Opinie Verengelsing

Pleidooi voor Nederlands is zeker niet populistisch

Er is niets tegen Engels in het hoger onderwijs, maar zorgen om het Nederlands mag je serieus nemen, betoogt Onno Kosters van Universiteit Utrecht.

Beeld Bas van der Schot

Han van der Maas verzet zich tegen het beeld dat de auteurs van Against ­English schetsen van de teloorgang van het Nederlands aan de universiteiten. Deels ­onderschrijf ik zijn betoog: het ‘probleem’ is niet zozeer dat aan universiteiten veel vakken, om volstrekt logische redenen, (deels) in het Engels worden gegeven. Het Engels is, zoals als vroeger het Latijn, de lingua franca van de meeste wetenschappen en door vakken (ook) in het Engels aan te bieden, worden de Nederlandse universiteiten aantrekkelijk voor buitenlandse studenten en nieuwkomers in Nederland (hetgeen die laatste groep mijns inziens niet van de plicht ontslaat Nederlands te leren). Klachten tegen de ‘internationalisering’, zoals het eufemistisch in de academische beleidsstukken wordt genoemd, van het academisch onderwijs zijn niet representatief want vrijwel uitsluitend gebaseerd op anekdotes, zoals Marten van der Meulen in een mooi stuk op Neerlandistiek.nl aantoonde.

Wat onderbelicht blijft, is dat het overgrote deel van de studenten in Nederland zijn vak zal uitoefenen. Klinisch psychologen zullen in behoorlijk Nederlands hun cliënten te woord moeten staan. Economen moeten in behoorlijk Nederlands kunnen uitleggen wat die ­negatieve rente nou eigenlijk voor consequenties heeft. Artsen hebben de plicht hun patiënten zorgvuldig voor te lichten. Vertalers moeten in veelzijdig en kleurrijk Nederlands teksten aanbieden die (bijvoorbeeld aan scholen en universiteiten) kunnen worden gebruikt om kennis over te brengen. De Nederlandse taal en cultuur heeft lezers en schrijvers ­nodig die de nuances begrijpen van het Nederlands, en deze kunnen toepassen. En díé vaardigheid dreigt door de verschraling van de aandacht voor het Nederlands, niet louter aan de universiteiten maar belangrijker wellicht aan de (middelbare) scholen, te verdwijnen.

Onder vuur

Wat Van der Maas onderschat, is dat het Nederlands als cultuurtaal (als communicatiemiddel op de markt en in de literatuur, om maar twee ruimten te noemen) onder vuur ligt, niet omdat de taal verandert – daar is nu eenmaal niets aan te doen – maar omdat een zekere gelatenheid ten opzichte van het Nederlands heeft postgevat. Die begint op de middelbare school, waar het vak Nederlands zodanig is uitgekleed en saai gemaakt dat studenten zonder noemenswaardige bagage op het gebied van de taal en de literatuur van het land waar ze wonen op de universiteit arriveren. Vele werkstukken, die daar met name in veel bacheloropleidingen in het Nederlands worden afgeleverd, zijn op het niveau van formulering, grammatica en spelling in toenemende mate van een zo belabberd niveau, dat docenten de inhoud ervan vaak niet eens meer kunnen (of willen) ­beoordelen. Het is inderdaad ironisch dat de auteurs van Against ­English beweren dat men zich in zijn eigen taal beter kan uitdrukken dan in de vreemde: niets is tegenwoordig minder waar.

Onno Kosters. Beeld Merlijn Doomernik

Nederengels

Het gebrek aan aandacht voor het ­Nederlands; de door de middelbareschoolomgeving aangezwengelde onwil om meer dan een enkele novelle (en dan wel over iets dat ‘relatable’ is en bij voorkeur autobiografisch) in het Nederlands te lezen; het daardoor tot een minimum teruggebrachte vocabulaire, begrip en kennis van beeldspraak, gezegden, maar ook besef van het belang van structuur; en het door de firma list & bedrog genaamd reclame en ‘media’ gebezigde Nederengels dat tot een merkwaardige maar ernstiger, vaak ook voor de gebruiker zelf bij herlezing onbegrijpelijke mengtaal leidt: dat alles maakt dat we de zorgen om het Nederlands serieus moeten nemen.

Met die briljante academici die de wetenschap ingaan, zal het wel loslopen; laat hen vooral ook in het Engels publiceren en onderwezen worden. Laat universiteiten zich vooral ook breed profileren: bij een open cultuur, voor zo lang als het duurt, hoort een open communicatiemiddel. Het Engels speelt daarin, of we dat nu leuk vinden of niet, een cruciale rol. Maar laten publicisten, ouders en scholen zich realiseren dat er niets populistisch is aan het houden van een pleidooi voor het Nederlands. Het Nederlands is bittere noodzaak.

Onno Kosters is dichter, vertaler, docent Engelse letterkunde en vertalen, Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden