Opinie Investeren in China

Pensioenfondsen, let beter op de beleggingsrisico's in China

Nederlandse pensioenfondsen moeten beter rekening houden met beleggingsrisico’s in China, betoogt Elmar Hellendoorn van het Belfer Center van de Harvard Kennedy School.

Een belegger houdt de aandelenkoersen in de gaten in Beijing, 19 oktober 2018. Beeld AFP

Ondanks de Amerikaans-­Chinese spanningen investeren Nederlandse pensioenfondsen steeds meer in Chinese bedrijven. De grotere fondsen hebben 20 miljard euro in China belegd, dat is 2 miljard meer dan in 2017, ofwel 1,75 procent van hun vermogen. Bovendien beleggen ze ook verplicht in China via MSCI-indexfondsen. Het is logisch dat Chinese groeicijfers Nederlandse fondsmanagers hebben aangetrokken. Alleen is het niet zeker dat de pensioenfondsen de complexiteit van beleggingen in de Chinese markt goed overzien.

Door de globalisering van kapitaalmarkten en de toegenomen geopolitieke turbulentie moeten investeerders en toezichthouders op een andere manier naar risico’s en kansen leren kijken. Zonder geïntegreerd begrip van geopolitiek en finance zijn ­risicomodellen en investeringsstrategieën onvolledig. Indexen en statistieken geven een vertekend beeld van de realiteit. Een geloofwaardige inschatting van ESG-factoren (environmental, social en governance) is erg lastig. In opkomende markten kan schijn ­bedriegen. En overal zijn machts­politiek en markten verbonden.

Gepolitiseerde economie

De Chinese economie is zo ondoorzichtig en gepolitiseerd dat kritische vragen moeten worden gesteld over beleggingen van Nederlandse pensioenfondsen in China. Tegelijkertijd kan Den Haag met de EU en de OESO aandringen op de liberalisering van de Chinese kapitaalmarkten. Dat is nog onvoldoende onderdeel van de reciprociteitsdiscussie met China.

Terecht eisen westerse regeringen wederkerigheid in de economische relatie met China. Echte reciprociteit zou betekenen dat de Chinese overheid geen kapitaalcontroles meer handhaaft, statistieken niet manipuleert en internationaal toezicht op ­auditing en vrije due diligence toestaat. De Communistische Partij van China (CCP) oefent echter steeds grotere controle uit over de economie.

Premier Li Keqiang vertelde de Amerikaanse ambassadeur in 2007 dat Chinese macro-economische data onbetrouwbaar en verzonnen waren. Niet alleen worden officiële statistieken verdraaid, er is ook censuur op negatieve economische berichten.

Bedrijfsonderzoekers in het gevang

Het is erg lastig om boekhoudrapporten over Chinese bedrijven te verifiëren. De grote accountantsbureaus werken in China en Hong Kong met lokale affiliaties die westerse toezichthouders niet mogen inspecteren.

Due diligence, inclusief fraudeonderzoek, blijft risicovol, zeker als er politieke belangen op het spel staan. Het doorlichten van een bedrijf kan worden bestraft als economische spionage. Verschillende westerse bedrijfsonderzoekers zijn hierom in het Chinese gevangenissysteem beland.

Corporate governance is niet altijd transparant. Niet alleen in staatsbedrijven, ook in ‘private’ Chinese bedrijven speelt de CCP een rol. De partij is aanwezig in veel bedrijven en kan directe invloed op bedrijfsoperaties opeisen – dus ook bij joint ventures met westerse bedrijven, en bij ­Chinese vermogensbeheerders die ook Nederlands pensioengeld op de Chinese aandelenmarkt beleggen.

Risico's

Beleggers kunnen hun geld wel China in krijgen, maar veel moeilijker eruit – vanwege de controles op uitgaande kapitaalstromen. Maar doordat de MSCI Emerging Market-index sinds 2018 ook Chinese onshore-aandelen omvat, participeren Nederlandse pensioenfondsen daarin automatisch; ze zijn verplicht via die MSCI-indexfondsen te beleggen. Bij de Chinese beurscrisis van 2015 werd het institutionele beleggers gedurende zes maanden verboden hun posities te liquideren. Ook lijken pensioenfondsen slechts beperkt rekening te houden met de wisselkoersrisico’s die aan de renminbi verbonden zijn.

De risico’s houden daar niet op. ­Nederlandse pensioenfondsen hebben miljarden geïnvesteerd in onder andere Alibaba, Baidu en Tencent, bedrijven die nauw betrokken zijn bij de ontwikkeling van het Chinese ­sociale kredietsysteem. Ook dragen ze bij aan Chinese militaire research and ­development. Cru gesteld: de pensioenafdracht van Nederlandse militairen wordt geïnvesteerd in ­Chinese wapensystemen.

Dit alles betekent niet dat beleggers China moeten vermijden. Het zou onverstandig zijn om niet op de toenemende Chinese complexiteit in te spelen. De sleutelvraag is: hoe? Traditionele modellen, indexen en statistieken zijn niet voldoende. De opkomst van China vereist meer oog voor politieke en strategische factoren in het financiële landschap.

Elmar Hellendoorn is verbonden aan het Belfer Center van de Harvard Kennedy School.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.