Columnpeter middendorp

Peter Middendorps hoogbejaarde buurvrouw moet thuis blijven om thuis te kunnen blijven wonen

null Beeld
Peter Middendorp

Omdat mevrouw De B. niet genoeg kracht heeft om na afloop ook weer thuis te komen, kan ze niet langer alleen boodschappen doen, maar ze doet het toch, bijna iedere dag. En elke keer strandt ze op de terugweg weer op een paar honderd meter van de flat achter mijn huis, waar ze woont, en blijft dan gewoon staan, soms midden op de weg – zo hartverscheurend hulpeloos dat er altijd wel iemand toesnelt om te helpen.

Ditmaal had een jonge vrouw haar ‘van de weg geplukt’; ik begon meteen te mopperen toen ik ze zag. ‘Laat je boodschappen toch bezorgen, hoe vaak heb ik dat nu al gezegd?’ Mevrouw De B. stak haar armen uit: ‘Peter! Péter!! Breng me naar huis!’

Ik zuchtte – binnenkort valt ze, breekt ze al haar botten en moet ze worden opgenomen, waarschijnlijk voorgoed; het laatste wat ze wil. Haar verlangen om alles zelf te doen zorgt ervoor dat ze dat verlangen snel aan de bomen kan hangen. Ze moet thuis blijven om thuis te kunnen blijven wonen, zich opsluiten om haar vrijheid te behouden.

‘Denk er nou eens om’, zei ik, terwijl ik haar overnam. ‘Je kúnt dit niet meer.’ Ze zei: ‘Ik heb chocolaatjes voor je dochter gekocht, ze zitten in mijn tas.’ Ze zei: ‘De buurman van nummer X, dat heb ik toch verteld, die wil dat ik bij hem blijf slapen!’ Ze wees naar haar voorhoofd. ‘Hij is zeker hartstikke gek! Mijn neef, die al 85 is, zegt: Als ik hem zie, sla ik hem in elkaar.’

Teentje voor teentje ging het, op scheve, naar binnen gedraaide voeten. Soms ontsnapte haar een kreun en draaiden haar ogen weg. Ik wist niet of ze speelde dat ze verging van de pijn of dat ze speelde dat ze geen centje pijn had. Het ziet er hetzelfde uit, het is beide acteren, het ene naar de pijn toe, het andere ervan af.

We stapten van de stoeprand op het zebrapad; het verkeerslicht sprong alweer op rood. Ik hield haar vast, maar bleef bang dat ze in elkaar zou zakken. En wat moest ik dan? Plotseling stevig vastgrijpen was geen optie – er bleef niets heel. Als ik aan een arm zou trekken, had ik die straks los in mijn handen.

We gingen de stoep over, door de ingang van de flat, de hal in, de hal door, naar de lift, de lift in, de lift uit en de galerij op naar haar deur, waar een jonge buurvrouw, die net naast haar woonde, haar aannam en voorzichtig naar binnen bracht, een bezorgde, verzorgende blik in haar ogen; zoals ik de eerste 150 keer ook moet hebben gekeken.‘Niet meer doen, mevrouw De B.’, zei ik nog, ‘beloof je dat?’ Op de drempel keek ze nog een keer over haar schouder. ‘Tegen niemand zeggen dat ik chocola voor je dochter heb gekocht, hè. Anders wil straks iedereen!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden