Column Sander Schimmelpenninck

Parasitair toerisme lijkt gemeente Amsterdam niet te boeien, maar woningdelende studenten zijn de vijand

Waar Parijs of Londen voor countryside en campagne al eeuwen symbool staan voor alles wat verkeerd is, is de tegenwoordig welig tierende hoofdstadhaat in Nederland relatief nieuw. Den Haag was en is immers het centrum van de politieke macht. Provinciepopulisten doen er echter alles aan die achterstand goed te maken, vanzelfsprekend volgens de Wet van Haat: hoe minder men er komt, des te sterker de haat.

Op Twitter bazelen mensen die nooit in Amsterdam komen over de onleefbaarheid van 020-Gaza, of hoe GroenLinks de hoofdstad tot een onleefbare en regelzieke communistenhel heeft getransformeerd. Waarom de twee Kamerleden van de partij van hun voorkeur, FvD, dan toch echt resideren in de gordel en somorra, vraagt ongehoord Nederland zich dan weer niet af. Het linkse bestuur van Amsterdam en burgemeester Halsema werken als een rode lap op boeren, buitenlui en Vinexië. Die haat is allang geen folklore meer, maar grimmig populisme dat steeds minder met feiten te maken heeft.

Dat betekent echter niet dat het linkse stadsbestuur van Amsterdam van kritiek dient te worden vrijgesteld. Met name het woonbeleid en de handhaving daarvan is een ramp. Het overtoerisme en de illegale verhuur via platforms als Airbnb is al jaren een absolute plaag. Amsterdam, waar in de oude binnenstad één op de acht huizen toeristisch wordt verhuurd, heeft de problematiek volledig uit de klauwen laten lopen, met als lachwekkend dieptepunt het uitbesteden van de handhaving aan de partij die daar het minste belang bij heeft: Airbnb zelf.

De bezwaren tegen toeristische verhuur waren van meet af aan zonneklaar: hele straten veranderen in hotels, sociale cohesie verdwijnt, een monocultuur van onbenullige consumptie domineert en huizenprijzen worden opgedreven. Bovendien betalen al die Airbnb-scharrelaars, vaak rich kids met een huisje over, geen inkomstenbelasting over hun verdiensten.

Genoeg aanleiding om een links stadsbestuur tot keihard optreden te verleiden, maar Amsterdam faalt al jaren vastberaden en barmhartig. Een jaar of vijf geleden moest ik, als Quote-man nota bene, de hopeloos naïeve gemeente uitleggen dat de deeleconomie dikwijls geen hipstergezelligheid maar ontwrichtend capitalism on steroids betekent. Sindsdien is het besef weliswaar gegroeid, maar wordt er nog altijd labbekakkerig verweer geboden aan de zich verkneukelende capuchonkapitalisten uit Silicon Valley. Hoeveel I Amsterdam-letters je ook weghaalt, zonder serieuze handhaving zijn de legers Easyjet-zombies en hun smerige wietwalm aan de winnende hand.

Zo slap als de gemeente tegen parasitair toerisme optreedt, zo hard is het nu voor woningdelende studenten, die wél een duurzame relatie met de stad hebben. De nieuwe huisvestingsverordening verplicht huizenbezitters die panden per kamer verhuren een vergunning aan te vragen. Daarop zit een quotum: per wijk mag voor maximaal 5 procent van de woningen een vergunning voor woningdelen worden verleend. Voor de hele stad betekent dat een maximum van krap 13.500 vergunningen. Veel te weinig, vinden de Amsterdamse studenten, die vrezen dat bij een gebrek aan voldoende vergunningen bestaande studentenhuizen opgedoekt worden.

Met name de corporale studentenverenigingen hebben dankzij hun rijke geschiedenis en kapitaalkrachtige reünisten vaak panden op de beste plekjes in de stad. Dat lijkt voor alle partijen een goede deal: de studenten hebben een betaalbare kamer in een gezellig huis op een mooie plek in de stad, en de eigenaren, niet zelden oud-bewoners, maken een leuk rendement. En dat laatste doet helaas, in tegenstelling tot de toeristentroep, de linkse onderbuik wél aanslaan.

Nu heb ik niks met libertarische typjes die elke vorm van belasting, regelgeving of overheid als afgunst kwalificeren, maar het is lastig om een ander motief voor deze maatregel te verzinnen, althans voor zover deze betrekking heeft op soms al decennia bestaande studentenhuizen. Wethouder Laurens Ivens, verantwoordelijk voor de jarenlange Airbnb-apathie, reageerde in Het Financieele Dagblad veelzeggend. ‘De afgelopen tijd is de verkamering stormachtig gegroeid. Ik vind het niet zo erg als een paar verhuurders ermee ophouden.’ De ergernis over prettige verhuurrendementen is bij Ivens belangrijker dan de betaalbaarheid van het wonen in een studentenhuis. Dat is bijna net zo sneu als de oprukkende hoofdstadhaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden