ColumnBert Wagendorp

Pessimistisch door corona? Nergens voor nodig, een prachtige toekomst gloort

Of optimisme een morele plicht is weet ik, in tegenstelling tot de filosofen Kant en Popper, niet zeker. Soms kan pessimisme ook een goed middel zijn om je de wanhoop van het lijf te houden – als de werkelijkheid minder vreselijk blijkt dan verwacht, is dat toch weer een mooie meevaller. Maar met het coronavirus lijkt optimisme me een betere remedie. Die lockdown en anderhalvemetersamenleving zijn wangedrochten; als je die pessimistisch ondergaat, zak je langzaam maar zeker weg in een moeras van treurigheid en zelfbeklag.

Een blije optimistische eikel oké, maar er moet wel enige grond voor zijn, anders zit je jezelf voor de gek te houden. Daarom ging ik gisteren op zoek naar optimistische signalen. Ik had er veel vertrouwen in dat ik die zou vinden, anders moet je er niet aan beginnen.

En jawel, daar had ik er al een te pakken. Het was een interview met de Tilburgse hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger, dat vorige week al in het Eindhovens Dagblad stond, maar dat me toen was ontgaan. Eijffinger heeft gedoceerd aan de Humboldt Universiteit van Berlijn en was ook gasthoogleraar aan Harvard (VS). Kortom, Eijffinger is niet zomaar de eerste de beste koekebakker.

Hij begint het interview aldus: ‘Ik wil echt waarschuwen voor paniekgedachten, voor doemdenken.’ Zo mag de optimist het horen. Volgens Eijffinger krijgen we te maken met een recessie, dat wel, maar niet met een depressie zoals na 2008. Hierna haalt hij de Oostenrijkse econoom Schumpeter (1883-1950) aan. Het coronavirus leidt tot disruptie, ‘maar je hebt disruptie nodig om tot werkelijke vernieuwing te komen’. Vernieuwing, zegt Eijffinger, ‘is de enige bron om vooruit te komen.’ En alsof dat nog niet optimistisch genoeg is: ‘Uiteindelijk zal deze crisis leiden tot meer welvaart en een betere samenleving.’

Een vaccin zou niettemin wel handig zijn. Het duurde niet lang of mijn speurtocht naar hoop bracht me bij The New York Times. Daar werd ik aangenaam getroffen door de volgende kop: ‘In Race for a Coronavirus Vaccine, an Oxford Group Leaps Ahead’. Het gerenommeerde Jenner Institute in Oxford, zo bleek, heeft mogelijk een vaccin gevonden. In het Rocky Mountains Laboratory in Montana wordt het getest op resusapen (altijd de lul, die arme resusapen, maar helaas moet het nu even).

Hoewel de gevaccineerde apen, die genetisch dicht bij de mens staan, werden gebombardeerd met coronavirussen, bleven ze kerngezond. Eind mei begint de eerste grootschalige test met een groep van zesduizend mensen. Slaagt die ook, dan kunnen in september al miljoenen doses van het vaccin beschikbaar zijn, mede dankzij de miljarden van de Foundation van Bill en Melissa Gates.

Goed, fijne optimist, maar dan zitten we nog altijd met de duizenden miljarden staatsschuld die we wereldwijd opbouwen om de boel overeind te houden. Om die angst te bezweren is er gelukkig Paul Krugman, econoom, winnaar van de Nobelprijs voor Economie 2008 en columnist voor The New York Times.

Wat schreef Krugman maandag in zijn column over de astronomische staatsschulden: daarover hoeven we ons totaal geen zorgen te maken. Het lenen op de kapitaalmarkten is door de superlage rente gratis en de schuld zelf gaan we gewoon nooit terugbetalen, ‘and that’s OK’. ‘Het enige dat we te vrezen hebben is de vrees voor schulden zelf.’ Dat Wopke Hoekstra het even weet.

De toekomst is niet bleek, maar juist vol van beloften.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden