Column

Peter Middendorp: 'Zou de democratie ook een levensduur hebben?'

De avond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen ging ik vroeg naar bed met een boek, Tegen verkiezingen van David Van Reybrouck, dat toevallig boven op de stapel lag. Ik wist al hoe verbazingwekkende verkiezingsuitslagen smaken met bier en rode wijn, ik wou de ontsteltenis deze keer eens 's ochtends vroeg met havervlokken proeven.

'We hadden het niet verwacht, en doen het nog steeds niet echt. We zijn geboren en volwassen geworden in democratie, we hoeven het alleen nog maar te verpesten.' Beeld anp
'We hadden het niet verwacht, en doen het nog steeds niet echt. We zijn geboren en volwassen geworden in democratie, we hoeven het alleen nog maar te verpesten.'Beeld anp

Het laatste dat ik las voordat ik naar het nachtlampje reikte, was 'postdemocratisch'. Het woord deed me aan 'laatkapitalistisch' denken. In beide termen zat bijna iets verheugds, een licht, romantisch ondergangsverlangen.

Het is knap als je het einde van een tijdperk kunt zien dat gaande is. Periodisering van het verleden is al een karwei. Hoe speelde je dat klaar in het heden? 'Kut, wat duren die Middeleeuwen lang zeg, ik kan er niet meer tegen.' 'Ja, maar wacht even. Ho, ho. Dit zijn wel de Láte Middeleeuwen, hè. De Renaissance kan elk moment beginnen.'

Zouden de mensen die de tekenen lezen van het einde van het huidige tijdperk, ook alvast een glimp opvangen van het nieuwe? Of nemen zij alleen het verval waar, en verklaren ze wat hierna volgt voorlopig maar even tot donkere materie?

De volgende ochtend herinnerde ik mij ineens een onderzoek naar de levensduur van de markteconomie, gebaseerd op drie oude, relatief zuiver verschijningsvormen in Irak, Italië en De Nederlanden. Het viel niet mee. Drie eeuwen, hooguit vier, en het kapitalisme heeft zichzelf opgevreten. Alle bezit is in handen van een kleine groep, die niet langer in productie investeert. Alle geld wordt in financiële markten gestoken. En ze kopen er politieke invloed van.

Van de weeromstuit vroeg ik me af, knagend op de havervlokken: zou de democratie, net als het kapitalisme, ook een levensduur hebben? En wat zou in dat geval zo ongeveer haar levensverwachting zijn?

Bij democratie denk je al snel aan oude Grieken, aan Venetië en Turijn misschien, De Nederlanden of een verdwaalde landdag. Bij Van Reybrouck kun je lezen dat democratie in zijn huidige vorm nog maar 250 jaar bestaat. Ze zeggen weleens dat de mens pas op de laatste bladzijde van het geschiedenisboek van de aarde zijn opwachting maakt. Als dat zo is, moet democratie een van de laatste woorden zijn.

We hadden het niet verwacht, en doen het nog steeds niet echt. We zijn geboren en volwassen geworden in democratie, zodat het vanzelf de normaaltoestand lijkt. Maar zou het ook de uitzondering kunnen zijn, in de tijd en in de ruimte? We hebben een volksvertegenwoordiging, onafhankelijke rechtspraak, bescherming van minderheden, een vrije pers - alles hebben we. We hoeven het alleen nog maar te verpesten.

'Ons bestaan is niet meer dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis', schreef Nabokov. Zou deze uitspraak op democratie toepasbaar zijn? Of anders misschien de variant van de cartoonist Gummbah? Daarin wordt een man over een smalle afgrond geschoten, van zijn geboorte naar zijn dood, door kringspier-achtige gaten in de bergwanden verbeeld. Hij kijkt verbaasd opzij. Koffertje vrije wil in de hand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden