Opinie Terug uit Parijs

Peter Giesen is na vijf jaar terug uit Parijs en weet een ding zeker: ‘Ik ben geen Fransman’

De Fransen kunnen bogen op een rijke cultuur, en hun liefde voor de geschiedenis is groot, stelt Peter Giesen vast bij zijn afscheid als correspondent. Maar al is hun joie de vivre aanstekelijk, ze zijn veel ontevredener dan wij vakantiegangers vaak denken.

‘Die oude baas die zo vredig met een glas pastis onder een plataan zit, zou heel goed een onverbeterlijke tobber kunnen zijn, net als dat ranke meisje op een Parijs’ terras.’ Foto Hollandse Hoogte / Hemis Creativ

In de zomer van 2013 begroette Parijs me met de onverschilligheid van de metropool. Eenzaam zocht ik mijn weg, zonder relaties, laat staan vrienden. Toch voelde ik me meteen thuis in een stad die een enorme joie de vivre uitstraalt. Lunchen, dineren en flaneren zijn er vanzelfsprekende onderdelen van het elegante stadsleven. ‘Niemand kan zo overtuigend op een terras zitten als een Parisien, en vooral een Parisienne’, schreef ik. ‘De benen over elkaar geslagen, de sigaret koket omhooggestoken, een drankje op tafel, beschaafd converserend in een taal die zelfs het triviaalste geleuter iets diepzinnigs geeft.’

De eerste anderhalf jaar gleden voorbij. Frankrijk was een romantisch, beetje ouderwets land waar niet zo veel gebeurde, geleid door een voorzichtige, onhandige president Hollande. Als rechtgeaard journalist had ik me wellicht moeten beklagen over het gebrek aan urgent nieuws, maar ik vermaakte me uitstekend met romantische verhalen die vaak ontleend waren aan het glorieuze verleden: de 100ste geboortedag van Albert Camus, de 80ste verjaardag van Brigitte Bardot. Deze wereld van gisteren werd wreed verstoord door de aanslagen van 2015. Plots bevond ik me in de frontlinie van de mondiale strijd tussen democratie en radicale islam. ‘Anderhalf jaar heb ik in de illusie van la douce France kunnen leven’, schreef ik eind 2015. ‘Sinds in de straten van Parijs met kalasjnikovs werd geschoten, ben ik bang dat ik als oorlogsverslaggever eindig.’

Het lijkt alweer lang geleden dat ik die woorden schreef. Destijds verwachtte ik dat Frankrijk veel vaker – misschien wel om de paar maanden – zou worden getroffen door zulke aanslagen, uitgevoerd door jihadi’s die in Syrië en Irak getraind en gehard zijn. Dat is vooralsnog niet gebeurd. Er volgden slechts amateuristische eenmansacties die relatief weinig slachtoffers maakten, met uitzondering van de aanslag in Nice. Je zou er bijna opgelucht over kunnen zijn, tot je bedenkt dat je gewend bent geraakt aan een geweld dat kort geleden nog onvoorstelbaar was. Wie had ooit kunnen bedenken dat het levensgevaarlijk zou worden om boodschappen te doen in het slaperige Zuid-Franse Trèbes, waar een islamist in maart 2018 drie mensen doodschoot in een Super U? Frankrijk was geschokt, uiteraard, maar sinds de verkiezingen van 2017 worden de thema’s islam, immigratie en identiteit verrassend genoeg totaal overschaduwd door de sociaal-economische hervormingen die president Macron wil doorvoeren.

Foto AFP

Erudiet en eloquent

De afgelopen vijf jaar leerde ik van Frankrijk houden: de aanstekelijke, bijna fetisjistische manier waarop de Fransen met eten en drinken omgaan, de rijke cultuur, de liefde voor de geschiedenis. De jonge president Macron staat model voor veel dingen die ik aan Frankrijk bewonder: elegant, erudiet en eloquent. Wie kan zich een Nederlandse politicus voorstellen die zo goed praat en zo sterk argumenteert, zo moeiteloos met filosofische citaten en historische referenties strooit? De keerzijde is er natuurlijk ook: een neiging tot pompeus vertoon en wijdlopigheid, een gebrek aan zelfspot.

Maar hoezeer ik Frankrijk ook beminde, het gevoel een vreemdeling te zijn heeft me nooit verlaten. Als je naar Frankrijk verhuist, ervaar je geen clash of civilizations, maar een reeks kleine schokken waardoor je vrijwel elke dag ervaart in een totaal ander land terecht te zijn gekomen, met andere gebruiken, andere ideeën, andere humor, een heel andere geschiedenis. Ik vind het moeilijk de Nederlandse identiteit precies te definiëren, maar na vijf jaar Parijs weet ik een ding zeker: ik ben geen Fransman.

Nederlanders en Fransen hebben moeite elkaar te begrijpen, constateerden twee sociologen die onderzoek deden bij Air France en KLM. Net als veel andere Nederlanders ervoer ik Frankrijk vaak als gesloten en hiërarchisch. Op sites van instanties, politieke partijen en zelfs actiegroepen zoek je vaak vergeefs naar een telefoonnummer. Contact is slechts mogelijk via een e-mailformulier waarop uiteraard nooit wordt geantwoord. Perfecte Franse logica. Wie ertoe doet, achterhaalt het nummer wel via zijn relaties. Andere mensen zijn niet interessant.

Maar Fransen klagen net zo goed over Nederlanders. ‘Nederlanders bellen je op en vragen: zou je dit of dat willen doen? Het is nooit: hallo Charles, hoe is het? Hoe was je vakantie?’, zegt een Parijse kennis die in de financiële wereld werkt.

Centraal gezag

‘Fransen vinden Nederlanders vaak onbeleefd en ongeïnteresseerd. In Frankrijk besteed je zorg aan de mensen met wie je zaken doet’, zegt Jacques Pateau, een consultant die Noord-Europese managers adviseert over werken in Frankrijk. Nederland en Frankrijk zijn uitersten. Nederland is een polderland waar iedereen meepraat en zich – in meer of mindere mate – medeverantwoordelijk voelt voor het bereikte compromis. Een land waarin dorpen, steden, gewesten en religies het eens moesten worden, omdat geen van alle sterk genoeg was om zijn zin door te drukken. Daar tegenover staat Frankrijk, waar al vroeg een centraal gezag werd gevestigd. Die hiërarchische traditie werd nog eens versterkt door het dominante katholicisme.

Kun je het heden verklaren door historische processen die zich eeuwen geleden hebben voorgedaan? Ik heb daar altijd sceptisch tegenover gestaan. Ben ik echt zo mild omdat een mij onbekende voorvader in de 13de eeuw zijn land inpolderde met zijn buren, zoals de Amerikaanse historicus Russell Shorto suggereert in zijn boek Amsterdam? Zijn veel Fransen zo hiërarchisch ingesteld omdat hun land voor 1789 een absolute monarchie was? Maar toch: als je van Nederland naar Frankrijk verhuist, ervaar je elke dag de verschillen, tot in de kleinste details.

Als je een bankrekening wilt openen blijkt het filiaal van de Banque Populaire aan de Boulevard Voltaire een miniatuurpaleis waarin de medewerkster die ons helpt voor elk wissewasje toestemming moet vragen aan de soeverein, de filiaalchef. Mijn vrouw deed vrijwilligerswerk voor de Restos du Coeur, een voedselbank. Ook hier was eigen initiatief niet gebruikelijk. Een tafel verplaatsen? Eerst de responsable vragen.

In Frankrijk wordt anders naar de wereld gekeken dan in Nederland. Veel Nederlanders bezien de wereld op een economische manier, als een spel van onpersoonlijke krachten waarop je als individu weinig invloed hebt. Daarom kun je je maar beter aanpassen aan de almaar veranderende eisen van de mondiale economie, of je dat nu leuk vindt of niet.

Voor veel Fransen is dit wereldbeeld een horreur. Zij kijken op een politieke manier naar de wereld. ‘De economie moet in dienst staan van de mens, niet andersom’, zegt mijn linkse vriend Daniel, terwijl we een biertje drinken in de marge van een demonstratie voor de radicaal-linkse presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon.

Het is de erfenis van de Revolutie, waarbij de soevereiniteit werd overgedragen van de absolute vorst aan het volk. De staat wordt geacht de wil van het volk uit te voeren. Het volk wil natuurlijk meer loon, langer vakantie en vroeger met pensioen. Maar het wil vooral bescherming tegen de grillen van de markt.

In theorie sympathiseerde ik met mijn vriend Daniel. Ik mocht het wel dat de Fransen zich verzetten tegen de liberale hegemonie, waar Nederlanders zich veel te gemakkelijk neerleggen bij ‘hervormingen’ die vooral het bedrijfsleven en een mondiale bovenklasse ten goede komen. Maar in de praktijk kon ik slechts constateren dat de Franse aanpak – een beschermde arbeidsmarkt, hoge staatsuitgaven – averechts werkte. De werkloosheid in Frankrijk is ongeveer twee keer zo hoog als in liberalere Noord-Europese landen.

Foto AFP

Dat zijn slechts macro-economische cijfers, werpen sommige mensen dan tegen. Frankrijk is misschien minder efficiënt, maar dat komt omdat de samenleving niet alleen om geld draait en de mensen nog tijd voor elkaar nemen. Zo’n land zou ik graag hebben aangetroffen, een oase van levenskunst in een woestijn van commercie en opgeschroefde productiviteit. Maar na vijf jaar Parijs geloof ik dat deze opvatting een vorm van francofiele kitsch is.

Frankrijk is geen vrolijk land. Het leven ziet er lichter uit dan in Nederland, maar wordt zwaarder opgenomen. Dat is zelfs wetenschappelijk vastgesteld. Sociologen spreken van de Franse unhappiness puzzle. De Fransen zijn minder gelukkig dan je op grond van hun welvaartsniveau zou mogen verwachten. Ze geven hun leven gemiddeld een 6,4 – veel minder dan de Nederlanders (7,8) of de IJslanders (8,1) die de helft van het jaar in het donker zitten. Die oude baas die zo vredig met een glas pastis onder een plataan zit, zou heel goed een onverbeterlijke tobber kunnen zijn, net als dat ranke meisje dat op een Parijs’ terras zo elegant zit te roken.

Het verdriet van Frankrijk wordt geweten aan de hiërarchische cultuur, erfenis van monarchie en katholicisme. In het algemeen geldt: hoe vrijer mensen zijn, hoe gelukkiger. De vrijheid van de Fransen wordt echter ingeperkt door strenge leraren, autoritaire bazen en een paternalistische staat, denkt Gaël Brulé, een Franse ingenieur die promoveerde op het geluk van zijn landgenoten bij de Rotterdamse ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven. Veel Fransen missen het zelfvertrouwen om hun eigen keuzes te maken, stelt Brulé. Van meer liberalisme zouden ze gelukkiger kunnen worden.

Vanuit Nederland is dat misschien moeilijk voor te stellen. Nederland is zo geflexibiliseerd, zo meegebogen met de globalisering, dat veel mensen geen vaste voet meer aan de grond voelen. Het liberalisme stuit op zijn grenzen: veel burgers zijn het zat om zich uit te leveren aan de eisen van de internationale economie. Niettemin hebben Nederlanders een veel opener houding ten opzichte van de toekomst dan veel Fransen die zich vastklampen aan een sociaal model waarvan ze zelf ook wel aanvoelen dat het onhoudbaar is.

President Macron. Foto AFP

Noord-Europese richting

President Macron wil Frankrijk nu in Nederlandse of Noord-Europese richting trekken. Het is een immense opgave. Voor mijn boek Retour de France reisde ik over de Route Nationale 7, de oude tweebaansweg tussen Parijs en de Côte d’Azur. Je voelt de last van het verleden, de kastelen, kerken en kathedralen. Macron wordt dwarsgezeten door de lange arm van de geschiedenis, betoogde de filosoof Régis Debray, vooral door zijn katholieke traditie. Het katholicisme is hiërarchisch en universalistisch, het protestantisme pluralistisch. Elke katholiek wordt geacht zich aan het gezag van de enige ware kerk te onderwerpen, terwijl een protestant desnoods zijn eigen kerk kan oprichten.

Daarom is het protestantisme veel beter dan het katholicisme toegesneden op de hedendaagse doe-het-zelfsamenleving, aldus Debray. Een hiërarchische, centralistische cultuur past niet bij een wereld die vraagt om experiment en initiatief, die zich niet langer van bovenaf laat commanderen. Volgens Debray probeert Macron van Frankrijk een ‘neoprotestants’ land te maken. Het volstaat niet om aan de knoppen van het economisch model te draaien, hij moet een transformatie bewerkstelligen die de nationale identiteit raakt.

Als Macron slaagt, zal Frankrijk een beetje minder Frans worden, zonder boze vakbondsmensen, stakende piloten, barokke bureaucratie, zonder het geloof dat Frankrijk een exceptioneel land is waar een machtige staat zijn burgers beschermt omdat de erfenis van de Revolutie dat nu eenmaal gebiedt. Frankrijk zal een beetje meer op een gewoon land lijken dat buigt voor de wereld. Dat stemt melancholiek.

Vlak voor mijn vertrek lunch ik nog een keer met mijn vriend François. Zoals gewoonlijk nemen we de Franse politiek door. ‘La France est un pays irritant et attachant’, zegt hij. Een irritant en aantrekkelijk land. Soms gesloten, zuur en conservatief, soms indrukwekkend, elegant en vol liefde voor het goede leven. Waar anders zit je tijdens de lunchpauze twee uur in een restaurant te klagen over de wereld, terwijl de glazen rode wijn nog eens worden bijgeschonken? Ik zal Frankrijk missen, dat schitterende bange land.

Peter Giesen: Retour de France. Thomas Rap; 336 pagina’s; € 19,99.

Podcast: hoe kijkt Peter van Giesen terug op vijf veelbewogen jaren?

Fantastisch, om zo'n kans te krijgen, dacht Peter Giesen toen hij vijf jaar geleden naar Parijs verhuisde om als correspondent te werken. Het eerste jaar genoot hij van het schrijven van romantische verhalen, toen kwamen de aanslagen. Hij is nog geen week terug. Mist hij het land al? En hoe kijkt hij terug op zijn correspondentschap? Je hoort het in Het Volkskrantgeluid.

Hoe Frankrijk veranderde tijdens het correspondentschap van Peter Giesen, en hoe vijf jaar Frankrijk Giesen veranderde

Niemand kan zo overtuigend op een terras zitten als een Parisienne, schreef Peter Giesen in de zomer van 2015. Niet veel later verandert zijn vrolijke, romantische Parijs in een oorlogsgebied. Wat deed dat met de Parisienne op het terras? En met hem?

Toen Giesen correspondent werd, nam hij zich voor niet mee te doen aan het bashen van de Fransen. Hij mocht de Galliërs wel, die zich in elk geval nog verzetten tegen de dominantie van het liberalisme. Een aantal jaren later geeft hij met tegenzin toe dat het moeilijk is links te blijven in zijn geliefde, linkse Frankrijk.

Waarom correspondenten van belang zijn

De Volkskrant heeft 16 correspondenten over de hele wereld, om belangrijke buitenlandse ontwikkelingen begrijpelijk en invoelbaar te maken. 'Omdat we erbij zijn, kunnen we ook de andere kant van het verhaal laten zien', vertelt Chef Buitenland Alex Burghoorn in deze video.

Correspondent Midden-Oosten Ana van Es gaat voor een verhaal altijd op zoek naar personages op wie ze kan inzoomen. 'Met persoonlijke verhalen breng je de waarheid dichterbij.'

Steun de kwaliteitsjournalistiek van de Volkskrant, vanaf €2,50 per week. 

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.