Commentaar Raoul du Pré

Pensioenakkoord is compromis met juiste intenties, maar er is reden voor twijfel

Het pensioenakkoord beoogt enkele grote problemen op te lossen, maar de aanpak kent zwakke plekken.

Het goede nieuws over het pensioenakkoord is dat het er dan toch is gekomen. Een vol decennium zit er tussen de gedeelde conclusie van alle betrokkenen dat het stelsel aan modernisering toe was en de uitwerking van dat plan in concrete voornemens.

In de tussenliggende jaren is de positie van veel pen­sioenfondsen door de aanhoudend lage rente aanzienlijk verslechterd. Dat maakt het niet bepaald eenvoudiger om nu de spelregels aan te passen zonder dat grote groepen pensioenspaarders daarvoor gaan betalen. Er is veel kostbare tijd verspeeld.

Minister Koolmees van Sociale Zaken komt de lof toe dat hij er alsnog in is geslaagd om alle belangen bij elkaar te brengen in een compromis dat in elk geval de juiste ­intenties heeft: de pensioenen koopkrachtiger, persoon­lijker en transparanter maken.

Het overzichtelijkste deel van de deal gaat over de AOW-leeftijd. Daar laten met name de regeringspartijen VVD en D66 een veer. De snelle en gestage verhoging was vanaf 2013 een belangrijke bijdrage aan de genezing van de overheidsfinanciën op lange termijn. Opeens bleek de vergrijzing beter behapbaar. Nederland was een van de eerste landen waar serieus werd ingegrepen. Maar hier stuitte de financiële houdbaarheid op de sociale houdbaarheid. Te veel mensen raken na hun 60ste in problemen op de arbeidsmarkt. Gezondheidsproblemen nemen toe, het risico op langdurige werkloosheid stijgt. Met de wat tragere verhoging en een voorzichtige tegemoet­koming aan de ‘zware beroepen’ laat het kabinet zien dat het daar niet blind voor is, zonder dat het de rekening van de vergrijzing weer onverantwoord hoog laat oplopen. Als lokkertje om de vakbeweging over de streep te trekken, is dat een te verdedigen compromis.

Ingewikkelder wordt het nieuwe stelsel rond de pen­sioenopbouw. Met de bedoelingen is niks mis. Voorlopig geen kortingen meer voor gepensioneerden die vaak al ­jaren op de nullijn staan, een eerlijker en transparanter pensioenopbouw voor jongeren, een evenwichtiger verdeling van de lasten en de baten tussen de generaties: het is moeilijk om daar tegen te zijn, zoals ook blijkt uit de instemming van de vakbonden, werkgevers én het grootste deel van de linkse oppositie in de Tweede Kamer.

Niettemin is er reden voor twijfel. Die begint bij de uitwerking. Verlaging van de buffereisen van de fondsen maakt royalere uitbetaling van pensioenen op korte termijn mogelijk, maar veroorzaakt in potentie ook grotere tekorten. Zolang er geen enkel uitzicht is op een hogere rentestand, zal dat vroeg of laat ten koste gaan van de premies of de pensioenaanspraken van de deelnemers. Het ­risico bestaat zelfs dat fondsen de rekening op papier ­oneindig doorschuiven naar ‘toekomstige deelnemers’, zoals het kabinet woensdag erkende. In dat geval wordt deze hervorming het begin van de afbraak van een pen­sioenstelsel dat wereldwijd bekend staat om zijn soliditeit en zijn solidariteit.

Met nieuwe wetgeving, fondsafspraken en cao’s moet in de komende tijd worden voorkomen dat het uit de hand loopt. Het kabinet denkt te kunnen regelen dat de rekening ‘evenwichtig’ over de generaties wordt verdeeld. Ook dat is een prima voornemen, maar nog lang geen garantie dat het in orde komt.

Het pensioenakkoord biedt op hoofdlijnen perspectief genoeg om te hopen dat de leden van de FNV het komende week niet alsnog verwerpen, maar in de uitwerking moeten daarna nog veel risico’s worden weggenomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden