Verslaggeverscolumn In Rotterdam

Piloten kunnen staken, pakketbezorgers demonstreren, maar de zeelui kunnen niets

Toine Heijmans.

Verslaggeverscolumn - Toine Heijmans in Rotterdam

Cafetaria Het Kompas ligt in een onbekende wereld aan het doodlopende einde van de Noordzeeweg. Het is net een stuurhut, met uitzicht rondom op de economie. Aan bakboord de grijparmen van Europoort, aan stuurboord de Nieuwe Waterweg en recht vooruit de zee en aansluitend de oceaan, waarin de schepen en hun bemanningen verdwijnen. Ze lossen op, komen ergens aan en vertrekken weer, vrijwel onzichtbaar.

Ondanks de romantische verhalen die de ronde doen over de zeevaart, is het hard en goedkoop werk, een combinatie die Maarten Biesheuvel mooi beschrijft in zijn verhalen (‘Een monsterboekje, een monsterboekje zou ik moeten hebben, wég uit deze vermaledijde wereld van gewoontes en fatsoen. Een monsterboekje en de wereld ligt aan uw voeten’ – uit Opstapper, 1973).

De grijparmen van Europoort. Beeld Toine Heijmans

Sindsdien is de wereld moderner geworden, maar de arbeidsverhoudingen ouderwetser. Nederlanders varen nauwelijks meer, de uitgedunde bemanningen op de megaschepen komen van de Filipijnen, uit Rusland of Oost-Europa, en vrijwel niemand vertelt hun verhalen nog. Dit zijn de onzichtbaren. Ze varen onder duistere vlaggen in internationaal water, negen maanden van huis voor 1.500 dollar per maand – áls er een cao is afgesloten. Gijs kent schepen waar ze een dollar per uur verdienen.

Gijs Mol is inspecteur bij de internationale vakbond voor zeevarenden ITF – hij controleert twee schepen per dag. We spreken af in de snackbar, midden in zijn werkgebied, zodat hij kan vertellen over motorvessel Kuzma Minin. Dat ligt met twintig koppen nu al vierenhalve maand aan de ketting in de Massagoedhaven van Terneuzen – de reder gaat failliet en de bemanning blijft aan boord, anders krijgen ze niet uitbetaald. Het schip is een gevangenis. Gijs maakte er de proviandkast open en trof niets anders dan verlopen aardappelen en uien – ‘ze eten er al maanden aardappelsoep’. De brandstof raakt op, net als de medicijnen. De autoriteiten kunnen niets, het schip is Russisch territorium, en de kapitein houdt zijn decorum: er is geen voedsel nodig. ‘Russische trots’, zegt Gijs.

Gijs Mol belt met Rusland. Beeld Toine Heijmans

De bemanning praat niet met journalisten, net zoals de bemanning van de Sea Pioneer bleef zwijgen – dat schip lag dit voorjaar vier maanden in de Amerikahaven in Amsterdam. Zelfde verhaal. Ook zij bleven onzichtbaar. Vanwege de ‘strakke hiërarchie’ aan boord zal een zeeman niet snel klagen, zegt Gijs. Reders opereren in het halve niemandsland van de internationale wateren, en komen er zo mee weg. ‘Matrozen snappen soms zelf niet dat ze worden uitgebuit. Het is heel, heel lastig allemaal.’

Piloten van Ryanair kunnen staken, pakketbezorgers van PostNL demonstreren, maar de zeelui kunnen niets.

De Kuzma Minin is van Murmansk Shipping Company, een reder in financiële problemen. Honderdvijftig zeelui zijn nu gevangen op hun eigen schip, schrijft de Moscow Times: in Abidjan ligt de Viktor Tkachev, waar ze op houtvuur koken, de Vsevolod Belezki ligt in Kolkata zonder voedsel, op de Zapolarye, buitengaats bij Ceuta, is geen drinkwater meer.

De economie veert op, maar de vrachtschepen varen voor bodemprijzen: er is overcapaciteit, zegt Gijs, de boten zijn te groot geworden en liggen te vaak stil. De oliesector heeft het zwaar. Dus varen de tankers en bulkcarriers te goedkoop onder gelegenheidsvlaggen, en ‘het enige waar ze nog op kunnen knijpen is de bemanning’. Niemand hoeft te weten dat de reder manipuleert met de ‘werk-rust-verhouding’. Reders besteden hun zaken uit aan ‘managers’ en van daaruit vertakt zich de verantwoordelijkheid overal naartoe. ‘Het is duister, heel duister’, zegt Gijs, ‘probeer er eens vat op te krijgen’.

Door het raam van de snackbar zien we een blauwe containerbak passeren, de bemanning al aan dek. ‘Die maken de containers alvast los’, zegt Gijs. ‘Dat mag niet, maar ze doen het toch. Haast, haast, tijd besparen.’

Rotterdam alleen al ontvangt tachtig zeeschepen per dag – daar valt niet tegenop te controleren. Ook niet door ILT Scheepvaart, dat de verplichte controle van internationale schepen doet, die vooral over veiligheid gaat. ‘Niemand heeft echt grip’, zegt Gijs.

De cao’s die hij sluit, gaan overboord zodra de schepen niet meer op Europa varen – ‘geef de reders eens ongelijk’.

Er is solidariteit, net als vroeger. Rotterdamse dokwerkers weigerden vorig jaar bulkschip Vita Kosmos te lossen – de Filipijnse bemanning kreeg 180 dollar betaald per maand. En nu doen ze boodschappen bij een Russische supermarkt voor de bemanning van de Kuzma Minin.

Dat is symptoombestrijding. Want wat hier gebeurt veroorzaken we zelf, zegt Gijs. In de moderne wereld wil iedereen alles snel en goedkoop en gratis vervoerd, en daarom varen die boten tegen bodemprijzen. Of eronder.

Dus Gijs winkelt niet meer bij de Action, of bij andere winkels die handelen in goedkoop vervoerde spullen. Hij bestelt niet meer bij AliExpress. ‘Uiteindelijk’, zegt hij, ‘zijn we hier zelf voor verantwoordelijk’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.