Column Philip Roth

Peter Buwalda was te gast bij Margriet om te vertellen over Philip Roth en kwam terecht in een thematisch sterke uitzending over uitwerpselen

Peter Buwalda. Beeld De Volkskrant

Voor tv heb ik geen tijd. Ernaar kijken, bedoel ik. Uitrukken om er zelf op te komen is wat anders, want je krijgt warm eten. Ik was een poos niet in de DWDD-studio geweest, maar alles was vanouds. Taxi, spoorboom, lange houten trap, redactrices, visagie. Bordje voor Peter.

En daar had je Matthijs. Hij zag er hip uit, in een lichtpaars pak. Zijn veelbesproken coupe soleil van vorig seizoen bleek een tussenfase, de haardracht had zich doorontwikkeld tot een fraaie kaketoe-kuif.

‘Ik ben Margriet', zei hij.

Mijn bijdrage betrof de dood van Philip Roth. ‘Ben je verdrietig?’, wilde Margriet weten. ‘Niet echt’, zei ik, ‘want het gaat om een andere Philip Roth. Mijne staat thuis in de kast.’

De show begon en gezegd moet worden dat er een fraaie thematische lijn was: menselijke afscheiding. Eerst ging het over de scheppingen van de geest, te weten de verzinsels van Donald Trump. Toen kwam ik dus, over de verzinsels van Philip Roth. Erna door over de scheppingen van het lichaam, te weten poep. Hoe thematisch sterk de show ook was, de overgang voelde bruusk. Misschien hadden we beter met poep kunnen beginnen, waarna Donald Trump er soepeltjes in was gegleden. Erna rezen natuurlijk nieuwe, grote problemen, qua Roth.

Menselijke drollen

Niettemin deed de nieuwe Matthijs het uitstekend, je moet het maar durven. Tijdens het poepgesprek werden allerlei maquettes van menselijke drollen vertoond, hard, zacht, droge korrels. Je kon niet merken wat Margriet interessanter vond, Philip Roth, of poep – wat een goede presentator natuurlijk kenmerkt.

Zou ik niet kunnen, zeg. Bij Trump lag ik onderuit te gapen, niet wéér. Bij de poepgasten zou ik met een vies gezicht wegkijken. Poepgasten: ‘De gezondste drollen hebben de vorm van een banaan.’

Ik: ‘Gátverdamme zeg.’

Poepgasten: ‘Mensen met een ernstig verstoorde darmflora krijgen tegenwoordig een poeptransplantatie. De hele darminhoud van een donor wordt via de neus door de slokdarm ingespoten.’

Ik: ‘Kappen! Wát een smerig verhaal, zeg. De mensen thuis zitten te éten. Laten we het over Philip Roth hebben.’ En over Roth zou ik dan weer veel te lang doorgaan, uren, tot Jeroen Pauw z’n hoofd om de hoek kwam steken (zelfde studio) – we gaan begínnen!

Op de terugweg kreeg ik een sms van Wilfried de Jong, die ik een beetje ken. We wisselen gedachten uit over poep. Nee hoor, maar nu even wel. Met Waardenberg, zijn oude kompaan, had hij ooit het absurdisme bedreven door Huub Stapel en Jules Deelder en Michaël Zeeman vanaf een hoge plee op zijn kop te laten kakken.

‘Mooi werk. Echte stront?’

‘Nee, nep. Deelder lange dunne, Zeeman grote hompen.’

‘Check.’

Het was me het dagje wel. Soezend in mijn bedje, mijn eerste Rothloze nacht tegemoet, probeerde ik de gebeurtenissen rond te breien. Lukte prima. Ooit waren we met Biografie Bulletin bij Harry Prick op bezoek gegaan, de biograaf van Lodewijk van Deyssel. Zeeman had Pricks 1.500 pp dikke levenswerk afgekraakt op de buis. In Pricks werkkamer hing een schilderij van een grote kop met een bruine berg erop, geverfd in kinderlijke stijl. Dat is Michaël Zeeman, lichtte Prick toe, met een drol op z’n kop. Had hij op de bewuste avond gemaakt, zo boos was Prick.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.