columnJean-Pierre Geelen

Pijnlijke spagaat: ook de toeschouwer duwde de topsport een grens over

Jean-Pierre GeelenBeeld de Volkskrant

Waar het misverstand vandaan komt dat sport gezond zou zijn, weet ik niet. Sport haalt het slechtste in de mens naar boven, dat weet iedereen. Het staat geregeld in de krant. Doping en valsspelen horen erbij, net als mishandeling en misbruik. Nu de turnsters. Het Noord-Hollands Dagblad sprak er een aantal die als kind in het gezicht waren gespuugd, geslagen of uitgescholden door hun trainer. Oud-trainer Gerrit Beltman biechtte de mishandelingen op en bood excuses aan.

Hij was niet de enige, zei hij. Dat klopt. Na een Netflix-documentaire komen de verhalen en beschuldigingen los, maandag vanuit België. Als sport de nieuwe religie is, wordt die beleden in een oude katholieke kerk.

Goed dat ook deze beerput opengaat en dat sprekers de moed verzamelden zich te uiten – het zwaarste onderdeel van hun hordenloop. Verbaasd kon niemand zijn. In 2017 onderzocht de Commissie De Vries een ander bijverschijnsel van sport: seksuele intimidatie en misbruik. 12 procent van de volwassenen die als kind aan sport deden, heeft minstens één ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zo bleek. 4 procent zelfs ‘ernstig’. Bij zulke cijfers ga je je vanzelf afvragen bij wie je je kind nog in de touwen laat hangen op het plaatselijke gymclubje.

(Machts)misbruik komt overal voor, in alle takken van sport. Ze komen allemaal aan bod, telkens zullen we verbijsterd zijn. Ooit zal onthuld worden welke wanpraktijken zich op het biljartlaken hebben afgespeeld.

‘Ik wilde per se winnen, ten koste van álles’, zei trainer Beltman beschaamd in het NHD. Hij dacht dat het ‘de enige manier was om een topsportmentaliteit te kweken’. Welke pedagoog heeft hem getraind?

Sport, en zeker topsport, drijft op spartaanse toestanden. Tot het uiterste gaan. Alleen zo leer je je grenzen kennen. Grenzen verleggen hoort ook bij sport. Grenzen overschrijden is een ander verhaal. Daar zit de echte pijn.

Aan de zijlijn wordt zo pijnlijk duidelijk dat ook de toeschouwer de sporters en hun trainers onbewust een grens over duwde. Misschien dat ik – hardloper zonder ambitie – door een klein genetisch defect immuun ben voor de pandemische sportverdwazing, maar onze sportheldencultus is totaal doorgeschoten.

De mediawereld is er zo door verblind geraakt, dat de term ‘nieuws- en sportzender’ geheel is ingeburgerd, alsof in die twee-eenheid logica schuilt. Hele avonden, katernen en uren gaan op aan oeverloze beschouwingen en lege interviews; zelfs nu de ‘Sportzomer’ in het water is gevallen, ruist de waterval gewoon door. Ooit zullen antropologen verbijsterd oude opnamen terugvinden van hossende Hollanders in een Heineken House. Zij zullen promoveren op het raadsel van de collectieve hysterie rond een toevallige landgenoot die een tiende seconde sneller een eindstreep haalde, zonder dat die jolende massa daar zelf ook maar enig aandeel in had.

In onze verafgoding hijsen wij iedereen die een béétje presteert op het erepodium als ‘helden’. Met alle risico’s van dien. Wie behendig een balletje kan trappen, wordt verblind door het zicht op miljoenen. In de ogen van ouders met een atletisch wonderkind weerkaatst de glinstering van de goudmijn, als het geen fata morgana blijkt. Waar de kansen en ambities stijgen, wordt de druk soms ondraaglijk. Voor het wonderkind, de ouders én trainers en coaches.

Een pijnlijke spagaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden