Column Aleid Truijens

Passend onderwijs moet beter, maar hoe?

Het was een lievelingsliedje van mijn kinderen, begin jaren negentig. Het had een fijn, syncopisch ritme, een dreunend rijm, en ook de tekst hakte erin: ‘Jij bent een lom-kind, lom-kind/ Jij bent een achterlijk en oliedom kind/ Je bent een gek en een mongool/ Sta je te wachten tot het busje komt, kind,/ Van de debielenschool?’ Robert Long had het geschreven, voor Kinderen voor Kinderen. We zongen het keihard mee in de auto.

Ik denk niet dat het nu nog zou kunnen, de woorden ‘mongool’ en ‘debielenschool’ in een kinderliedje, hoe goedbedoeld ook. Onze taal is omzwachteld geworden. Doodsbenauwd om te kwetsen of te stigmatiseren spreken we van ‘beperkingen’, ‘uitdagingen’, ‘speciale behoeften’, van ‘inclusief’ onderwijs en ‘samen naar school’.

Maar de werkelijkheid was zachter toen. Wie niet kon meekomen, boos of agressief was, vreselijk gepest werd, een buitenbeentje was in de groep, kon eenvoudigweg naar een school waar ieder kind, in kleine groepjes, liefdevolle aandacht kreeg. Veel kinderen bloeiden daar op en werden gelukkiger. Zoals dat kind in het liedje, dat niet langer dom is en gepest wordt: ‘Ik kom in onze klas behoorlijk mee/ Ik lees al net zo goed als alle kinderen van elf/ Ik heb een acht voor rekenen, een negen voor dictee.’

De lom-school is allang verdwenen. Ze ging op in het speciaal onderwijs, dat in de jaren nul van deze eeuw explosief groeide, omdat er voortdurend probleemkinderen bijkwamen. Kinderen met labels als autisme, pdd-nos en adhd. De labels oefenden aantrekkingskracht uit op ouders en leerkrachten, omdat zij een middel waren om aandacht, hulp en geld te krijgen. De grenzen van ‘normaal’ werden almaar nauwer. Dat kon niet de bedoeling zijn. Het was ook onbetaalbaar.

‘Passend onderwijs’, de maatregel die in 2014 werd ingevoerd, was even simpel als rigoureus, en een schoolvoorbeeld van wensdenken: laat de scholen het zelf lekker oplossen. Scholen kregen een ‘zorgplicht’ voor ieder kind; vrijwel alle leerlingen met leer- en gedragsmoeilijkheden moesten voortaan binnenboord blijven. Schoolbesturen kregen geld om zo nodig hulp in te kopen.

Passend onderwijs was een ordinaire bezuiniging, maar werd met zalvende termen verkocht: kinderen moesten ‘samen’ opgroeien, dat zou stigmatisering tegengaan. Zou het? Dan ken je de wetten van de roedel niet.

Passend onderwijs werd precies de nachtmerrie die de sceptici hadden voorspeld. Leerkrachten bleken niet in staat om elk ingewikkeld kind de noodzakelijke zorg en aandacht te geven, en andere kinderen leden eronder. De werkdruk en de administratieve rompslomp stegen en het beroep werd onaantrekkelijker. Ouders wisten niet meer waar ze hulp konden zoeken.

De Rekenkamer vroeg zich vorig jaar af waaraan scholen die 2,4 miljard voor passend onderwijs hadden besteed; dat was onduidelijk. Rond de probleemkinderen ontstond een stroperig bureaucratisch web van hulpverleners: de intern begeleider, de antipestcoördinator, jeugdzorg, psychiaters, schoolconsulenten, trajectbegeleiders of hoe ze heten. Voor veel kinderen kon kennelijk geen enkele functionaris passende hulp bedenken: 4.200 scholieren zitten thuis. Dat is onaanvaardbaar, een ernstige vorm van verwaarlozing. Een moeder zei het treffend in het NOS Journaal: ‘Hoe meer mensen zich met mijn kind bemoeien, hoe minder ieder van hen doet.’

De Tweede Kamer eist nu verbetering. Maar wat moet er gebeuren? Meer kennis op basisscholen, zoals Steven Pont onlangs betoogde, is zeker nodig. En dit: maak één persoon verantwoordelijk voor een kind. Iemand die voor ouders en leerkrachten aanspreekbaar is en die hoe dan ook een oplossing vindt. Hulpverleners genoeg, maar ze kunnen effectiever worden ingezet. Soms zal de dure oplossing de beste blijken: een school waar afwijkende kinderen de gewone kinderen zijn.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.