Column Thomas van Luyn

Pingpong is een van de mannelijkste dingen in de wereld om te aanschouwen

Weet je wie goed kan pingpongen? Theo Maassen. Ik niet, maar dat vergeet ik steeds. Het was een lange zomeravond aan zo’n betonnen pingpongtafel. De balletjes waren oranje, zodat we die nog een beetje konden zien in de schemering. Ik verloor eerst van hem, daarna van de rest van de cast van de betreffende film. Weer was ik verbaasd dat ik er niet onwijs goed in ben. De tijd tussen de keren dat het pingpongweer is (alleen in de zomer, alleen op een plek waar een buitentafel staat) is te lang, en dan ben ik steeds weer vergeten dat ik er geen flikker van kan. Altijd ga ik er bloedfanatiek voor staan, wijdbeens, diep door de knieën. Totaal natuurtalent. Maar dan blijkt dat zo’n klein balletje best moeilijk te raken is. Laat staan effectief terug te meppen. Die formulering verraadt al mijn tekort: je moet niet terugslaan, maar gewoon slaan. Laat de ander maar terugslaan. Onthou dat nou, Thomas!

Ik zou graag beter willen zijn, maar ik ga echt niet op dinsdagavond in een tl-verlichte sporthal pingpongles nemen. Dat is voor mensen die het tafeltennis noemen.

Diezelfde zomer waren we op vakantie in Spanje, en op het landgoed van het huis waar we een kamertje huurden, stond alweer een pingpongtafel. Dit keer zo’n gewone gammele, met van die wieltjes en een netje dat maar niet normaal recht wil blijven. Er waren een hoop stenen en stokjes voor nodig om hem min of meer waterpas te krijgen op het hobbelige veld.

Ik had me stellig voorgenomen nu zo goed te worden als ik denk dat ik ben. Er lag een mandje met voornamelijk gedeukte balletjes, plus twee batjes (dankzij spellingscontrole weet ik sinds vandaag dat je niet betjes schrijft - ik had het woord nog nooit op schrift gezien). Bij gebrek aan een tegenspeler ging ik maar het balletje hooghouden. Binnen een minuut kwam de eerste vader aangelopen. Daarna nog een, en daarna nog een. Er zaten nogal wat gezinnetjes in het landhuis, en een hele divisie aan vaders verzamelde zich rond de tafel, blij en uitgelaten dat er zich een activiteit zich had aangediend die niet was gecentreerd rond vrouwen en kinderen. Doordat ik dus vrij recent had gepingpongd, ging het redelijk, maar er zaten vaders die van die grote zwiepende smashes om mijn oren sloegen. Dat wil ook kunnen, dan pas ben je iemand in het pingpong. In een woedende boog het balletje dat al lager dan de tafel is gedaald, van helemaal achter alsnog over het netje zwiepen. Je kunt dat niet met beleid doen, je kunt niet mikken, je moet het gewoon doen. Ik vind het een van de mannelijkste dingen in de wereld om te aanschouwen. Tenminste als echte mannen het doen, ongeschoren met campingbuik en afzakkende shorts. Als een driftig kortgeknipt sportmannetje in zo’n bezopen kort broekje het doet in een tl-verlichte sporthal, is het alleen maar sneu. Sport mag je nooit serieus beoefenen, dan haal je de magie eraf.

Ik ga nu een paar weken naar Kenia. Er is veel wat ik niet weet over dat land, met name de distributie van pingpongtafels. Het zou leuk zijn als ik er kon oefenen op mijn smash, zodat ik volgende zomer goed beslagen ten ijs kom, en al die papa’s en Theo Maassens kapot kan smashen.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.