ColumnThomas van Luyn

Plotseling, zonder waarschuwing, reden wij een woeste sneeuwstorm in

Het stuur van de huurauto zat op de plek van de bijrijder. Daarenboven reed iedereen aan de verkeerde kant van de weg. Dat is allemaal vragen om ongelukken. Autoverzekeringen zullen onbetaalbaar zijn, daar in Schotland.

We reden langs een ‘loch’. Dat is Schots voor ‘meer’. Er voerde een smal weggetje tussen het water en de rotswand, met uitsluitend grote vrachtwagens als tegenliggers, die zoals gezegd aan de verkeerde kant reden. Toen we een wegrestaurant vonden duurde het even eer ik de auto uit kon, omdat mijn nagels centimeters diep vastzaten in het stuurwiel.

Onze lunch werd genuttigd in een middeleeuwse herberg. Achter de bar stond een man met een woeste baard, een mouwloos T-shirt, een kilt en een onverstaanbaar accent. Een Spaans accent, zo bleek, want hij kwam uit Oviedo. Het was een bijzondere zaak: eeuwenoud, pikkedonker en vol opgezette dieren: marters, dassen, konijnen, kraaien en zelfs een beer. Eigenlijk meer een enge Oostenrijkse kelder dan een Schotse herberg.

We reden verder. De routeplanner liet ons een afslag nemen waar een bordje naast stond: ‘Road closed due to snow’. Da’s een leuk zinnetje om op z’n Schots uit te spreken, dus dat deden we, nog lang nadat we het bord voorbij waren gereden. Immers, in deze regen kon van sneeuw geen sprake zijn. Sterker nog: voor het eerst in de geschiedenis van Schotland brak de zon door. Voor ons opende zich een absurd mooi land, met plakken sneeuw, enorme meren en een joekel van een regenboog. Nu zag ik wat de Spaanse barman zijn zonnige land had doen verruilen voor dit onherbergzame oord. 

Plotseling, zonder waarschuwing, reden wij een woeste sneeuwstorm in. De weg werd steeds witter, totdat de wielen hun grip verloren, en duidelijk werd dat we de top van de heuvel niet zouden halen. Keren kon nergens, en stuurloos achteruit glijden leek ook onverstandig. Wat nu? Ik deed wat een echte man dan hoort te doen: de auto in z’n twee zetten, vol gas geven en in paniek het stuur alle kanten opdraaien. We gleden alleen een beetje zijwaarts. Ik gaf het op. Mijn vrouw wees zwijgend naar het schermpje van haar iPhone: geen bereik. Ik keek op de mijne: ook niet. Ze hadden ons bij het huurbedrijf maar een halve tank gegeven, die stond bijna in het rood. Hoe lang konden we onszelf warm houden? Hoe lang geleden was het dat we een huis hadden gezien? De kinderen zaten goddank met koptelefoons op, zodat we lekker ongemerkt doodsangsten konden uitstaan.

Op dat moment kwam er over de top een sneeuwschuiver aangereden. Dat was zo’n extreem onrealistisch scenario, dat ik even dacht dat ik aan het fantaseren was. Bezopen. Toen hij naast ons stond, stapte er een klein bebrild mannetje uit met een sneeuwschep. Dit varkentje had hij duidelijk menigmaal gewassen, want zonder ons een blik waardig te gunnen liep hij naar onze wielen, schoffelde een beetje in de sneeuw eromheen, ging achter de auto staan en riep: ‘nui’ (da’s Schots voor ‘nu’)! Ik gaf gas, hij duwde, en we scheurden weg over zijn vers geschrobde wegdek, terwijl mijn vrouw uit het raam dankbare gebaren probeerde te wapperen. Stoppen ging ik even niet doen totdat we weer veilig door de regen reden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden