Pers is belangrijker dan ooit in wedloop om werkelijkheid

De belangrijkste politiek adviseur van president Trump, Steve Bannon, verklaarde woensdag in The New York Times dat de media 'hun mond moeten houden', dat ze 'nul integriteit en nul intelligentie' hebben en de 'oppositiepartij' zijn. Bannon is de voormalige baas van Breitbart News, een extreem-rechtse website die tijdens de verkiezingscampagne leidend was in de verspreiding van Trumps 'alternatieve feiten'.

Journalisten stellen vragen aan Sean Spicer, de persvoorlichter van het Witte Huis. Beeld epa

Met zijn aantreden als adviseur is dat nu officieel overheidsbeleid geworden. Trump zelf verklaarde de media al eerder de oorlog. In zijn woorden en in die van Bannon klonk dreiging door: de media gaan een prijs betalen. Trump kennende wordt er nu in het Witte Huis serieus nagedacht over de vraag hoe die prijs eruit gaat zien - hij heeft in de eerste week van zijn presidentschap aangetoond dat hij de daad bij het woord voegt.

De vraag hoe media moeten omgaan met leiders die de waarheid naar hun hand willen zetten ligt op tafel. Niet alleen in de VS. Tijdens het debat over de bonnetjesaffaire in de Tweede Kamer zagen we een minister die zijn best deed de waarheid 180 graden te kantelen: hij had niet geprobeerd de waarheid te verdoezelen, verklaarde hij, maar wilde die juist zo goed mogelijk dienen! Het sprookje had niet het beoogde effect, maar Ard van der Steur kreeg niettemin steun van zijn partijgenoten, onder wie Mark Rutte.

De grootste Nederlandse fan van Trump is een politicus die zichzelf al als de nieuwe premier ziet.

Steve Bannon (L) en Chief of Staff Reince Priebus. Beeld afp

Dat Bannon de media 'de oppositiepartij' noemt, is niet erg. Dat zijn ze ook en dat moeten ze vooral blijven. Dat dankzij Trump de scheiding tussen media en politiek is aangescherpt, is ook uitstekend. Vorig jaar hadden we hier de primeur van het 'Correspondent's Dinner', een door Twan Huys naar Nederland gebracht Amerikaans fenomeen, waarbij verslaggevers een avondje gezellig gaan lachen om grapjes van de premier. Hopelijk was dat een eenmalige gotspe - de pers hoort niet bij politici op schoot.

Maandag was de baas van Het Journaal, Marcel Gelauff, bij DWDD. Het ging over de vraag hoe de media zich moeten opstellen in het tijdperk van de 'post-waarheid'. Gelauff vatte zijn probleem als volgt samen: 'Als wij gaan beweren dat Trump jokt, acht een deel van het publiek bewezen dat wij niet de waarheid spreken.' Tevens poneerde hij de stelling dat liegen alleen liegen is, als de leugenaar bewust liegt. Matthijs van Nieuwkerk raakte er zichtbaar van in de war en staatssecretaris Dijkhoff noemde het 'pervers'.

Media moeten zich niet in allerlei bochten wringen uit angst het publiek te mishagen. Ze moeten uitzoeken wat waar is en wat niet - dat is hun belangrijkste taak. Wat niet klopt, klopt niet, leugens zijn leugens, wie liegt is een leugenaar. Als ze dat niet meer durven vaststellen, kunnen ze de tent beter meteen sluiten.

Dankzij Trump en zijn internationale geestverwanten doen de media er weer toe. Ze zijn opeens zelfs belangrijker dan ooit om het zicht op de werkelijkheid en de waarheid niet te verliezen. Dat is winst. Het gevaar is dat de pers monddood wordt gemaakt. 'Het is een noodsituatie', zei David Remnick, hoofdredacteur The New Yorker, deze week, 'en we kunnen dit gewoon verliezen.'

Dat gebeurt zeker als de media in hun schulp kruipen, nu de aanval is ingezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden