Column Peter Buwalda

Peter Buwalda wilde een column schrijven over een haar, maar had een vastloper

Hoe groot is je onderwerp eigenlijk?

Foto Foto Berto Martínez

Vorige week, vrienden, had ik een vastloper. Prachtig woord, maar verder valt er weinig te genieten. De letterlijke betekenis komt volgens mij uit de seksuele wereld. Een oorspronkelijke vastloper, dus niet een figuurlijke, zoals die van mij (waardoor de vrijdagkrant ongeopend de kattenbak in kon), doet zich voor wanneer een bijtje tijdens het neuken klem komt te zitten in een bloempje. Vaak gehad. Wat er misgaat, is dat je dakje de bekkenbodem heeft van een Bondgirl en jij voor een keertje de boner van Rico Verhoeven, een samenloop van omstandigheden waar vier ambulancebroeders bij komen kijken en een tweepersoonsbrancard.

Wat kan de aspirantcolumnist ervan opsteken? Ook de papieren vastloper is namelijk geen pretje. ‘We zijn er om elkaar beter te maken’, zei B. Groenman altijd, mijn oude chef. Van hem heb ik bijvoorbeeld geleerd dat wanneer het bloedheet is op de krantenredactie, en je draagt een leidinggevend pak, je gerust je broekspijpen tot boven je knieën mag oprollen.

Ook voor de papieren vastloper bestaan gelukkig oplossingen. Al zitten die in de preventieve hoek. Een vastloper waar je nog uitkomt, is geen vastloper. Laat je dus niet opjagen door dagbladjournalisten die brullen dat je er een eind aan moet breien. Dit zijn inktkoelies en tikgeiten. Jij bent een kunstenaar/artiest.

Belangrijk is evenwel je onderwerpkeuze. Niet inhoudelijk natuurlijk, stukjes kunnen over alles gaan, desnoods over de actualiteit. Het gaat om proportie. Riskant zijn onderwerpen van kosmische omvang die, als je eenmaal bezig bent, niksig uitpakken, zoals zwarte gaten. Kun je op stukgaan. Nog riskanter zijn minuscule onderwerpjes die halverwege juist weerzinwekkend groot blijken. Higgsdeeltjes, bijvoorbeeld.

Maar ook: een haar. Dat had ik vorige week. Mooi onderwerp, dacht ik zo. Een haar is herkenbaar, niet te zwaar en tijdloos. Zelfs voor de kale lezer.

Mijn haar kwam uit Bed & Breakfast, het succesprogramma van Oproep Max, waarin stellen elkaars thuishotelletje testen. Een gouden formule, alleen zwakzinnigen laten hun huis bevuilen door vreemden om het erna snel op te ruimen voor een volgende shift. De format is dat iedereen die meedoet zelf ook zwakzinnig is, wat tot een kernexplosie van burgerlijk getrut leidt. De kijker profiteert, zeker als er, zoals in de week van mijn vastloper, lui bij zitten met uitgezaaide smetvrees. (‘Ik ben bang voor vuil, jij?’ ‘Ik ook.’ ‘Laten we een bed and breakfast beginnen!’)

Frans & Annemarie, deelnemers van Bed & Breakfast.

Annemarie en Frans. Ze hadden een haar gevonden in hun kamer. Op tv leek die haar behapbaar. Die is voor mij, dacht ik. Zeker toen Annemarie en Frans hun verblijf moesten evalueren en over de haar begonnen. Dit leverde beelden op die we ten kastele acht keer hebben teruggekeken. Dat had me moeten waarschuwen. Frans kondigde de haar aan als ‘een kleinigheidje’, wat oneigenlijk was. De haar was mastodontisch. Voor Frans, maar ook voor de mensheid. De haar was Freud, hij was Shakespeare.

Wat volgde, heet in de sterrenkunde singulariteit, als tijd en ruimte verdwijnen in een punt.

‘Een haar?’, vroeg de gastvrouw.

Annemarie stond erbij te kijken alsof ze van grote hoogte op haar hoofd kakten. Frans knikte met grote ogen en een parelend voorhoofd.

‘Een haar, ja’, hijgde hij. En daarover wilde ik dus een column schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.