Column Peter Buwalda

Peter Buwalda koopt nooit zomaar een bak druiven, want druiven die moet je snuiven

Sorry, ik test even uw fraaie waar.

Hoe ze je achter je rug noemen, weet je niet. Maar soms kun je het raden. In onze Appie bijvoorbeeld, bestaat de kans dat de meisjes en jongens van de groente me ‘de druivensnuiver’ noemen.

Ja, trek uw gele hesje maar weer uit. De druivensnuiver? Wat is er nu weer aan de hand?

Heel wat, heel wat. Om ergens te beginnen: ik woon samen met iemand die op een dag zal wakker worden als een druif. Dekentje eraf en glanzen maar. Zeg niet dat ik niet heb gewaarschuwd.

Zoals Kafka’s tor? Nein. Gregor Samsa kon er niks aan doen dat hij van gedaante wisselde. Jet wel, die heeft het er naar gemaakt, zullen de doktoren hoofdschuddend beamen, zo veel druiven gaan erin. En rap zeg. Daarom heeft ook zij een bijnaam, namelijk Sneldruifje, wat iets indiaans heeft, ik weet het, je ziet er een geinige squaw bij, in een getailleerd kralenjurkje, maar helaas, het heeft te maken met een verbijsterende hoeveelheid druiven per ­seconde.

Iedere dag moet er een verse bak komen. Daar ­beginnen de problemen. Punt één: er is iets met sommige druiven. Over bepaalde druiven spuiten de boeren een bijzonder smerig spulletje, tenminste, dat vind ik, want – en dat is punt twee – Jet ruikt het niet.

Dat is raar. Heel raar, als je bedenkt dat de druiven waarom het gaat naar mijn idee niet een beetje stinken, maar vreselijk hard. Zo hard dat alles wat ermee in contact komt – vingers, monden, bakjes, waterglazen, het water zélf – ook gaat stinken. Als ik zo’n horrordruif heb aangeraakt, was ik mijn handen met zeep, langdurig, maar zonder resultaat. Het moet ­slijten.

Nee, dan Sneldruifje, die tikt, als ze de kans krijgt, fluitend zo’n gifbak leeg. Kan ik radeloos van worden. Werkt dit ook zo met andere geuren? Leven u en ik in dezelfde dimensie? Is een Smurf blauw?

In het begin kocht ze nog weleens een bak op de bonnefooi. Die moest meteen in quarantaine, en was het een foute bak: vernietigen. Legde ze zich niet voetstoots bij neer, natuurlijk. Het waren wel druiven. Hij stelt zich aan, dacht ze, en tikte er stiekem eentje weg. Kon ik slecht mee omgaan.

‘Wat ruik je dan?’

‘Gare rapen.’

Dus wat krijg je als wij die groenteafdeling opkomen: ‘Ruik jij even aan de druiven, darling? Dan pak ik een aubergine.’ En daar gaat darling: op de bakken af. Hier zijn ook alweer problemen. De ouwe bakken, dat ging nog, die hadden een deksel dat open kon, links kijken, rechts kijken, snel je neus erin.

De nieuwe bakken zijn tricky, die hebben een gelijmd cellofaan, waarin, Jezus redt, luchtgaatjes zitten. In het begin snoof ik aan zo’n gat, maar dat maakte een ratelend lawaai en was onwaterdicht. Toen een tijdje op z’n kop met een druif tegen het gat. Dat zag er pas echt raar uit, is mij verteld. ­Tegenwoordig wringt de druivensnuiver een wijsvinger door een luchtgaatje, bepotelt een druif, waarna hij...

Ik heb veel voor Sneldruifje over, vrienden.

Zaak is vervolgens om de foute bakken niet hard van je af te smijten. Zo’n kletterende schuiver willen de groentekinderen niet op hun afdeling. Bovendien gaat de vloer ervan ruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.