Interview Paul Verhaeghe

Paul Verhaeghe: ‘In Nederland heerst een gebrek aan autoriteit in alle geledingen van de samenleving’

Wat kan Nederland leren van een buitenstaander? We vragen het buitenlandse ervaringsdeskundigen. De Belgische professor Paul Verhaeghe over het antiautoritaire denken: ‘Nederlanders associëren autoriteit met een fascistoïde opvoeding: alles wat je als progressief denkende ouder niet wilt.’

Foto Margo Vlamings

 Paul Verhaeghe, doctor in de klinische psychologie en hoogleraar aan de Universiteit Gent, is de trotse grootvader van twee kleindochters. Hij is ‘opa’, zijn vrouw ‘oma’ en de ouders heten ‘papa’ en ‘mama’. In Vlaanderen is het onbestaanbaar dat ze hem ‘Paul’ noemen. ‘Het komt niet eens in ze op.’

Op de universiteit is het niet anders. Daar is een professor nog ‘professor’ en een leraar een ‘meester’ of ‘juf’. Niks geen genivelleerde omgang waarbij de hiërarchie is verdwenen en er geen onderscheid meer wordt gemaakt.

Naam: Paul Verhaeghe

Geboren: 1955, Roeselare, België

Wat hij is: Doctor in de klinische psychologie en hoogleraar in Gent. Auteur van diverse boeken, waaronder Liefde in tijden van eenzaamheid (1998), Identiteit (2012) en Autoriteit (2015)

In Nederland, zegt Paul Verhaeghe (62) met de nodige slagen om de arm, is het antiautoritaire denken in de opvoeding doorgeslagen. Hij vermoedt dat dit komt omdat Nederlandse tradities voor de jaren zestig en zeventig strenger waren dan in België. Alles wat maar enigszins naar autoriteit zweemde, werd hier dus overboord gegooid.

Dit jaar verscheen de vierde druk van zijn boek Autoriteit – een ‘vies’ woord voor Nederlanders. Verhaeghe: ‘De fout is dat jullie het begrip synoniem maken aan de traditionele, patriarchale autoriteit, het wordt geassocieerd met een fascistoïde opvoeding: alles wat je als progressief denkende ouder niet wilt.’

Verhaeghe staat er voor honderd procent achter dat het juk van dat ‘piramidale patriarchaat’ is afgeworpen. Maar dat aanspreken van vader en moeder bij de voornaam, ‘dat kan dus niet’. Al te vrij leidt snel tot grote problemen.

‘Veel ouders willen hun kinderen de fouten besparen waarmee zij als kind te maken hadden. Ze doen dat met de beste bedoelingen, maar ze vergeten dat de hele maatschappij is veranderd. We leven niet meer in die patriarchale tijd. Dus beschermen jonge ouders kinderen tegen iets wat voorbij is, als een soort inenting tegen een ziekte die we een eeuw geleden hebben uitgeroeid.

‘Peuters en kleuters mogen zo ongeveer alles. Vaak krijgen ze nog applaus ook, want iets is grappig of schattig. Maar als ze 13 jaar zijn, is dat gedrag niet meer leuk, want de dingen die ze doen zijn gevaarlijk. Dan komt de politie er aan te pas. Dan moeten alsnog de remmen erop, maar dan werkt het niet meer.’

Het aanleren van onderwerping

Een ideale opvoeding stelt eerst grenzen en geeft daarna ruimte. Daartoe is autoriteit onontbeerlijk. ‘Als ik in Nederland lezingen geef, is het een verrassing wat ik onder ‘autoriteit’ versta, en wat de functie ervan is. Autoriteit regelt de verhoudingen op grond van vrijwillige onderwerping aan een gemeenschappelijke kern van normen en waarden – dat komt van Hannah Arendt. Ontbreekt het hieraan, dan draait alles om macht, en macht is geweld.’

In de opvoeding dient die onderwerping te worden aangeleerd. ‘Daarbij is de ouder of leraar de gezagsdrager: je bént niet het gezag, maar je ‘draagt’ het. Dit kan alleen als het je wordt verleend. En daar zit Nederland met een serieus probleem: in het onderwijs is er bij leerkrachten handelingsverlegenheid ontstaan. Want als een leraar zijn gezag doet gelden, hangt de volgende dag de ouder aan de lijn: wat heb je met mijn kind uitgespookt?’

Ook in Vlaanderen gebeurt het, benadrukt Verhaeghe. Maar een Belgische opvoeding leunt meer op Franse en Duitse tradities, met meer gestrengheid.

Gezagsuitoefening bij kinderen is volgens hem noodzakelijk uit het oogpunt van veiligheid. Je verbiedt dingen en laat andere toe, maar over de grenzen is geen discussie mogelijk. ‘Je kunt als kind van 3 niet onderhandelen met een vrachtwagen die tevoorschijn komt.’

Een herkenbaar beeld is dat van fietsende studenten met oortjes in, bij voorkeur drie naast elkaar en zonder aandacht voor ander verkeer. ‘Dan ontbreekt het aan autoriteit en draait het om macht: ze zijn met zijn drieën en als ze aangereden worden, is het de schuld van de automobilist. Zij wanen zich sterk.’

Het gebrek aan autoriteit zit in alle geledingen van de samenleving, opvoeding is er maar één onderdeel van. Kijk naar het moderne professionele voetbal: zo’n elftal is niet meer dan een verzameling zzp’ers. Verhaeghe: ‘Het individu staat er centraal, er is geen onderwerping aan een hoger doel. Want geld is geen doel: het heeft geen intrinsieke waarde en er zit geen natuurlijke grens aan. Uit dat doorgeschoten individualisme komt een ‘verplichting tot succes’ voort, dan krijg je een samenleving met enkel winnaars en verliezers. ‘Loser’ is niet voor niks is het meest gebruikte scheldwoord op het schoolplein.’

Voor Nederland is er hoop als autoriteit in opvoeding weer een plek krijgt. ‘Een autoriteit waar we geloof aan hechten en die we als groep erkennen. Het betekent dat je de opvoeding moet zien als een gezamenlijk project waarbij je bereid bent om in het belang daarvan afspraken te maken.’

Gezamenlijke afspraken

Terug naar de basis. Hoe is de autoriteit bij de familie Verhaeghe geborgd? De hoogleraar en zijn vrouw wonen in een dorp aan de grens van Gent. Zijn kleinkinderen wonen in de stad en zowel vader als moeder werkt fulltime. De andere grootouders wonen daar om de hoek. De kleinkinderen, peuters nog, komen één dag per week bij de grootouders en blijven ook slapen.

Verhaeghe: ‘Dit betekent dat je afspraken moet maken, want je bent er niet zeker van dat de ander de kinderen dezelfde spiegel voorhoudt. Dat gaat in eerste instantie over banale dingen: wanneer eten ze, wanneer slapen ze, hoe lang mogen ze op de iPad? En je spreekt af hoe je straft. Mijn dochter zegt: als ze stout zijn, moeten ze 20 seconden in de hoek staan: time-out. Het is niet meer van: ‘Wacht maar tot papa thuis komt’, het is overal hetzelfde. En dat werkt.

‘In het onderwijs moet het net zo. Als een kind problemen veroorzaakt, moet de leraar dat bestraffen. Een boze ouder plaatst macht tegenover macht. Een andere reactie is: als ouder erken je dat je thuis hetzelfde probleem hebt. Dan is het tijd voor een gezamenlijke aanpak, waarbij de leerkracht zich erkend voelt, en ouders weten dat ze er niet alleen voorstaan. Er ontstaat een soort community, waarbij mensen best bereid zijn om zich aan regels te onderwerpen.’

Gaat de opvoeding in België beter, omdat daar gezagsdragers met autoriteit rondlopen? Verhaeghe durft die conclusie niet aan. Ook de Vlaamse jeugd gaat gebukt onder gedragsstoornissen en slikt ritalin. ‘Maar ik gaf laatst een lezing in Maastricht – dat is misschien niet bepaald Nederland, maar toch – en daar hoorde ik dat ouders hun kinderen naar Vlaamse scholen sturen. Dat heeft te maken met structuur en autoriteit. Ze zeiden: de leraren hier hebben te weinig gezag.’

Vreemde ogen

Eerder sprak de van oorsprong Amerikaanse Gary Schwartz over het Nederlanderschap: ‘De beroemde Nederlandse tolerantie heeft iets neerbuigends.’

Foto Margo Vlamings
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.