Column Laura van der Haar

Plinius bezat precies dat wat iedere wetenschapper nodig heeft: nieuwsgierigheid

Dit weekend is het precies negentienhonderdveertig jaar geleden dat mijn lievelingsschrijver Plinius samen met de stad Pompeï ten onder ging door een kolkende stroom lava. Die negentienhonderdveertig afgeronde jaren doen er verder niet zoveel toe, wel dat het precies op 24 augustus in het jaar 79 was dat de Vesuvius uitbarstte. Dat vermoeden bestond al een poos, maar inmiddels weten archeozoölogen het vrijwel zeker dankzij een vat vissaus.

Plinius zou zoiets prachtig hebben gevonden, dat ze bijna twee millennia na zijn dood door middel van vissaus kunnen vaststellen dat het in augustus moet zijn geweest dat zijn longen ontploften. Vlak voor zijn dood schreef hij nog over deze garum: ‘Men laat de ingewanden en andere delen van vissen die men anders zou weggooien in zout weken, zodat die beroemde saus van rottende bestanddelen ontstaat. Behalve parfum heeft nauwelijks enige vloeistof ooit een hogere prijs kunnen behalen: twee congii voor duizend sestertiën!’

Plinius, die zich de gewoonte had aangemeten zo weinig mogelijk te slapen en in zijn wakkere uurtjes zo veel mogelijk kennis op te doen en die vervolgens op te schrijven, schreef ook al eens over de vulkaan die hem de kop zou kosten. Er kwam goede wijn vandaan. Wijn was goed, daar kon hij maar niet over ophouden, en wij mensen onderscheidden ons van dieren door de wijn: wij dronken namelijk ook op momenten dat we niet per se dorst hadden. Beste Plinius, dat doen we nog steeds.

Op de dag van de uitbarsting was hij toevallig in de buurt. Een computeranimatie die hij vast ook prachtig had gevonden, geeft een vrij geloofwaardige voorstelling van hoe het moet zijn geweest. Een kraakheldere dag, de oranje Pompeïaanse pannetjes blinkend in de zon op de daken, een blaffende hond en dan ineens een lichte trilling, de lucht betrekt, een paar pannetjes vallen stuk, iemand kucht, de lucht wordt donkerder en donkerder. Plinius zag vanuit de verte die inktzwarte wolk boven de Vesuvius samenballen en hij kon het niet laten. Hij liet een kruiser optuigen en roeide via de baai naar land. De schipper aarzelde, maar Plinius brulde: ‘Het geluk is met de dapperen, zet koers naar Pomponianus!’

Plinius was een belabberd wiskundige, had nauwelijks verstand van astronomie, botanica, mineralogie en alle andere disciplines die hij zo uitvoerig beschreef; vooral in de geneeskunde was hij een regelrechte kwakzalver die je zomaar aanraadde verpulverde kippenmaag met hete wijn in je oren te gieten. Maar hij had wel precies dát wat iedere wetenschapper nodig heeft, en dan ook nog in overvloed: nieuwsgierigheid. Zo overvloedig dat die hem dag en nacht voortjoeg, tot de dood erop volgde. Geen prachtiger, passender dood trouwens, door de Vesuvius in augustus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden