Column Ibtihal Jadib

Perfecte aansluiting vinden bij autochtone Nederlanders is een reden voor achterdocht

‘Hij praat zó goed Nederlands, je hoort niet eens meer dat hij Marokkaans is.’ Deze zin werd misprijzend uitgesproken door een jongeman die zelf duidelijk geen last had van zijn accent. Ik ving zijn opmerking op in het voorbijgaan op straat en had even nodig om de betekenis ervan op mij te laten inwerken. Té goed Nederlands spreken als reden voor afkeuring? Ik had het erover met een Marokkaanse vriendin en zij herkende het euvel: als je perfect aansluiting vindt bij autochtone Nederlanders is dat reden voor achterdocht. Dat klinkt onaardig, maar in wezen is het een goedbedoelde vorm van naastenliefde. Marokkanen weten van elkaar hoe kwetsbaar hun bloed is: ze hebben een gen in hun dna dat bij intensieve blootstelling aan Nederlanders alle Marokkaanse bloedcellen spontaan begint af te breken. Het is een buitengewoon ernstig verschijnsel, want op een gegeven moment weten ze niet meer wie ze zijn. Vandaar dat de omgeving soms moet ingrijpen door de persoon bij de schouders beet te pakken om die aan te manen: ‘Hé, je moet niet vergeten waar je vandaan komt!’

Voorkomen is echter beter dan genezen, dus heb ik een driestappenplan bedacht om wankelende Marokkanen te beschermen tegen verlies van hun oorsprong.

Laat ik beginnen met het straatbeeld. Onze grootouders reden niet op scooters en hadden evenmin de beschikking over Volkswagen Polo’s. Als ik in Fez door de medina slenter, hoor ik om de zoveel tijd die goede oude brul uit het verleden wanneer een koopman erlangs moet met zijn ezel. Die beesten kunnen verrassend veel spullen dragen, veel meer dan op zo’n glimmend scootertje past, en verder scheelt het nog geld ook, want hooi is goedkoper dan benzine.

Stap één bestaat dus uit de aanschaf van een muilezel. Let op: laat u niet verleiden tot een upgrade door een paard te kopen, want die kan in combinatie met een rode djellaba onverhoeds worden aangezien voor het paard van Sinterklaas. Enthousiaste participatie in Nederlandse feesten is funest voor de Marokkaanse bloedcellen, houdt u zich daar verre van. Tenzij er chocoladeletters of oliebollen in de aanbieding zijn, want overvloedig eten is juist heel Marokkaans.

De werkvloer is een risicogebied. Daar worden Marokkanen veelvuldig blootgesteld aan diepgewortelde, onuitroeibare Nederlandse gebruiken als ineffectief vergaderen, roddelen bij de koffieautomaat en met een dienblad door de kantine schuifelen tijdens de lunch.

Stap twee is even simpel als doeltreffend: neem een kommetje bissara mee naar het werk. Niets verlevendigt het Marokkaanse hart meer dan de traditionele Marokkaanse erwtensoep. Vergeet niet een scheutje olijfolie en een snufje komijnpoeder mee te nemen voor de garnering, mogelijk zorgt dit voor geknoei in de aktetas, maar dat moet u er voor overhebben.

De derde stap ten slotte is rigoureus, maar zal iedereen bevrijden. Of leiden tot ontslag. Zonder moed komen we echter nergens in het leven, dus: gooi uw agenda weg en bezegel iedere afspraak voortaan met een vertrouwenwekkend ‘insjallah’ (als God het wil). De echte Marokkaan laat zich leiden door de hand van God, niet door de klok. Kom gewoon overal binnenvallen wanneer het u uitkomt en verloochen uw afkomst niet door zoiets onzinnigs als punctualiteit.

Zo, met dit stappenplan zijn goede voornemens voor 2019 overbodig. Zolang we onze roots behouden, komt alles goed!

ibtihal.jadib@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.