Column Peter Middendorp

Peter Middendorp had een gecompliceerde relatie met zijn vader

Peter Middendorp.

Nu mijn vader is gestorven, vragen ze me weleens of ik wel een goede relatie met hem had. Nou, zeg ik dan altijd, ik had eerlijk gezegd een beetje een gecompliceerde relatie met hem. En, voeg ik er meteen aan toe, ook om de ander gerust te stellen, daar hoorden dus ook een boel goede dingen bij.

Een van de goede dingen was zijn betrokkenheid bij mijn werk. Mijn columns, mijn romans. De kranten, de radio, de tv – de aandacht. Ach, naast me op een bank in een talkshow was hij weleens zo betrokken dat ik niet meer aan het woord kwam.

Het was raar dat de publicatie van mijn nieuwe roman en de activiteiten die daarbij komen kijken, gelijk opgingen met de teloorgang van mijn vader. Ik miste het om na een interview met hem te bellen om te vragen hoe hij vond dat het was gegaan, ik miste het om mij ergens langs de snelweg een halfuur diep te ergeren aan zijn commentaar.

Paniek

Een paar keer werd ik ’s ochtends vroeg door mijn moeder gebeld – ‘Ik sta nog in mijn nachtpon. Iedereen moet komen, het gaat ineens heel slecht’ – en reed ik even later naar het ziekenhuis in Emmen. Onderweg probeerde ik te bedenken wat ik zou moeten zeggen, wat ik kon zeggen, en stelde ik me voor hoe het zou zijn als ik te laat zou zijn.

Als ik aankwam, was het levensgevaar elke keer net weer geweken, en als we een paar uur bij hem hadden gezeten, leek hij zelfs alweer wat opgeknapt. ‘Wat?’, zei hij. ‘Ga je niet naar TV Friesland? Heb je Opium-radio afgezegd? Zonde!’ Hij keek naar de slangetjes aan zijn armen, de toeters en de bellen om zich heen, alsof de intensive care de veiligste plek op aarde was. Met een blik opzij: ‘Ik ga zomaar niet dood.’

Zo ging ik vaak op pad, mezelf achterna. Ik zat altijd in de auto, overal ben ik geweest, maar in mijn hoofd zijn al die tochten op elkaar gaan lijken. Het enige verschil was dat ik steeds in paniek naar mijn vader reed en enigszins gerustgesteld terugkeerde, en dat het bij de radio en de tv precies andersom gebeurde.

Nieuwe boek

Bij TV Friesland ontdekten de presentatoren tijdens de live-uitzending dat ik een roman had geschreven, weliswaar geïnspireerd op de moord op Marianne Vaatstra, maar toch, een roman, fictie dus, verzonnen: onwaar. ‘Wat hebben wij er dan aan om dat boek van jou te lezen?’ riepen ze. ‘Nou? Als je hier vandaan komt?’

Bij Opium-radio hadden ze vooraf mooie praatjes verkocht, maar schotelden ze me in de studio een interviewer voor, Mark Brouwers, die geen vragen stelde, maar in plaats daarvan, ik weet nog altijd niet waarom, in een boze woordenstroom ontstak, die hij besloot met: ‘Dit verhaal is niet van jou!’

Nu mijn nieuwe boek is uitgekomen, vragen ze weleens of mijn vader daar nog iets van heeft meegekregen. Nou, zeg ik dan altijd, hij heeft Mark Brouwers nog net horen schreeuwen, uit een laptop op de intensive care, en mij ‘laat maar’ horen zeggen, ‘ik ga naar huis’, zodat het een kort interview werd, het kortste van het seizoen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.