Pak nu ook de universiteit aan

Nu basis- en middelbaar onderwijs doorgelicht zijn, wordt het tijd voor de universiteit. De academie is nu een amusementsfabriek.

De commissie-Dijsselbloem heeft in het hele land de noodklok over het onderwijs geluid. Of de vernietigende conclusies van de commissie tot daadwerkelijke verbeteringen zullen leiden, moet worden afgewacht. Vooralsnog is enige scepsis gerechtvaardigd. De prompte reactie ‘broddelwerk’ van één van de voormalige topapparatsjiks Roel in ’t Veld (NRC, 14 april) was een te verwachten verweer uit de hoek van het management-denken dat zich inmiddels met professorale titels kan tooien, dankzij de inflatie van bijzondere leerstoelen waar de nieuwe kleren van de keizer worden verkocht.

In elk geval is er enige golfslag verwekt en is het parlement even wakker geschud. Maar de recuperatie van het onderwijs zal vermoedelijk kinderspel blijken vergeleken bij die van de universiteiten. Daar zullen wetenschappelijke status en gewicht van alle betrokkenen en vooral de veel complexere functie en onvergelijkbaarheid van het hele wetenschappelijke spectrum, bestrijding van de misstanden veel ingewikkelder maken. Typerend genoeg is het weer eens de fiscus die met zijn vraag naar inkomstenbronnen van hoogleraren aandacht voor die institutie heeft gevraagd; niet een areopagus (vergadering van wijzen -red) van erkende wetenschappers.

Bedrijf

Het stuk van Anton van Loonen is helaas niet overdreven. De voor de buitenwacht nog altijd met een eerbiedwaardig traditioneel gezag beklede ‘universiteit’ dekt al lang niet meer dat bolwerk van zuiver onderzoek, geleerde vorsing en opleiding van de wetenschappelijke Nachwuchs door de besten in hun vak.

Marktgerichtheid met banale reclamemiddelen, buigingen voor modieuze stromingen, klanten(studenten)werving, toegang tot geldbronnen, verschoolsing, hebben dat bolwerk in een groot bedrijf veranderd, waar steeds meer de wetten gelden van Shell of Akzo. Het nieuwe type hoogleraar is al aangepast.

Er is na het rapport van Dijsselbloem een storm van kritiek losgebarsten over ‘het nieuwe leren’ en ‘het studiehuis’ en het beginsel van zelfwerkzaamheid. Terecht… althans ten dele! Zoals altijd tuimelt de opinie als een dronkeman radicaal van de ene naar de andere kant. Waarbij historische legendevorming en onkunde niet ontbreken.

Kees Boeke

In dat verband is ook de naam van Kees Boeke gevallen, in de vorige eeuw één van de grote pioniers die zelfwerkzaamheid en medeverantwoordelijkheid van kinderen invoerde. Dat was echter in een tijd van algemeen onbeweeglijk klassikaal onderwijs, paternalistische verhoudingen in een totaal ander (vooroorlogs) christelijk-conservatief Nederland. Het was een toekomstgerichte doorbraak.

Maar wat in een kleine gemeenschap en in een dagelijkse elastische omgang met de praktijk en op kleine schaal destijds uniek was, moest in de totaal andere huidige samenleving, grootschalig en van boven opgelegd, averechts uitpakken, ongezien de aard van leraren en leerlingen. Temeer omdat de verhouding volwassene-kind volstrekt is veranderd in het computer- en informatietijdperk.

Bij Clan Visser ’t Hooft – een ‘neo-Boekeaan’ en nu tot grote zondebok bestempeld – mag dat tot een wat rechtlijnig dogmatisme hebben geleid, waarbij de immense mentaliteitsverandering niet is verdisconteerd, in elk geval stond ze in de praktijk en ze heeft gelijk dat het hoe dan ook veel te snel is gegaan. In Den Haag – Wallage, Netelenbos c.s. – daar zaten de verantwoordelijke hardhorende doordouwers, die zich vooral moesten profileren.

Puntenpedanterie

En in dezelfde tijd dat tieners als studenten moesten worden behandeld, gingen de universiteiten studenten als tieners behandelen, met schoolse werkboeken, puntenpedanterie, hapklare kennisbrokjes en vooral verleuking van de stof om klanten te trekken. Waar inderdaad ‘een studiehuis’ hoort te staan, komt een kruising van amusementspark en huiswerkcursus. De natuurlijke volgorde in het onderwijs lijkt verwisseld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.