ColumnFrank Kalshoven

Overweeg om de kosten van de coronacrisis over honderd jaar uit te smeren

Het kabinet stuurde vorige week de Voorjaarsnota naar de Kamer, het actuele overzicht van hoe het ervoor staat met de schatkist. Beroerd uiteraard, gezien alle coronakosten die de overheid voor haar rekening neemt.

Maar hoe beroerd precies? En wordt er al nagedacht over wat Nederland hiermee aanmoet?

Echt beroerd. Met heel veel slagen om de arm vanwege de onzekerheid van de duur en intensiteit van de c-crisis, komt het ministerie van Financiën in de Voorjaarsnota uit op een schatkisttekort dit jaar van 11,8 procent. In ronde euro’s is dat een tekort van 92 miljard euro. Voorafgaand aan de c-crisis rekende Financiën met een overschot van 1,1 procent voor dit jaar.

Er is wel wat nuance. Het totale tekort van 92 miljard is opgebouwd uit drie brokken. Het eerste brok bestaat uit de verslechtering die het gevolg is van de diepe recessie waarin de Nederlandse economie terechtkomt. Dit kost de overheid 45 miljard. Brok twee bestaat uit de kosten van de crisismaatregelen tot nu toe, zoals de loonkostensubsidie aan bedrijven en de steun voor zelfstandigen. Kosten: 20 miljard. Het derde brok omvat 36 miljard euro en bestaat uit uitstel van belastingbetaling door bedrijven, zoals de btw-afdracht. Deze 36 miljard euro komt natuurlijk (in elk geval deels) terug naar de schatkist, want van belastinguitstel volgt geen afstel – behalve in geval van faillissement, en zelfs dan staat de fiscus vooraan in de rij met schuldeisers.

Maar ook met deze nuancering is het effect op de schatkist aanzienlijk. De staatsschuld zal dit jaar in plaats van 46 procent uitkomen op 65 procent, terwijl het sein brand meester nog moet klinken.

Wat te doen? Daar is men op Financiën duidelijk nog niet over uit. Minister Hoekstra schrijft: ‘Op het moment dat [de crisis] achter de rug is zullen we moeten kijken hoe de overheidsfinanciën er op dat moment voorstaan en wat verstandig beleid is om de overheidsfinanciën te laten herstellen.’ Hij voegt eraan toe dat het ‘per definitie verstandig [is] om nu al na te denken over beleid dat het herstel de crisis kan bevorderen’, maar daar blijft het bij. We denken even mee.

De basisoptie is: rechttoe, rechtaan. Dus: bezuinigen op overheidsuitgaven én belastingen verhogen en zo het financieringstekort ombuigen tot een -overschot. Stap voor stap, van jaar op jaar, daalt de staatsschuld dan weer naar het huidige niveau. Dit proces had Nederland, na de crisis die eind 2008 begon, net afgesloten. Als het moet dan moet het, maar mijn vermoeden is dat niemand bij dit vooruitzicht staat te juichen.

Kan het anders? Misschien. Lex Hoogduin, hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen, deed onlangs een creatieve suggestie in een interview met NRC Handelsblad. ‘Je moet een pandemie vergelijken met een oorlog’, zei hij. ‘De kosten van een oorlog smeer je ook uit over honderd jaar.’ Om te vervolgen: ‘De coronaschuld laat je voor één keer, met de plechtige belofte nooit meer zoiets geks te doen, financieren door De Nederlandsche Bank. We spreken af dat na de crisis in honderd jaar af te lossen tegen nul procent rente. Dat kost 2 miljard euro per jaar. Dat kan makkelijk.’

‘Iets geks’ is het zeker. Directe monetaire financiering van de staatsschuld is normaliter een doodzonde, die trouwens ook nog in strijd is met het Verdrag van Maastricht. Maar in deze omstandigheden is de doodzonde minimaal het overdenken waard.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden