ColumnPeter Winnen

Peter Winnen houdt van een sikkeneurige Dumoulin. ‘Daar komt nog veel moois van’

null Beeld null

Van binnen begon ik een beetje te gloeien bij het commentaar van Tom Dumoulin direct na de kasseienetappe. Dat hij in de aanloop naar de eerste stroken het wielrennen zeer gehaat had. Dat hij, eenmaal op de stenen, de beste van de klassementsrenners was geweest. Dat hij teleurgesteld was dat hij geen relevante tijdsverschillen had kunnen bewerkstelligen. Ik houd van een sikkeneurige Dumoulin. Hoe sikkeneuriger, hoe beter. Daar komt nog veel moois van.

Wat zou Tom aan het doen zijn terwijl ik mijn zinnen typ? Met een koptelefoon over zijn oren op een hotelbed liggen? Slapen? Stukje fietsen? Kneedt een masseur de slanke spieren? In elk geval zal hij deze rustdag nog stevig herkauwen op de kasseien om mentaal geladen de eerste bergrit aan te vangen. Straks een persconferentietje erachteraan en dan horen we wat we horen willen: Ten aanval, ze zijn nog niet klaar met mij!

Zelfs een rustdag vereist een bepaald talent, en Tom heeft bewezen dat hij dat ook bezit. Een lichaam moet er maar tegen kunnen, tegen een dag niksnutten. Het rust niet op commando. Na negen dagen inspanning wil het koppig als een ezel voort. De beeldspraak is wat ongelukkig, in een koppige ezel zit doorgaans geen beweging. 

Tom Dumoulin op de kasseien tijdens de negende etappe van de Tour de France Beeld null
Tom Dumoulin op de kasseien tijdens de negende etappe van de Tour de France

Het is de lichaamschemie die voortraast. De spiercellen stapelen vocht en leeftocht tot ze op gespannen ballonnetjes lijken. Vandaar dat er meestal toch gefietst wordt op de rustdag. En vandaar ook dat er wordt gehamerd op gedisciplineerd eten en drinken terwijl dat arme lichaam smeekt om kolossale hoeveelheden.

Alleen wie er finaal doorheen zit kan het zonder discipline stellen. Die kan beter naar een Mariakapel om aan te sterken. Zelfs een ongelovige vindt daar iets bruikbaars.

Ik had een ambivalente verhouding met rustdagen in de Tour. Zalig om een dag zonder koersstress door te brengen, maar de benen deden gek genoeg veel meer pijn. Er waren er die obsessief een col op moesten, maar twee uurtje licht gepeddel ondermijnde op een geniepige manier mijn zelfvertrouwen. Om nog maar te zwijgen van het ontwaken uit die verdovende middagslaap met, voor een rustdag, zeer ontregelende dromen. 

Zoetemelk zei altijd dat de Tour in bed wordt gewonnen. Mijn ervaring is het dat daar een grens aan zit. Boven een bepaald quotum aan slaapuren is er sprake van zelf-rotting.

Ik was blij de dag nadien terug in het gekkenhuis te zijn. Maar tijdens een heel slechte Tour kon ik na de (tweede) rustdag het aanknopje toch niet meer vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden