofd en hart meer dan lessen burgerschap

IJs & weder

De holocaust, terroristen, Zwarte Piet, het vermeende 'zionistische complot', homoseksualiteit, de grote leider Erdogan, kortom alles wat de mensen écht bezighoudt, veel leraren beginnen er liever niet over in de klas. Fout! Laf! Wegkijkers! Dat waren de reacties op een enquête van onderzoeksbureau Duo en AD, onder 2.200 docenten en schoolleiders. In het voortgezet onderwijs zegt 11 procent zulke onderwerpen te vermijden, in het basisonderwijs 4 procent. 'Niet normaal!', reageerde staatssecretaris Sander Dekker op de automatische piloot. Gelukkig hebben we, zei hij, het vak burgerschap.

Ik vind het abnormaal weinig. Dus 8 op de 9 leraren praat wél over deze onderwerpen? Echt? En 24 van de 25 basisschoolleraren? Dat zou een geweldige score zijn. Dapper! Maar ik geloof er niks van.

Mensen die er verstand van hebben, wezen er al op dat dit een flutonderzoek is. Natuurlijk hebben docenten moeite met gevoelige en brandbare onderwerpen, als alle mensen. Maar hoeveel het er zijn en hoe ernstig het vermijdingsgedrag is, kom daar maar eens achter. Dat het probleem van de falende integratie en ontbreken van overeenstemming over wat feiten zijn enorm is, staat vast. Lees het overtuigende 2 werelden, 2 werkelijkheden van Margalith Kleijwegt maar.

Er zijn meer dingen waar leraren met een boog omheen lopen. Ik denk dat minimaal 1 op de 9 biologieleraren in een klas vol gierende pubers niet over voortplanting begint. Er zijn vast leraren die de Wet van Gay-Lussac, de bijwoordelijke bepaling of de subjonctief laten zitten, omdat die kennis een beetje is weggezakt. Ik weet dat er veel leraren op de basisschool, en sommige leraren Nederlands, het zelden over poëzie hebben. Dat vind ik nou weer erg.

Afgelopen week werd een poëzieprijs uitgereikt, aan de winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd die, anders dan het flutonderzoek, niet alle kranten haalde. De prijs is 10 duizend euro, een ongekend bedrag voor één gedicht. Maar dan moet je ook veel mededingers verslaan.

De prijs ging naar Dorien de Wit, voor Legenda. Een behoorlijk goed, traditioneel gedicht, met metaforen als het kleine dat staat voor het grote, de wereld in mijn hand - dat werk: 'Ik pak de bovenste steen op en verander de horizon /De steen is een bergtop die in mijn handpalm past.' Ook het gedicht van de tweedeprijswinnaar, Laurine Verweijen, is een kundig gedicht. Geen amateurs, deze dichters. (zie boxtel.nieuws.nl)

Ik was het meest gecharmeerd van nummer drie, een wat woester, raar en ongepolijst gedicht, van Bernadette Stom, Groeizucht. Het begin is plompverloren en sterk: 'God heeft een nieuwe ziekte uitgevonden op een terugkomdag.' Groeizucht heet die ziekte, er zijn 'drie patiënten in de Lelystadse Donaustraat gesignaleerd'. De dichter kent die straat, 'waar de bloemen van hun stelen vielen /voor ze waren afgerekend /en de flarden huis-aan-huisblad door de goten vlogen.' In deze straat leeft 'een trio aan wie ieder zich vergaapt'. Grote pret hebben de buurtgenoten: 'Tilly was een dooie, maar sinds /haar ziekte lach ik me een ongeluk met haar.'

Met deze gedichten kun je minsten drie lessen maken. Allereerst is het opmerkelijk dat de winnaars drie vrouwen zijn: in de Nederlandse literatuurgeschiedenis zijn bijna alle grote dichters mannen. Het woord 'dichteres' had, en heeft, een licht hysterische bijklank. De nieuwe en de vertrekkende Dichters des Vaderlands, Ester Naomi Perquin en Anne Vegter, voortreffelijke dichters, zijn ook al vrouwen. Zegt dat iets?

Je kunt praten over de kwaliteit van dichtregels, woorden en beelden. Moet poëzie mooi zijn? Waarom vind je het ene gedicht goed en het andere verschrikkelijk? Gedichten, ook de duistere, gaan over de wereld, de onze, de enige. Het gedicht van Bernadette Stomp nodigt uit om te praten over gekkies, zwervers, vooroordelen en buitensluiten.

Literatuur is een middel om scherper naar de wereld te kijken, aan het denken te zetten. Niet op een rechtstreekse manier, een misvatting die Matthijs van Nieuwkerk bleek aan te hangen toen Lodewijk Asscher in DWWD Het complot tegen Amerika van Philip Roth omhooghield. Asscher zou daarmee Trump van fascisme beschuldigen. Maar dan begrijp je de essentie van literatuur niet: een verzonnen wereld die een ander licht werpt op de echte. Elke week een paar uur lezen en daarover praten, dat verheldert hoofd en hart meer dan vele lessen burgerschap.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.
Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over