Partijleider loopt premier in de weg

De partijvoorzitter leidt de partij, de fractievoorzitter de fractie en de premier het kabinet. Tot de volgende verkiezingen, als er weer een boegbeeld nodig is

Jaap van der Ploeg

Aan het einde van 9 juni kunnen de politieke partijen vaststellen of het de ereloge wordt of de nooduitgang. Als we kijken naar de polls liggen die weer eens vlak naast elkaar. Het zal niet meevallen een herkenbaar kabinet te vormen. De kiezer stemt op de partij van zijn voorkeur en niet op een coalitie. De kiezer heeft evenmin veel invloed op de vraag of een partij gaat regeren dan wel de oppositie in gaat.

Wie?
Maar uiteindelijk zal er toch een kabinet komen. Wat doen de ex-lijsttrekkers dan? Worden zij fractievoorzitter of gaan ze het kabinet in als (vice)premier? En dan luidt vervolgens de vraag: wie is straks de politieke leider? Is dat de eerste man/vrouw in het kabinet of de eerste man/vrouw in de fractie?
Ik verbaas mij over dat debat. Sterker nog: ik vind dat er veel voor te zeggen valt om de term ‘politiek leider’ af te schaffen.

In ons taalgebruik bedoelen we met de politieke leider de eerste man/vrouw van de partij. Als de partij in de oppositie zit, is dat de fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Helder. Maar als de partij regeert, ontstaat er een debat over de vraag of de politiek leider in de Kamer moet blijven of niet. Steeds vaker lezen we pleidooien, bijvoorbeeld van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, dat de politiek leider in de Kamer moet blijven.
Als we naar het laatste kabinet Balkenende kijken, valt daar iets voor te zeggen. Bij het CDA werd de afgelopen periode met graagte het beeld opgeroepen dat de leider van het CDA niet alleen de baas van Nederland was, maar ook de baas van de CDA-fractie én van de partij. We kunnen ons afvragen of de geschiedenis van de laatste kabinetten ook zo gelopen was als de minister-president en de vicepremiers meer tijd hadden genomen om te investeren in de onderlinge relaties binnen de coalitie. Ook het vertrek van Wouter Bos uit de politiek toont aan dat de combinatie van minister, vicepremier en partijleider een te hoge prijs vraagt.

Discussie
Maar waarom voeren we die discussie eigenlijk? Wat gebeurt er als we de politieke leider afschaffen? De persoon die lijsttrekker is bij verkiezingen is uiteraard op dat moment de politieke leider. Maar die rol eindigt op 9 juni om 21.00 uur, als de stembussen sluiten. Daarna wordt de lijsttrekker – als deze tenminste als gevolg van de tegenvallende uitslag niet aftreedt – fractievoorzitter en onderhandelaar als de partij deelneemt aan de kabinets(in)formatie. Ook in die fase is hij/zij de politieke leider van de partij.

Maar wat als ook die fase ten einde is? Als de leider in de Kamer blijft, hoe is dan de relatie tot het partijsmaldeel in het kabinet? Is hij daar de baas van? Andersom, als de partijleider in het kabinet zit – wat is dan diens relatie tot de Kamerfractie?
Ik vind het niet alleen logischer maar vooral staatsrechtelijk zuiverder om verschillende leiderschappen te onderscheiden. De partijvoorzitter leidt de partij, de fractievoorzitter de fractie en de premier en de vicepremiers het smaldeel in het kabinet. Verschillende taken, verschillende leiders – en niemand is de baas van de ander. Een expliciete scheiding die de zaken veel transparanter maakt en de verschillende verantwoordelijkheden beter zichtbaar.

Voorspellers
De nieuwe coalitie zal, als de voorspellers gelijk krijgen, uit meer dan twee partijen bestaan. Veelpartijenkabinetten haalden na de oorlog zelden de eindstreep (Biesheuvel, Den Uyl). Oorzaak was onder meer, dat de kleinere partijen zich na verloop van tijd onder de voet gelopen voelden. Dat gevaar dreigt ook de komende jaren. Om dit te voorkomen, moet veel worden geïnvesteerd in onderlinge relaties. Dat vergt behendige stuurmanskunst.

Als we de rol van partijleider afschaffen, hebben de premier en de vicepremier de handen vrij voor het kabinet. De fractievoorzitters van de regeringspartijen doen wat zij moeten doen: het naar voren brengen van het eigen geluid.
Voorstanders van het idee ‘de politiek leider in de Kamer’ wijzen vaak op de positie van Frits Bolkestein in Paars I. Maar de rol die Bolkestein toen speelde, heeft niets te maken met politiek leiderschap. Bolkestein speelde zijn rol, namelijk die van vertolker van het onversneden VVD-geluid.

Dijkstal
Zijn vicepremier Hans Dijkstal vervulde zijn rol met evenveel verve. Hij investeerde in goede relaties met PvdA en D66. Ik heb zelf van zeer nabij meegemaakt hoe goed dat werkte. Maar met de vraag of de politiek leider in de Kamer moet zitten, heeft dat niets te maken – alleen met een scherpe rolverdeling.
Tegenstanders van deze gedachte zullen zeggen dat in deze mediacratie een politieke partij een boegbeeld moet hebben. Maar geldt dit niet vooral ten tijde van verkiezingen? En dan kiest iedere partij weer een lijsttrekker die het boegbeeld is, tot het moment dat de stembussen sluiten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden