Opinie

Parlementaire vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt

Dat je in het parlement alles mag zeggen, is een wijdverbreide misvatting, betoogt Jurriën Hamer. Dat mag niet - en daar zijn goede redenen voor.

De nieuwe Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib. Beeld anp

De parlementaire vrijheid van meningsuiting is in Nederland een groot, bijna heilig, goed. Gevraagd in Buitenhof naar haar reactie op termen als 'nepparlement', stelde Khadija Arib dat 'de heer Wilders mag zeggen wat hij wil'. Als voorzitter zou ze slechts 'een opmerking plaatsen'. Laat één ding duidelijk zijn: dat is een politieke keuze. En gezien de schade die politici als Wilders ons regeringsstelsel berokkenen, waarschijnlijk geen goede.

Artikel 71 van onze grondwet schrijft voor dat uitspraken die politici mondeling of schriftelijk doen in de context van parlementaire bijeenkomsten nooit de basis kunnen vormen van juridische aansprakelijkheid of vervolging. Maar dit betekent niet dat politici alles kunnen zeggen wat ze willen. Het betekent dat ze vanwege die uitspraken nooit door een rechter veroordeeld kunnen worden. Artikel 71 zegt niets over regulering door de Kamer zelf.

Regels voor het debat

Zulke regulering is natuurlijk hard nodig. Als Kamerleden onbeperkt mochten spreken zouden vergaderingen eindeloos duren, en als ze door elkaar heen mochten schreeuwen zou van rationeel debat geen sprake zijn. Daarom is er een reglement van orde dat regelt wie wanneer en op welke wijze spreekt - een reglement dat wordt bewaakt door de Kamervoorzitter. Dat reglement geeft Arib behoorlijke mogelijkheden: ze kan bij beledigingen of andere ordeverstoringen Kamerleden de mond snoeren of zelfs uit de vergadering verwijderen. Vrijheid van meningsuiting is in ons parlement dus allesbehalve absoluut.

Dat is ook logisch, aangezien het parlement een cruciale rol vervult: het voeren van inhoudelijke discussies over complexe beleidsdossiers en het nemen van beslissingen op basis van die discussies. Het is daarom in het landsbelang dat parlementariërs elkaar respecteren als debatpartners en kritisch en redelijk tot besluiten komen. Want alle Nederlanders zullen moeten leven met de beslissingen die in Den Haag genomen worden. Helaas leidt de obsessie met de grenzeloze vrijheid van meningsuiting af van die essentiële doelstelling. En kan Wilders lekker zijn gang gaan.

Beschaafd en rationeel, graag

De nieuwe voorzitter zou er goed aan doen om op te komen voor het beschaafde en rationele debat, ook wanneer dat vereist dat hardere middelen ingezet worden. Politici die erop los beledigen of de autoriteit van het parlement openlijk in twijfel trekken moet het woord ontnomen worden. En wellicht zouden we nog verder moeten gaan in de parlementaire zelfbescherming.

Het reglement van orde voorziet ook in een bepaling die stelt dat uitingen die buiten het parlement strafbaar zijn, binnen het parlement reden zijn voor debatsancties. Als Wilders veroordeeld wordt voor zijn 'minder, minder' uitspraken, mag hij ze in het parlement niet zonder gevolgen herhalen. Het parlement mag geen veilige haven zijn voor haatzaaien en discriminatie. Natuurlijk zal er zonder medewerking van de Kamerleden zelf nooit een goed debat ontstaan. De voorzitter is slechts één persoon temidden van een dikwijls opgehitste kakofonie. Maar voorzitters kunnen tanden hebben en het reglement geeft significante bevoegdheden.

Na de jaren Van Miltenburg is het hoog tijd dat onze kersverse Kamervoorzitter Khadija Arib iets van die tanden laat zien.

Jurriën Hamer is promovendus politieke filosofie aan Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden