Column Peter Giesen

Pas achteraf is duidelijk dat de Derde Weg een dood spoor was

De prachtige documentaire The Clinton Affair voerde mijn gedachten deze week terug naar de kamer van hoofdredacteur Pieter Broertjes. Het was augustus 1998 en het commentaarberaad van de Volkskrant worstelde met zijn opvattingen over Clinton en Monica Lewinsky. Fraai was het niet wat de president had uitgespookt. Maar ja, hij was toch een beetje onze man. En was seks geen privézaak?

We spraken erover met een ernst alsof het lot van Clinton afhing van het commentaar in de Volkskrant.

Uiteindelijk leidde de meanderende discussie tot een hoofdartikel waarvan de laatste zin luidde: ‘De rol van de Verenigde Staten, het presidentschap en de democratie zijn te gewichtig om door kamertjeszonden te worden lamgelegd en in diskrediet te worden gebracht.’

‘Kamertjeszonden’, een nogal nonchalante formulering voor een affaire waarin de machtigste man ter wereld een 22-jarig meisje voor de bus gooide. Tegenwoordig zou Twitter ontploffen als je het zo zou opschrijven.

Clinton, Tony Blair, Gerhard Schröder, in mindere mate Wim Kok, het zijn gevallen engelen. Ze hebben blijk gegeven van een verontrustende morele lichtheid. Blair met zijn leugens over Irak, Schröder als goedbetaalde vertegenwoordiger van Poetins gasbelangen.

Maar in de jaren negentig was Bill Clinton een charismatisch politicus. Net als Blair, Schröder en Kok was hij een exponent van de Derde Weg die socialisme en kapitalisme met elkaar probeerde te verzoenen. De staat nam de burger niet meer bij de hand, hij creëerde slechts de omstandigheden waarin het individu zich kon ontplooien. Gelijke kansen, geen gelijke uitkomsten.

Achteraf is het gemakkelijk om de Derde Weg als een illusie te zien. Maar in de jaren negentig zag de wereld er heel anders uit. De klassieke sociaal-democratie was eind jaren zeventig vastgelopen in werkloosheid en inflatie. De neoliberalen hadden in elk geval de economie weer aan de praat gekregen. Het waren jaren waarin mensen op verjaardagen vertelden dat ze extra hypotheek hadden opgenomen om er op de beurs mee te speculeren. Zoals veel mensen trok ik met tegenzin de conclusie dat je het kapitalistische spel maar beter kunt meespelen. Alles was beter dan een terugkeer naar die sombere tijd rond 1980.

De Derde Weg was populair. Blair maakte in 1997 een einde aan negentien jaar Conservatief bewind, Kok won in 1998 de Kamerverkiezingen met een nu adembenemend aantal van 45 zetels. Helaas zetten ze ook hun partijen ideologisch op dood spoor. In retrospectief is duidelijk dat de individualistische ideologie van de Derde Weg te weinig oog had voor sociale cohesie. Je kunt de samenleving zien als een race waarin iedereen gelijke startkansen heeft – een ideaal dat overigens nooit volledig verwezenlijkt is. Maar wat doe je met de verliezers die elke race nu eenmaal kent? In zijn boek De verweesde samenleving voorspelde Pim Fortuyn dat de achterblijvers hun eigen wereld zullen scheppen, als zij aan hun lot worden overgelaten. ‘Een eng nationalistische wereld, waarin het eigen volk eerst komt’, aldus Fortuyn in 1995, enkele jaren voordat hij besloot het ‘eng nationalistische’ vuurtje zelf te gaan opstoken.

Tony Blair, Wim Kok, Bill Clinton, Gerhard Schröder en Massimo D’Alema in Washington in 1999. Beeld AFP

Ook het peloton, de middengroepen, is onder druk komen te staan. Van de wieg tot het graf zijn burgers in onderlinge concurrentie verwikkeld. Eerst om een zo hoog mogelijk diploma, daarna om vaste banen en betaalbare woningen. Zelfs tachtigers zijn nog aan het concurreren, zie ik in mijn omgeving. Wie in het onoverzichtelijke en gedecentraliseerde aanbod de zorg wil krijgen die hij nodig heeft, moet assertief zijn en de weg kennen. Alleen dan kom je aan de beurt en moet iemand anders wachten.

Voor een deel is concurrentie natuurlijk goed, als een motor die ons aan de gang houdt. Maar te veel concurrentie geeft burgers het gevoel dat zij niet meer zijn dan een pion in een spel dat zij niet kunnen beïnvloeden.

Daarom zou de staat concurrentie moeten afremmen en meer zekerheid moeten bieden. Door in het onderwijs tweede en derde kansen te bieden, door flexwerk te bestrijden en/of zzp’ers meer rechten te geven, door betaalbare woningen te bouwen en de zorg beter te organiseren.

Terecht wordt de woningmarkt steeds meer tot politieke kwestie verheven. Bij een ruim aanbod aan betaalbare huizen wordt het leven voor veel mensen een stuk gemakkelijker. Ze hoeven niet meer bang te zijn dat ze meteen hun huis kwijtraken als ze hun baan verliezen of tijdelijk minder inkomsten hebben. Ze kunnen risico’s nemen, van beroep veranderen of een eigen bedrijf opzetten.

Het is veelzeggend dat deze woorden – een betaalbaar huis voor iedereen – utopisch klinken. Veertig jaar geleden was het heel gewoon, in een veel armer Nederland. Dat is natuurlijk niet alleen de schuld van de Derde Weg. Maar op een beslissend moment heeft links te weinig tegenstand geboden tegen marktwerking.

Als we kunnen terugvallen op collectieve voorzieningen waarvoor iedereen betaalt, zijn we niet alleen elkaars concurrenten, maar ook elkaars broeders. Twintig jaar na Clinton, Blair, Schröder en Kok is het een manier om de sociaal-democratie te revitaliseren. Een Vierde Weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden