Pacificatie én polarisatie

Het Nederlandse pacificatiemodel leek na 2002 te hebben afgedaan. Dat is maar ten dele het geval, betogen Mark Bovens en Frank Hendriks.

De gebeurtenissen van de afgelopen weken vormen een goede illustratie van de overgangsfase waarin het Nederlandse politieke en bestuurlijke systeem zich bevindt sinds het ‘lange jaar’ 2002. De parlementaire ketelmuziek over het ‘Marokkaanse tuig’ is nog maar net verstomd of de regering sluit in het grootste geheim één van de grootste deals met de financiële sector ooit.

Topberaad op het achtertoneel van het bestuur, polemiek op het voortoneel. Pacificatie én polarisatie. Het bijzondere van deze overgangsfase is, dat niet te onderschatten veranderingen hand in hand gaan met opvallende voorbeelden van continuïteit.

Politiek niet saai meer

Het politieke landschap van de afgelopen jaren vertoont veel afwisseling. De politiek is niet saai meer, zoals in de ‘paarse’ jaren negentig. Verkiezingscampagnes worden harder en populistischer. De opkomst voor de Kamerverkiezingen is weer iets gestegen, naar 80,3 procent, wat hoog is in internationaal perspectief. Zelfs de ledenaantallen van politieke partijen nemen na 2002 weer toe.

Wat ook opvalt, is de snelle opkomst van nieuwe partijen in de Tweede Kamer. In 2002 was dat de LPF met 26 zetels, in 2006 de PVV met 9 zetels en de Partij voor de Dieren met 2 zetels. Zouden er in 2008 verkiezingen zijn, dan zou TON fors toeslaan. Het laagdrempelige kiesstelsel dat dit mogelijk maakt, is niet nieuw; wel nieuw is de dreiging die dit oplevert voor de traditionele middenpartijen.

Beweeglijke kiezers

De politieke beweeglijkheid van de Nederlandse kiezer is enorm toegenomen en veel groter dan elders. De kiezers bewegen echter niet in het wilde weg, maar voornamelijk binnen afgebakende keuzesets.

De nieuwe zetels van de SP komen vooral van PvdA, D66 en GroenLinks. De ChristenUnie wint vooral van het CDA, terwijl Wilders en Verdonk de failliete boedel van de LPF hebben overgenomen, aangevuld met spijtoptanten van de VVD. De bewegingen tussen links en rechts zijn veel minder heftig dan die binnen links en rechts. Kiezers zijn niet op drift, ze zijn vooral minder trouw aan één partij.

Kosmopolieten versus nationalisten

Onder de bewegingen van kiezers gaan bovendien culturele patronen schuil. Naast de twee traditionele dimensies – links versus rechts, confessioneel versus niet-confessioneel – is een culturele as de politieke oriëntatie van burgers gaan bepalen. Enerzijds burgers die maatschappelijke pluriformiteit en een heterogene cultuur accepteren, anderzijds burgers die een homogene nationale cultuur voorstaan. De belangrijkste thema’s rond deze dimensie zijn immigratie en integratie, globalisering en Europese eenwording.

Deze scheidslijn tussen kosmopolieten en nationalisten is geleidelijk gegroeid, ongeveer gelijk met de komst van immigranten en de toenemende europeanisering. Ze bestond veel eerder onder de kiezers dan onder de politieke partijen. Jarenlang rustte er een groot taboe op onverholen nationalisme en was de CD van Janmaat de enige nationalistische partij. Die nieuwe scheidslijn openbaarde zich pas goed bij de verkiezingen van mei 2002; zij was ook duidelijk zichtbaar bij het EU-referendum in 2005 en bij de verkiezingen van 2006.

Elite en gewone burgers
René Cuperus’ tegenstelling tussen elite en gewone burgers valt grotendeels samen met deze nieuwe scheidslijn (Forum, 14 oktober). Aan de ene kant staan hoogopgeleide burgers (krantenlezers en academici), die over veel politiek zelfvertrouwen beschikken en internationaal georiënteerd zijn. Typisch kosmopolitische partijen zijn GroenLinks en D66. Aan de andere kant staan betrekkelijk laag opgeleide burgers – ouderen, vroegtijdige schoolverlaters, kijkers naar commerciële zenders – die maatschappelijk minder actief zijn, zich buitengesloten voelen en voor wie de internationalisering te snel gaat. Tot de nationalistische partijen behoren de PVV en TON, maar ook de SP, met haar verzet tegen de EU en haar standpunten over immigratie en globalisering.

Fortuyn heeft als politieke ‘katalysator’ de latent al langer aanwezige ‘culturele dimensie’ manifest gemaakt. Met Leefbaar Rotterdam en de LPF kreeg de ‘vraag’ naar een andere politiek – minder kosmopolitisme, multiculturalisme en ‘gedogen’; meer nationalisme, monoculturalisme en ‘aanpakken’ – ook een ‘aanbod’ waar ze zich aan kon hechten. Het ‘gat in de markt’ werd zo effectief aangeboord; ook Wilders en Verdonk weten daar inmiddels mee om te gaan.

Bühne en achtertoneel

Op de politieke bühne is de stijlverandering verder doorgedrongen dan op het achtertoneel. In de politieke arena is duidelijke sprake van polarisatie – en niet alleen in onparlementair taalgebruik (‘U bent knettergek'). Het discours van daadkracht, durf en duidelijkheid zit duidelijk in de lift.

Op het achtertoneel – in de netwerken van het openbaar bestuur – gaan veel zaken nog steeds als voorheen, in lijn met de traditie van de pacificatie. Het Nederlandse kiesstelsel leidt tot veel partijen waarvan er nooit één de meerderheid heeft en er zijn dus altijd coalities nodig om kabinetten of bestuurscolleges te kunnen vormen. Ook daarbuiten moet onvermijdelijk gepolderd worden. Rondetafels, topberaden, regeerakkoorden en commissies van wijze mannen en vrouwen blijven belangrijk om ‘de boel bij elkaar te houden’.

Laverend tussen voor- en achtertoneel zoekt het huidige kabinet naar een nieuwe vorm van polderen. Denk aan de 100-dagen ‘dialoog met de samenleving’ en het glossy beleidsprogramma Samen Werken Samen Leven.

Pacificatie èn polarisatie

Niet ‘kentering óf continuïteit’ maar ‘kentering én continuïteit’ zijn daarom kenmerkend voor de politieke en bestuurlijke verhoudingen na 2002. De klassieke omschrijving van de politiek-bestuurlijke cultuur als één van ‘pacificatie en accommodatie’ gaat niet meer op, maar van onversneden ‘polarisatie en politisering’ is ook nog geen sprake. Er is ‘pacificatie én polarisatie’: pacificatie in het bestuur, zie het topoverleg rond de kredietcrisis, en polarisatie in de politiek, zie het Kamerdebat rond de Goudse Marokkaantjes.

Politici en bestuurders zullen met beide moeten leren omgaan. De noodzaak tot pacificatie zal blijven; met instituties die machtsspreiding en machtsdeling oproepen, is dat onvermijdelijk. De drang naar polarisatie verdwijnt voorlopig ook niet; de nieuwe culturele scheidslijn is daarvoor te sterk in de samenleving en inmiddels ook in de politiek verankerd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden